is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 49, 11-12-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STATUUT

Doorbraak van de goede wil en overwinning van het gezond verstand

Woensdag 15 December 1954 zal een belangrijke dag in de politieke geschiedenis van ons volk zijn. Dan immers zal het statuut bevestigd worden. De Ridderzaal, de Gouden Koets, officiële toespraken en gala-uniformen zullen de bevestiging luister bijzetten die erbij hoort. Nochtans kan ik me voorstellen, dat de in wezen zeer belangrijke gebeurtenis als een onbegrepen feestelijkheid aan de niet ingewijden voorbij gaat.

De term „statuut” heeft een kille klank. Het op de bres staan voor een „Gemenebest” sluit aan bij het staan in een volksgemeenschap en heeft daarom spontane aantrekkingskracht. Een Unie-verhouding ligt in de sfeer van het bondgenootschappelijke en is een zaak die al buiten de directe volksinvloed en dus gevoelsleven van het volk ligt. Met de term statuut missen we elke aansluiting met de krachten die mensen in beroering en beweging kan brengen. De gewone man zal aan statuten en reglementen van verenigingen denken. En die dingen zijn doorgaans vreselijk vervelend.

Het zou echter jammer zijn indien we onze vreugde zouden laten bederven door een statig formele naam. Want de bevestiging van het statuut is een gebeurtenis die onze vreugde en belangstelling ruimschoots waard is. In een wereld waar de meeste onderhandelingen mislukken of vastlopen is het toch zeker iets bijzonders als er na besprekingen en conferenties, iets goeds uit de bus komt.

Advent is biddend uitzien naar de Verlosser (fragment van een schilderij van Hugo van der Goes, 1440-1482)

De bevestiging van het statuut maakt definitief een einde aan de koloniale verhouding, die er in naam nog altijd tussen Nederland enerzijds en Suriname en de Ned. Antillen anderzijds bestond. De „Waarheid” zal natuurlijk vertellen dat het allemaal schijn is. Maar wie de moeite genomen heeft, de voorgeschiedenis te volgen, die aan de bevestiging van het statuut vooraf is gegaan, weet wel beter. Als men het vrije politieke spel, dat zowel in Suriname als in de Antillen is en wordt gespeeld, als een koloniale verhouding wil bestempelen, weet men, in staatkundig opzicht, niet wat in werkelijkheid onder een koloniale verhouding verstaan moet worden. De dikwijls al te vrije opvattingen van het politieke spel hebben menigmaal een beletsel gevormd om tot positieve resultaten te komen. Aan de andere kant is de star formele houding die een deel van de kamerleden meende t'e moeten innemen, een laatste bedreiging geweest, voor de totstandkoming van het statuut. Zoveel hoofden zoveel zinnen is een goed democratische zegswijze. Maar als men die zinnen niet weet te richten naar een bepaald doel komt er niets tot stand. Vandaar dat de totstandkomihg van het statuut een doorbraak van de goede wil genoemd kan worden.

En de verrassende stemming van de A.R.-fractie mag men toch zeker een over-

winning van het gezonde verstand noemen. Hoe juridisch de term „statuut” ook moge klinken, in de praktijk betekent het, dat de vele banden die Nederland en de West te zamen binden opnieuw worden bevestigd.

Ds. V. d. Meiden heeft ons al menigmaal vergast op prettige en leerzame beschrijvingen van toestanden en gebruiken in Suriname. Suriname, land van gemoedelijkheid en rust, achtergebleven gebied op het Amerikaanse continent, verdient meer belangstelling dan het tot nog toe heeft gekregen. Is er een land waar zoveel rassen en volksgroepen zo harmonieus samenwonen als Suriname? En is juist de verhouding tussen de rassen niet het belangrijkste probleem van de hedendaagse mensheid? Zou Suriname in dat opzicht niet een voorbeeld voor alle landen en volken van de wereld kunnen worden? Het is jammer dat de economische positie van Suriname niet zo sterk is. De versterking van die positie is nu één van de taken, die binnen het raam van het statuut aan de orde moet komen. Nederland kan hier een belangrijke bijdrage leveren. De gelegenheid om te laten zien dat ook zonder koloniale verhoudin-

gen vruchtbare samenwerking mogelijk is, wordt door de bevestiging van het statuut ruimschoots geboden. En zo te zien, ligt het in het vaste voornemen van de Nederlandse regering, om te doen wat mogelijk is. Gestaag en weloverwogen wordt aan de versterking van de Surinaamse economie gewerkt.

Voor de Antillen ligt de zaak iets anders. Het welvarende Curagao heeft geen economische steun nodig. De culturele samenwerking zal hier de hoofdschotel moeten zijn. De kwetsbare verhouding tussen Aruba, de Bovenwindse Eilanden en Curagao is een aangelegenheid die men in de Antillen zelf zal moeten oplossen.

Het belangrijkste in de totstandkoming van het statuut is wel dat dit gebeuren niet voortvloeit uit een noodsituatie, doch gestimuleerd is door een verlangen naar hetere samenwerking. De west zoekt de samenwerking met Nederland, men verwerpt ze niet. Toch waarlijk een reden om van de bevestiging van het statuut iets groots te maken. Daarom is het wijs en vreugdevol die bevestiging de luister van een prinsjesdag te geven. A. SNAAUW