is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 8, 26-02-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRAND IN DE PARTIT?

Er zijn mensen, die menen, dat zij de moeilijMieden de baas kunnen, wanneer ze deze maar in een vertrouwd schema hebben geperst. Het vertrouwde schema voor Sam de Wolff en Frits Kief is: het marxisme. Het echte, integrale, door hen onaantastbaar juist uitgelegde marxisme. Zij proclameren, dat de ware nog steeds functionerende tegenstelling die van de klassen is en dat er zoals Banning in zijn schandalige brochure „Ons Socialisme” heeft pogen te beweren geen sprake is van een langzaam hééngroeien naar socialisme.

Zij voerden het woord op de eerste vergadering van het Sociaal-Democratisch Centrum (gelukkig weer een oude, vertrouwde naam) en dit was hun profetie: de massa wacht op ons. De massa, die nog weet wat socialisme is. De massa, die er geen aardigheid meer in heeft om zich te laten leiden door lieden, die ja, waarom eigenlijk, vraag ik zich en anderen dromen voorprevelen. De massa wacht. De jeugd in ieder geval.

De „Nieuwe Koers” was vertegenwoordigd. „Politeia” eveneens. Zegt het verslag in „Parool” van 14 Febr. De jongeren zijn de hoop van Sam de Wolff. Alleen wij, de 40-ers en 50-ers, de generatie tussen jong en oud in, zegt Sam de Wolff in „De Groene” van 19 Febr., begrijpt er niets van. Waarvan dit stukje ook weer een duidelijk bewijs zal zijn.

Ik schrijf met bitterheid en ironie over deze zaak. Omdat zij mij zo ernstig is. Te ernstig nl. om haar te laten schaden door bewegingen als die van het Sociaal-Democratisch Centrum.

Er is alle reden om ons af te vragen wat wij als democratische socialisten bedoelen. En om te vragen of wij weten wat wij bedoelen. En of wij zeggen wat vnj weten. Of wij geloven wat wij zeggen. Wij doen week aan week in „Tijd en Taak” niet anders dan deze vragen aan de orde stellen. Daarom doet ons dat Amsterdamse optreden zo’n leed. Omdat wij hierin alleen maar een heilloze weg zien, die niet voert tot antwoorden. Deze weg voert alleen maar tot het opheffen van vuisten, tot ketterjagerij, tot consolidatie van misverstanden.

Deze nieuwe beweging is een merkwaardig emotioneel en onhelder geval. In de eerste plaats voeren daar marxisten een hoge toon. In plaats van Marx te begrijpen vanuit de situatie, waarin hij leefde, wil men de situatie van nu begrijpen van Marx uit. Dat is een conservatieve bezigheid. In plaats van de werkelijke, nog iang niet uitgeputte betekenis van Marx duidelijk te maken, roert men de snaren uit het verschraalde strijdlied, om de achterblijvers tot activiteit te lokken. Helaas. Want daardoor wordt Marx aan het oog onttrokken.

Deze nieuwe beweging kan geen ander resultaat hebben dan een herhaling van de oude kille kibbelarijen, die voor sommige typen de vulling van hun leven betekenden, maar de arbeidersbeweging geen stevigheid gaven. De arbeidersbeweging, die laten wij ons dat goed realiseren véél breder, véél schoner is dan de geschiedenis van het marxisme. Wie zich in de geschiedenis van het socialisme ver-

diept, wordt getroffen door de vele stromen, die het stuwden, vormden Het marxisme was van die stromen één. Niet méér dan een. Het beeld van de socialistische beweging, die in Nederiand gestalte vond in de PvdA, wordt door het SDC verduisterd.

Verder: deze nieuwe beweging doet een appèl op een socialistisch oer-besef: het anti-militarisme. Dit besef krijgt op dit ogenblik inderdaad te weinig gestalte. Wij lijden daaronder. Wij voelen het als onze schuld. Wij zoeken wegen om dit besef krachtig te maken. Maar over deze wegen zijn wij het niet eens. Dat verdragen wij slecht. De een verwijt de ander ontrouw. Dat is smartelijk. Maar dat verhelpen wij niet, door ons te verzwageren met een een denkmethode de marxistische die ten aanzien van het militarisme altijd (en niet alleen in de Russische Revolutie) een uiterst opportunistisch standpunt heeft ingenomen. Een royale vredesbeweging kan ik begrijpen. Maar dit niet.

Ten slotte monden in deze beweging allerlei gevoelens van onbehagen uit. Deze gevoelens van onbehagen zijn soms juist, soms alleen maar dom. Dom zijn ze, voorzover ze wortelen in de herinnering aan een geromantiseerd verleden. Juist zijn ze, wanneer ze wijzen op een verschraling van het socialistisch levensbesef, dat iets anders is dan een op Marx georiënteerde leer. Maar om deze gevoelens van onbehagen te

overwinnen de domme én de juiste is het niet nodig zich als keurbende van het ware socialisme voor te doen. Beteken dit brand in de Partij? Neen.

„Trouw” verlustigt zich in dit groepje. „Trouw” heeft weinig kennis van de historie, als zij dat doet. De afkeer, die ik van deze zaak heb, komt juist door de verwachting, dat er niets gaat branden. Dat er alleen maar geschoten zal worden. Zoals 100 jaar lang in de socialistische beweging geschoten is. Sommigen denken, dat ’t niet écht is, als er niet geschoten wordt. Die voelen zich slechts bij ons thuis, als zij hun discussie-organen kunnen lezen met replieken, duplieken, triplieken, lang, fel, scherp, die vinden het heerlijk wanneer de afdelingsvergaderingen dienen om moties te verwerpen; wanneer congressen kopij aan rumoer-lievende kranten leveren. Maar leven en lawaai is niet hetzelfde.

Het eigenlijke probleem, dat ons bezighoudt, komt in het SDC niet voor de dag, nl. hoe wij de méns redden in de voortschrijdende vervreemding van zich zelf bij de maatregelen, die wij willen. Dat probleem kan men ontvluchten óf door erg ijverig te zijn in het besturen van stad en land óf door geweldig principieel oudsociaal-democratisch te doen. Beter is het, dit probleem niet te ontvluchten. Laten wij dat dan ook niet doen. Laten wij het rumoer, waarop de vijanden van het Nederlandse socialisme hopen, niet maken. Laten wij samen spreken en denken, in gemeenschappelijk gedragen solidariteit met de hele beweging, over wat heus verontrusten moet, ni. dat wij over de mens in verlegenheid zijn. Geen schema staat ons daarbij ten dienste. Alleen taai, trouw geduld.

Het Sociaai-Democratisch Centrum kan ons daarvan niet afbrengen. L. H. R.

De waterstofbom minder exclusief

Het is bijzonder leerzaam na te gaan, welke machtsverschuivingen in de wereid hebben plaatsgevonden sinds het vredesjaar 1945. Wij hebben bijv. de Amerikaanse overmacht op het gebied van atomaire wapens langzaam maar zien verminderen. Technisch heeft de Sowjet-Unie thans eenzelfde niveau bereikt. Ook in de Sowjet-Unie worden alle soorten atomaire wapens vervaardigd, alsmede de transportmiddelen ervoor (lange-afstandsbommenwerpers, raketten enz.). De Sowjet-Unie verkeert nog slechts in het tactische nadeel van de aaneengeslotenheid van haar grondgebied. Elk punt in het communistische gebied is vanuit de daar omheen liggende Amerikaanse bases bereikbaar. Nog lang niet elk punt van de Verenigde Staten ligt onder Russisch bereik.

Met de op de atomaire wapens gebaseer- ( de, groeiende macht van de beide grootste mogendheden, is de betekenis en invloed : van de kleinere landen afgenomen. Ehge- 1 land, voor de oorlog nog ongetwijfeld een ( der voornaamste wereldmachten, werd in militair opzicht zo kwetsbaar, dat het in afhankelijkheid de steun van de Verenigde ; Staten moest zoeken. ( Tezamen met de groei van de Russische i macht nam echter ook weer de betekenis i van Engeland en de andere minder grote 1 Westerse mogendheden toe. Immers, door i het machtsevenwicht werd het weer moge- 1

lijk, dat bedoelde staten de balans ten gunste van het Westen zouden kunnen doen omslaan. De politieke activiteit van Engeland heeft met deze ontwikkeling gelijke tred gehouden. Van een derde, die zo nu en dan werd gespaard, is Engeland thans weer tot een partner geworden, wiens opvattingen in Washington niet kunnen worden gepasseerd.

De Britse regering heeft deze ontwikkeling met veel begrip gevolgd. De gunstige invloed ervan merken wij nu bij elk conflict. Reeds tijdens de Koreaanse oorlog heeft het Britse inzicht ons waarschijnlijk voor verdere Amerikaanse avonturen behoed. De rol van Eden tijdens de Geneefse onderhandelingen over Indo-China is zelfs beslissend geweest, en ook nu bij de besprekingen over Formosa is de invloed van Engeland zeer groot. Het is niet overdreven aan te nemen, dat de bedekte koerswijziging in de Verenigde Staten ten aanzien van Formosa voor een belangrijk deel het resultaat is van de voortdurende Britse druk.

Deze ontwikkeling gaat verder. Met een scherp begrip voor het karakter ervan heeft de Britse regering thans besloten als derde mogendheid in de wereld de vervaardiging van de waterstofbom ter hand te nemen. Het was reeds lang bekend, dat zulks wetenschappelijk en technisch binnen het bereik van de Engelsen lag. Ten slotte