is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 5, 05-02-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vervolg van pagina 3 briek. De rest snap je wel. Piet hokt nu in een andere stad met haar op een kamer en Sjaan werd het lijdend voorwerp van de juffrouw van de Voogdij, de agent van de Kinderpolitie, de meneer van de Projuuftuut en de dominee van de kerk, waar Sjaan nooit meer kwam, maar wel van trok. Al die mensen maakten werk van hun geval en troffen een zielig, vies vrouwtje aan in een rommelige kamer, waar op alle stoelen kleren lagen en waar een kind in een bed lag te stinken en een ander onder de tafel in de neus zat te peuteren. Sjaan kon er niet meer tegen op.

„Aanpassingsmoeilijkheden,” zei de juffrouw van de Voogdijraad. „Niet opgewassen tegen de levensstrijd,” zei de dominee. „Verpest,” zei de agent. „Hm,” zei de gezinsvoogd.

Als het hoog liep Piet zond de kinderbijslag immers niet op, zeker voor de bontjas van die meid, en de spullen in hun huis waren nog niet afbetaald —, dan stuurde ze de kleine Geertje van zes jaar met een briefje naar dominee. Daar stond in: „Dom., of u effe kome wil. Sjaan.” Geschreven op ee(n boodschappenpapiertj e van de Haka. Dominee ging dan meestal en liet zijn portemonnaie thuis. Hij kende zijn eigen zwakheden en die van Sjaan. Want Sjaan kon geen geld in de hand houden; ze had een gat in de hand. Piet had dat wel gekund, maar ja, die meid... Zo zakte Sjaan met haar gezinnetje af. Ze werd een hopeloos geval, asociaal. De contrólewoning wachtte, ter-wijl de juffrouw, de dominee, de agent en de meneer deden wat ze konden. Maar ze konden niet veel.

Eerbied voor alle sociale en pastorale werkers, alle instellingen ter verheffing en verenigingen met goed doel! Zij torsen een zwaar deel van het wereldleed. Zij moeten onbaatzuchtiger zijn dan anderen en worden slechter betaald dan anderen. Zij dragen een Kruis der verantwoordelijkheid. Maar het leven is sterker dan de leer en de natuur vindingrijker dan de kunst.

Ben kwam. Toen Sjaan net uit de slaapkuur in het ziekenhuis terug was en thuis in een kreupele armstoel suf naar de bezige gezinsverzorgster zat te kijken; toen de kinderen nog bij de pleeggezinnen waren en hun moeder plannen maakte om maar iemand in de kost te nemen om iets voor ze te verdienen, toen kwam Ben. Hij kwam in de kost, als vrijgezel nog. Nu ja, in de kost dat was na een paar weken niet helemaal nauwkeurig meer gezegd. In elk geval: Ben was er en bleef. En Ben kon wat de anderen niet konden. Ben verhief sociaal op zijn wijze, met die klap en die zoen. Met zijn vuist op tafel, maar ook zijn handen uit de mouwen, voor Sjaan. Ben zei: „Bé jij be-dit en be-dat, Sjaan, laat jij je nekken door die meid?” En even daarna: „We trouwen, gaan naar de Voogdij en halen je kinderen weer thuis.” Ben kreeg het voor mekaar. Hij gaf ook Sjaan weer levensmoed. Ben had niet geleerd en had geen centen. Maar hij bezat iets anders: de vindingrijkheid van de natuur en sterkte van leven. „Dat is genade,” zei de dominee. „Reïntegratie,” zei de juffrouw.

„Hij klaart het,” zei de agent. „Aha,” zei de meneer. En Sjaan schreef nog eens een brief, een heel andere. Ben wist, hoe je brieven schrijft. Ze schreef: „Weledelgestrenge Dom., alsdat ik u hartelijk bedank. Ik heb de eer te zijn: Jeanne.” H. J. DE WIJS

Brieven uit het zuiden

Christendom en wantrouwen

Wanneer president Eisenhower bij de opening van het nieuwe congres spreekt over een onzekere vrede die steeds meer dwingt tot bewapening en hij de Verenigde Staten en andere vrije landen oproept om zich te verdedigen tegen een „algemene atoomslachting”, wanneer hij daartoe een militaire macht wil handhaven om aan de communisten duidelijk te maken dat elke agressie zinloos is, dan steunt deze opvatting op een alles overheersend wantrouwen. Het doel blijft vrede maar men ziet geen andere uitweg: het onderling wantrouwen is onoverbrugbaar. Dit klemt des te meer omdat aan de ene zijde menselijke vrijheid en persooniijke verantwoordelijkheid geen enkele betekenis hebben en daar voorlopig alle aandacht uitgaat naar de handhaving van een partij dictatuur en haar leuzen. Aan de andere zijde echter dringt de angst voor het zelfbehoud elke toenadering op de achtergrond. Zij die deze Westerse maatschappij zowel in Europa als in Amerika leiden en willen behouden, trachten eigen welvaart en nationaal inkomen zo sterk en zo hoog mogelijk te handhaven: het bezit aan aardse goederen, in welke vorm dan ook, bepaalt in sterke mate de algemene richtlijnen en de onderhandelingen en vergiftigt de atmosfeer met een steeds groeiend egoïsme. Het wantrouwen onder de „vrije” volken onderling echter wordt nog geremd door het communisme dat, in naam der gemeenschap, steeds luider beweert dit Westers kapitalisme te willen vernietigen. Heel de aarde wentelt voortdurend in deze ondoordringbare sfeer van wantrouwen.

Wie dit alles overdenkt, luisterend naar Christus in de Bergrede of met Hem aanzittend aan het Avondmaal, voelt zich in Zijn geloof aan Gods woord en Belofte diep geraakt: is er een christelijke wereld mogelijk? Maar in het christendom zelf zoals het in de kerken leeft, ontmoet ik dit wantrouwen; hetzelfde wantrouwen dat Oost en West om allerlei redenen en door schuld van weerszijden, uit elkaar rukt, d.at het al of niet bestaan van de vrije mens vooral in het uitleven van zijn egoïsme, op het spel zet.

Dit wantrouwen grijpt verwoestend door in het contact met Christus ook ai houdt de gelovige Hem vast in zijn belijdenis welke volgens zijn inzicht de Heer zelf met zijn onfeilbare waarborgen of inspraken van Zijn geest heeft omringd. Deze christen ziet vaak niet meer hóé geloof en liefde noodzakelijk samengaan. En toch, in zijn hogepriesterlijk gebed heeft Christus het geloof in Hem en Zijn zending afhankelijk gesteld van de eenheid der gelovigen.

Hij vraagt immers dat zij allen één mogen zijn gelijk de Vader het is in Hem „opdat de wereld gelove dat Gij mij gezonden hebt.” Dit wantrouwen heb ik ook gevonden in het vrome, roomse zuiden, bij christenen die Jezus Christus ontmoeten in de Katholieke Kerk. Het is hun geloof dat zij Hem daar alleen kunnen ontmoeten zoals Hij ’t van eeuwigheid wenst. Het komt meestal niet in hen op zich af te vragen of er geen andere ruimte is, geen andere sfeer waar Hij misschien dieper en persoonlijker tot hen zou spreken: ze voelen zich veilig in deze omheinde ruimte, onder de beschermende leiding van hen die door Christus zelf —• aldus hun catechismus zijn aangewezen om hun de weg te wijzen en de waarheid te verkondigen. Ze kunnen hun dagelijks leven heel rustig en heel breed ontplooien in een zekerheid die vanuit hun jeugd werd meegegeven. Gehoorzaamheid aan het kerkelijk gezag is in grote trekken heel hun geloof en dan weten zij zeker dat zij leven volgens Christus’ wens en in de hemel komen. Daarbij vinden ze hun steun in tradities en in de cultuur, nog sterk doordrongen van roomse motieven. Zelfs van intellectuelen en van mensen die op allerlei gebied zeer critisch zijn, heb ik nogal eens gehoord: „Hoe kom je erbij om je over ’t geloof zo druk te maken? Ik vraag me nooit af of ik in de ware kerk leef. Als ik me daarin ga verdiepen weet ik ’t ook niet meer. Het is me trouwens veel te lastig.”

Deze mensen zullen elke Zondag naar de kerk gaan en Vrijdags geen vlees eten maar ze maken zich er nooit druk over wat Christus nu eigenlijk bedoeld heeft of welke noden er in deze wereld zijn. Ze kennen de leer van de Kerk min of meer, ze onderhouden een serie geboden, min of meer, maar ze komen er niet toe ernstig na te denken over geloof en liefde, over het samenzijn van allen die in Christus geloven en naar Hem willen luisteren.

Men heeft o.a. naar aanleiding van het mandement, geschreven hoezeer men de Katholieke Kerk wantrouwt, dat gesloten systeem waar de vrijheid samenvalt met gehoorzaamheid aan een leiding die in het bewustzijn leeft van haar waarde en waardigheid; een Kerk die om apostolische beweegredenen macht wil uitbreiden en handhaven uit angst haar greep op de massa te verliezen, die ten slotte slechts democratische meningsvorming kent onder goedkeuring van haar eigen, door religieuze motieven bepaalde, leiding. Ik weet wel dat ondanks dit wantrouwen bij velen ’t verlangen leeft naar een open contact met deze gelovigen in Christus vooral met hen die gaan inzien dat christendom en