is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 51, 25-12-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere voorbeelden van Esperanto enz. liggen totaal op een ander vlak. Ruitenberg zegt, zij stellen hun zaak aan de orde, maar ze zaniken niet om een spreken der kerk. Hun zaak is ook niet zo onmiddellijk verbonden met het hart van de Bijbelse verkondiging als de zaak der christen-pacifisten, dat weet ds. Ruitenberg zelf ook wel. J. DE GRAAF

Antwoord aan dr. J. de Graaf

Hoe verschillend, al naar onze aard, lezen wij een artikel. Zeker, het was mij niet ontgaan dat ds. Strijd vroeg om een woord tegen een nieuwe Wehrmacht. Om dit spreken op een concreet punt te kunnen benaderen, meende ik er goed aan te doen, uiteen te zetten wat wij ons eigenlijk moeten denken bij dit spreken der kerk. En ik ben tot de conclusie gekomen, dat dit een zéér complex geval is. Daarachter lag ook dat wil ik nu wel erbij uitspreken het gevoelen, dat het gezag van de kerk nu eenmaal minder groot is, dan degenen, die om een woord roepen, menen. Tot hen, dat weet ik, behoort dr. De Graaf intussen niet.

De concrete vraag of het niet in fle igh van ordinantie 4 art. 19 ligt om te protesteren tegen de Duitse herbewapening, beant- ; woord ik niet met ja of neen. Het ging mij er om iets te zeggen over het vraagstuk van het spreken in het algemeen. En in het algemeen kan men zeggen, dat dit spreken veel minder evident is, dan ds. Strijd stelde. Het is reeds veel, dat de verantwoordelijke organen er zij het moeizaam mee be- , zigrtin. I

Wat de zaak verder aangaat: „Kerk en Vrede” acht het spreken van de kerk over het vraagstuk van Oorlog en Vrede winst. Ik ook. Maar het element van de consolidering van de posities ligt er toch zeker in. Geconsolideerd is een ja-en-neen houding, die ik accepteer, maar die door Kerk en Vrede is aangevallen. Het ligt naar mijn gevoelen niet in de lijn van de verwachting, dat deze grondhouding in de richting, die dr. De Graaf wil. omgebogen zal worden. De vergelijking met de strijd tegen de slavernij gaat niet op. Hier werkten andere krachten dan bij het oorlogsvraagstuk. Elk probleem heeft zijn eigen structuur en kan met andere problemen niet geparallelliseerd worden. I

I Dr. De Graaf kan gerust zijn; ik heb die reeks van iiturgie en Esperanto en de rest een beetje ironisch bedoeld. Ik vind het inderdaad wel op zéér verschillend vlak liggen. Maar dr. De Graaf weet ook wel, dat er mensen zijn, die zich op dat gebied bewegen en zich steeds maar afvragen waarom de Kerk niet spreekt. In hun richting nl. Deze aandrang moeten wij, indien nodig, bij ons zelf herkennen en ons realiseren, dat de verandering van de geesten op andere wijze en langs andere wegen geschiedt. Het spreken van kerken op een bepaald punt is veeleer resultaat van een beweging, die zich breed gemaakt heeft en evident geworden is. Dat neemt niet weg, dat binnen de kerken, op bijbelse gronden, zulk een beweging avant-gardistisch en sterk kan zijn en dus een bepaalde kerk daar éérder over concludeert, dan andere instanties. Dit mogelijk te maken is de zin van ord. 4 art.

Dat de Franse Hervormde Kerk zich tegen de veralcoholiserlng van Frankrijk gekeerd heeft, verheugt mij zeer. Hier is de beweging evident en het spreken dus noodzakelijk. Dat de kerken dit niet doen in het vraagstuk van de dienstweigeraars, is een bewijs, dat de problemen en de verhoudingen, dus het antwoord, anders liggen. Het is een reden om met geduld en zonder verbittering verder te gaan in het bewerken der geesten. L. H. R.

EEN BEGIN VAN ATOOMCONTRÓLE?

Vrij kort na het einde van de tweede wereldoorlog werd in ons land het blad „Atoom” opgericht; een „Maandblad gewijd aan de ontwikkeling der wetenschap en haar betekenis voor mens en samenleving”. Dit blad was in zekere zin bedoeld als Nederlandse navolging van het Amerikaanse „Bulletin of the Atomic Scientists”. De bedoeling van de uitgeefster Stichting „Vrij Nederland” lag voor de hand. Mede door de vermelde ontwikkeling der wetenschappen tijdens de oorlog, was toen reeds duidelijk, hoe ingrijpend onze wereld zou veranderen. Nieuwe middelen zouden ongekende mogelijkheden scheppen. Tegelijk deed zich daarbij het schrikbeeld voor van de oorlog met atoom- en andere wapens, gericht op massale vernietiging. Naast het verstrekken van inlichtingen over de ontwikkeling der wetenschap, zou het blad „Atoom” zich vooral ook met die problematiek moeten bezighouden.

Ik ken het maandblad „Atoom” van die jaren (sinds enige jaren bestaat het niet meer in de oorspronkelijke vorm) van bin- , nen en van buiten, omdat ik er geruime tijd redactiesecretaris van ben geweest. Geen gelukkige tijd. Een blad moet namelijk met enige regelmaat verschijnen, maar na een aanvankelijk enthousiasme werd het steeds moeilijker van de medewerkers kopij ios te krijgen. Het gevolg was, dat ik mij menigmaal ten einde raad zelf tot het samenstellen van informatieve berichten heb moeten zetten. Een angstige taak, omdat goede wil nu eenmaal niet het voor de hand liggende gebrek deskundigheid kan L.tanHUßMAn.^

Ik moet de laatste tijd steeds weer aan dat maandblad „Atoom” denken. Ofschoon het thema van die uitgave actueel behoorde te zijn, bood het de (zeer uitgebreide) redactie toch te weinig aanknopingspunten voor regelmatige activiteit. Als hoofdoorzaken daarvan meen ik thans te kunnen wijzen op enerzijds het verlammende effect dat van de steeds verder schrijdende ontwikkeling der atomaire wapens is uitgegaan een ontwikkeling ondanks de steeds aanwezige verontrusting —; anderzijds het gemis aan weerklank bij een breed publiek. Voor ons was de atoombom op Hirosjima niet enkel een oorlogsdaad van schier onvoorstelbare afschuwelijkheid. Hij was tegelijkertijd de beëindiging van onze eigen verschrikkingen. Wij hebben het verslag van John Hersey met ontzetting gelezen. Maar wij willen beseffen, waarvan die bom

het begin was. Er was een tegenstroom, nl. de zorg om het dagelijkse leven weer op gang te krijgen, die de atoombom naar het tweede plan deed verhuizen. |

Op het' ogenblik komt de onrust weer naar voren. Het is begonnen met de berichten over Japanse vissers, die met radioactief stof zijn besmet; een gevolg van een proef met een -waterstofbom. Men realiseert zich nu, dat in hoge luchtlagen wolken radio-actieve stof voorkomen, die hier en daar noodlottige gevolgen hebben. Het hemd is nader dan de rok. De klei-

nere bedreiging van radio-actieve besmetting nu is overtuigender dan die van een mogelijke atomaire oorlog in een verdere toekomst.

Er zijn tal van symptomen, die daarop wijzen. De reactie op het slechte weer van deze zomer is er één van. De gruwelpraatjes over de bacteriologische oorlogvoering in Korea is de communistische tegenhanger.

Mede dank zij deze stemming gaan er weer serieuze stemmen op tegen verdere proefnemingen. Het gesprek over een internationaal verbod van en contróle op atoomwapens is eindelijk weer begonnen.

Dat politieke overleg is voor degenen, die zich er in de afgelopen jaren mee hebben beziggehouden, een slopende zaak geweest. Van Westerse zijde is het atoomvraagstuk aanvankelijk simpel gesteld zonder rekening te houden met de aard van de communistische tegenpartij. Het Westen bezat de atoomwapens. Het meende op grond daarvan een contróle-systeem te kunnen voorstellen, dat effectief was. D.w.z., de Russische productie zou eveneens onder die contróle vallen, waardoor het de Sowjet-Unie onmogelijk zou worden atoombommen te produceren.

Van de Sowjet-Unie bleken deze voorstellen niet aanvaardbaar. Ofschoon zij het op andere wijze hebben gesteld, wilden de Russen eerst zelf hun achterstand op dit gebied hebben ingehaald. Wetende dat de Verenigde Staten niet tot een aanval met atoombommen zouden overgaan, hebben de Russische leiders de kwestie op de lange baan geschoven; ten einde in een gelijkwaardige positie te komen.

Nu is op atomair gebied een machtsevenwicht bereikt. Meer dan vroeger is er voor de Sowjet-Unie de wenselijkheid over contróle te gaan spreken.

Men koestere overigens niet te hoge verwachtingen. Al is dan in machtstermen gezien de basis van overleg aanwezig, het ontbreken van elk wederzijds vertrouwen maakt het onmogelijk, dat het jaar 1955 het verbod van atoomwapens zal brengen.

Er zijn echter enige terreinen, waarop weliicht enige vorderingen gemaakt kunnen worden. Enerzijds het uitwisselen van gegevens, anderzijds het verbieden van nieuwe proefontploffingen. Ook zonder contróie binnen de betrokken ianden kan nl. elke ontploffing worden gesignaleerd. Beide partijen zijn daartoe in staat. In de huidige wereld zouden zelfs bij een verbod van nieuwe proefnemingen geen strafmaatregelen tegen een overtreder mogelijk zijn zonder oorlog. Maar het wederzijds belang bij de beteugeiing van de ontwikkeling der atomaire wapens erkennende, is een afspraak tot stopzetting der proefnemingen zonder veel ingrepen te realiseren. Het gaat er dus om, of de beide partijen tot die erkenning willen komen. Het directe voordeel is dan, dat de ontwikkeling der atomaire wapens wordt bemoeiiijkt. Zonder proefnemingen komt het onderzoek nl. niet veel verder.

H. VAN VEEN