is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 5, 05-02-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEESTAFELNIEUWS

Rob Limburg: „Het vergeten Evangelie”. Uitg. b Erven J. Bijleveld, Utrecht. 155 blz., geb. ƒ 4.90. E Te lang bleef dit waardevolle boekje onbesproken in ons blad. De schrijver is voor onze lezers geen _ onbekende. Op de hem eigen wijze wijst hij er met nadruk op, dat Jezus vanaf zijn eerste optre- . den niet ophield te prediken, dat het Koninkrijk Gods met Hem, in Hem en door Hem aangebroken was. En verder, dat deze blijde boodschap, dit Evangelie, maar al te zeer vergeten werd en wordt door de christenheid. Hij tracht de oorzaken van het ontstaan van onze hedendaagse dogmatische en theologische complexen aan te tonen en hoopt ons er zodoende van te bevrijden. Het vurige betoog van de schrijver zal stellig hier en daar op verzet stuiten en misschien moeten wij hem zelf op sommige i punten tegenspreken. I Het waardevolle van zijn boekje ligt echter voor- J al in het feit, dat het tot nadenken prikkelt. Zowel i hierdoor als om zijn rijke inhoud lijkt het mij ge- ' schikt voor enigszins gevorderde bijbelstudiegroepen. Wij bevelen het boekje, dat door de schrijver opgedragen werd aan Albert Schweitzer, gaarne aan. L. W.—S.

F. Spigt: De ballingschap van Multatuli (1865 1868), uitgave A. G. Schoonderbeek, Laren zf j. (1954), 135 blz., ƒ3.90, geb. ƒ4.90. We zullen nog lang moeten wachten op een evenwichtige levensbeschrijving van Multatuli. Nog steeds is hij tussen ons object van discussie. Maar boeken als dit helpen ons op weg. De schrijver, getroffen door de tegenspraak in de verschillende verhalen over een episode uit Dekkers leven, het verhaal van de klap in een Amsterdams variététheater, is eens nauwkeurig nagegaan, hoe deze geschiedenis nu eigenlijk in elkaar zat. Uit dit onderzoek ontstond een boeiende historische studie over enkele spannende levensjaren van Multatuli. Hij komt daarbij tot een conclusie, waartoe ook Du Perron gekomen was n.a.v. de Max Havelaar dat Multatuli in zijn relaas veef oprechter is dan men vaak meent. Ik vrees alleen, dat daarmee het doel van de schrijver, die kennelijk tot de bewonderaars van Multatuli behoort, toch niet bereikt wordt. Het felste requisitoir tegen Multatuli schreef Multatuli zelf. Ik wil ten minste wel voor me zelf bekennen, dat mij de man, die zijn eeuw met zoveel hartstocht te lijf ging en aan zijn tijdgenoten zulke absolute eisen stelde, maar zelf voortdurend beneden de minimum-eis van menselijke welvoeglijkheid blijft, grondig tegenstaat. Het is een afkeer die slechts getemperd wordt door medelijden met de stakkerd, die Multatuli eigenlijk was. De bewonderaars van Multatuli verkeren altoos in de hachelijke situatie, dat ze al de mensen, met wie Multatuli omgaat, moeten kleineren om Multatuli te handhaven op het door hem zelf gemetselde voetstuk. Dit alles doet niets af aan het feit dat hij een groot schrijver was en een weergaloze intuïtie bezat voor de tekortkomingen van anderen. Zo werd dit boek uiterst leerzaam. Ik moet de schrijver met nadruk prijzen dat zijn onmiskenbare sympathie hem niet blind maakt voor Multatuli’s fouten, nochtans, mij heeft hij veel geleerd, maar niet bekeerd.

Theodor Plievier: Berlijn de doodsstrijd van het 3e rijk. Deel 1. vertaald door M. Mok, uitgave F. G. Kroonder, Bussum 1954. 266 blz., ƒ6.90. Na „Moskou” en „Stalingrad”, waarin Plievier twee centrale momenten uit de tweede wereldoorlog kaleidoscopisch weergaf, is nu het eerste deel verschenen van wat de doodsstrijd moet heten van het derde rijk; de ondergang van Berlijn. Zoals ook de twee eerste boeken, berust Berlijn klaarblijkelijk op een uitvoerige documentatie. De schrijver sleept ons letterlijk overal naar toe; nu eens zijn we in de bunker, waar Hitler en consorten hun einde afwachten, dan weer zijn we tussen het terugtrekkend leger der Duitsers of rukken mee met de triomferende Russen; dan weer vertoeven we in de schuilkelders, waarheen de Beriijners in doodsangst hun einde afwachten. Er wordt de lezer niets bespaard. Het is goed dat dit alles te boek werd gesteld. Deze romans begeleiden voortaan de officiële geschiedschrijving en vullen haar aan. Men kan rustig aannemen, dat er rondom alle grote oorlogsfeiten vanaf de oorlog om Troje, onze eigen 80- jarige oorlog, de Napoleontische oorlogen een zone is geweest, een grote zone van onnoemelijk menselijk leed, van onzeglijk-menselijke gemeenheden. Men kan de indruk niet van zich afptten dat nimmer, zowel naar omvang als naar intensiteit, leed en kwaad zo geweldig aanwezig zijn geweest als in deze ontmenselijkte jaren. De lectuur van dit boek maakt een mens bang; hij vergeet te praten over de literaire kwaliteiten en gebreken, die dit boek misschien aankleven. Hij zoekt en zoekt naar lichtpunten in deze benauwende duisternis van rook en bloed; naar lichtende sporen van menselijke adeldom. Hij vindt er enkele, maar het is wel pover.

Nochtans, de mens overleeft het... door te vergeten. En daarmee rijpt de kans, dat het weer opnieuw begint. De kinderen van vandaag weten al niet meer hoe erg het is geweest. Wat doen we om hen te waarschuwen? Vertellen hoe erg het is geweest, zal' niet helpen, als men hun tevens niet wijst, wa,ar hun verantwoordelijkheid ligt. En hier laat Plievier ons in de steek.

Dr. H. Bonger: De motivering van de godsdienstvrijheid bij Dirck Volckertszoon Coornhert, Van Loghum Slaterus, Arnhem 1954. 150 blz. Deze dissertatie is niet alleen een belangrijke bijdrage tot onze kennis van de boeiende Nederlandse schrijver Coornhert (1522—1590) en als zodanig een aanvulling tot onze vaderlandse letterkundegeschiedenis, maar door de ruime behandeiing van het thema der tolerantie is dit boek tevens en misschien nog meer een boeiend stuk cultuurgeschiedenis geworden. Het moeizaam doorzetten van de idee der verdraagzaamheid in de XVle eeuw is, niet alieen nationaal, maar Europees gezien mede het werk van onze Coornhert. De schrijver heeft zorgvuldig de motieven onderzocht, die Coornhert tot zijn, in die tijd nog zo zeldzaam standpunt geleid hebben en dringt daarmee door tot de wezenlijke originaliteit van Coornhert, waarvan tolerantie een der fundamentele ideeën is, zo goed als tot het geheim van zijn moeizaam leven. Verdraagzame mensen kwamen in de XVle eeuw onvermijdelijk in de knel. Ik veroorloof me maar één kritiek op dit boek, waarvan ik speciaal de heldere compositie en de prachtige bibliographie waardeer en dat is dat de eenzijdigheid van Coornhert door zijn biograaf nog overspannen wordt. Hij komt niet boven zijn onderwerp uit, omdat hij nimmer het relatieve gelijk van Coomherts tegenstanders zien kan. Dat wreekt zich heel bijzonder bij een thema als dat der verdraagzaamheid, dat nu eenmaal niet verabsoluteerd kan worden, zonder tot innerlijke tegenspraak te voeren. J. G. B.

„Wat drijft de communisten? Wat drijft ons?” door dr. K. J. Kraan. Uitgave van het Christ. Nat. Vakverbond, Utrecht, ƒ 0.45 (32 blz.). Dr. Kraan is in 1953 gepromoveerd op een dissertatie; „Een christelijke confrontatie met Marx, Lenin en Stalin.” Voor het CNV schreef hij deze brochure, waarin hij de motieven uiteenzet, die de communisten en de christenen drijven. Ik heb dit geschrift met grote instemming gelezen. Dr. Kraan kent de communistische lectuur. Hij wijst alle negatieve bestrijding van het communisme af. Het conimunisme is volgens hem een mestplant. Het groeit het snelst waar de toestanden rot en de mensen verpauperd zijn. De beste bestrijding is niet het houfien van geweidige betogingen, maar het wegruimen van alles wat rot is in onze samenleving. Ten opzichte van de sociale verhoudingen in het Westen vind ik dr. Kraan te optimistisch. Of wij aan een klassenloze maatschappij een einde maken door de samenwerking van alle standen, betwijfel ik. Ook zet ik een vraagteken achter de zin; „In ons Westen heeft het kapitalisme zijn tijd gehad.” Een voortreffelijke uitgave van het CNV.

„Handboek Pastorale Sociologie” onder redactie van prof. dr. W. Banning. Deel 1, Zeeland, Zuid-Holl. eilanden, Noord-Brabant en Limburg. Boekencentrum 1952, ƒ 7,50 (324 blz.) Dit Handboek is een eerste poging. Men wil van heel Nederland het materiaal bijeenbrengen en ordenen, dat de positie, het leven en werken der kerk onder ons volk duidelijk maakt. Het gaat dus allereerst om een beschrijving van het heden van ons volksleven met daarin de kerk. Uit de aard der zaak gaat het daarbij om de functie van de kerk in de tegenwoordige Nederlandse maatschappij. Daar prof. Banning de sociologie beschouwt als een beschrijvende en verklarende, niet als een normatieve wetenschap, blijft een theologische en godsdienstige beoordeling achterwege. Het belangwekkende van dit Handboek is, dat het kerkelijke en godsdienstige leven worden beschouwd in samenhang met de economische en sociale structuur, met de politieke verhoudingen en de uit de historie doorwerkende krachten. Het is de schrijvers dus te doen om de kerk, maar 1 dan om de kerk, die beïnvloed wordt door de heftige dynamiek van de tegenwoordige maatschappij, i.z. de industrialisatie. Het Handboek is in w'ezen een oproep aan de kerk tot een nieuwe methode , van benadering van de tegenwoordige mens. Mij t trof in de inleiding van prof. Banning vooral deze ; zin; „De kerk als geheel leeft nog in een zondige ! onbewustheid omtrent de maatschappelijke krach- ten, die haar uithollen en terzijde schuiven. Wij hopen met dit Handboek het onze bij te dragen om i de zondige onbewustheid in heilige onrust te doen verkeren.” Het Handboek is bescheiden. Prof. Banning spreekt

een aantal bezwaren tegen dit eerste deel openlijk uit. Eén van deze bezwaren heb ik bij lezing zeer sterk gevoeld; er spelen in de afzonderlijke studies nogal eens subjectieve oordelen mee. Het ware mij liever geweest, indien de schrijvers zich tot beschrijving en verklaring beperkt hadden. In dit eerste deel worden de zuidelijke provincies behandeld. Daar ik dit deel van ons land weinig ken, waag ik mi) niet aan een beoordeling van de verschillende studies. Als straks het tweede deel verschijnt, zal er waarschijnlijk meer aanleiding voor mij zijn tot een uitvoerige waardering. Van heler harte hoop ik, dat dit experiment want dat is het slagen zal en dat vele belanghebbenden met dit studiewerk hun winst zullen doen. J. J. 6. Jr.

BENTVELDNIEUWS

Verschenen is het cursusprogramma van Bentveld en Kortehemmen voor het eerste halfjaar van 1955. Wie het nog niet ontving, of meer boekjes wenst ter verspreiding, kan het aanvragen bij de administratie van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers, Bentveldsweg 3, Bentveld. Voor de maand Februari zijn de volgende bijeenkomsten uitgeschreven; te Bentveld 12-13 Febr.; Wat heeft Evanston de socialisten te zeggeti? 19-20 Febr.; Problemen rond de werkclassificatie. 26-27 Febr.; De verhouding man-vrouw in het krachtenveld der huidige maatschappij. Te Kortehemmen 26-27 Febr.; Humanisme en christendom.

VOOR EMIGRANTEN NAAR AUSTRALIË...! weekend 19/20 Februari op Kasteel Oud Poelgeest te Oegstgeest

De Stichting Oud Poelgeest organiseert in samenwerking met de Stichting Hervormde Emigratie Commissie op 19 en 20 Februari een conferentie ter voorbereiding van a.s. emigranten op hun gaan naar Australië. . Onderwerpen; „De menselijke kant van emigreren” door dr. J. H. Plokker; „Wat wil God met onze emigratie” oecumenische huisdierst 0.1. v. mr. A W Kist; Geloof en Kerk in het emigratiegebeuren” door ds. H. A. Quak; „Wat nemen we mee uit Europa” gezamenlijke speurtocht opdrachten; „Wat overkomt ons in Australië” mleiding van een huisvrouw, geïllustreerd met een film over AustraUë. i._ 1 Or Am 4 1111?

De conferentie begint Zaterdagmiddag om um en eindigt Zondag na de Opgwen en verzoek om nadere inlichtmgen p.a. Kasteel Oud Poelgeest te Oegstgeest. Deelnemersprijs ƒ 3,50 per persoon. Al diegenen, die aanstaande emigranten naar Austraiië kennen, wordt dringend verzocht deze gelegenheid tot voorbereiding door te geven.

Vrouwen-Wereldgebedsdag 25 Febr. ’55 Onderwerp; „Blijft in Mij”, (Joh. 15 vs 4) De God der góden, de Here spreekt en roept de aake van waar de zon opgaat tot waar zij gaat.” Met deze eerste woorden van de 50e Psalm worden millioenen vrouwen over de gehele aarde opgeroepen om zich in gebed te verenigen op de eerste Vrijdag in de Lijdensweken, welke da,g reeds sinds vrfe jaren bekend is als „de Vrouwen-Wereldeebedsdag”. _ _ . _ ,

I Op deze dag worden de lofzangen in duizend wrr schillende talen gezongen, maar een m geloof Mo^ t gen de in gebed verenigde vrouwen als ranken van 1 de ene leven-gevende Wijnstok blijven m Hem en 1 in onderlinge verbondenheid. ; Ditmaal is de liturgie samengesteld door mej. – Jorgalina Lozada, die een van de twee eerste vrou-5 welijke predikanten in Argentinië en belMt met het jeugdwerk in haar land. Zij is thans van de afdeling voor christelijke opvoeding van de Confederatie van Evangelische Kerken m Argeni Zij bezocht vele internationale, interkerkelijke – vergaderingen voor Zondagsschoolwerk, zending en e vrouwenwerk in de kerk en is een persoon va,n grote betekenis voor het protestantisme in Zuid T* Am^T'ik.Si _ /-kricTiavpipr 98-000 vroU-

In 1954 namen in Nederland ongeveer aö.uuu vioui, wen deel aan de gebedssamenkomsten in de steden a en in de dorpen, vrouwen uit verschillende kerkgee nootschappen en groeperingen. , ~ , , U Nadere inlichtingen worden gaarne verstrekt door e het secretariaat van het Nederlands Comité Vroue wen-Wereldgebedsdag, dr. Schaepmanlaan 13 te i- Driebergen (gaarne postzegel voor antwoord msluiij ten). _ , . i- 1. 1 o n Liturgieën kunnen a ƒ0,50 per 5 stuks tot 18 n Februari a.s. besteld worden per postgiro 70651 t.n.v. Crediet- en Effectenbank N.V. te Utrecht it t.g.v. Ned. Comité Vrouwen-Wereldgebedsdag.

DnjJc N.V. De Arbeiderspen Amiterdem