is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 10, 12-03-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I behoort de aarde J V -■ \ volheid. j \ Psalm 24 : 1 /

rijd enTaah

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE Ep..-frertTTAL IS M E

VERSCHIJNT 50 MAAL PEK JAAR 52STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 12 Maart 1955 No. 10 Redactie:

ds. J. J. Buskesjr. ds. L. H. Ruitenberg dr. J. G. Bomhoff

Redactie-Secr.: Roerstraat 48*

Amsterdam-Zuid Telefoon 724386

p/a dr. J. G. Bomhoff Vaste medewerking van

prof. dr. W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr. M. V. d. Voet

ds. H.J. de Wijs Mej. dr. M. H. v. d. Zeyde

peT jaarf ; halfjaar kwartaal fl,SOplus f 0,15 incasso. Losse nrs f 0,151 Postgiro 21876 i Getn.giro V 4500; Adm, bJ,V, De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdamse; Postbus 800

Geestelijke beïnvloeding

Steeds weer wordt de vraag gesteld, hoe men, als gelovige verkerend te midden van ongelovigen, invioed kan doen uitgaan op anderen. In het bijzonder vraagt men dit, wanneer het gaat om de doorwerking van het christendom in sociaiistische organisaties.

Deze vraag is actueel. Want tegenover hen, die steeds een protestantse of roomse organisatie eisen, staan anderen, die ofschoon géén socialist het toch wel mooi vinden, dat er protestanten en rooms-kathoiieken in de verschillende organisaties aanwezig zijn, want, zo zegt men dan, zij hebben daar een nuttige, d.w.z. evangelisatorische of missionaire invloed.

Is dat de reden, waarom zij lid zijn van een socialistische organisatie? En functioneert hun aanwezigheid werkelijk zoals hier verondersteid?

Ziehier de vragen, die wij te beantwoorden hebben. Zo oppervlakkig gezien, lijkt het wel eens, dat de betekenis van de werkgemeenschappen in de PvdA bijvoorbeeld maar ten aanzien van het NW en andere „moderne” organisaties zou hetzelfde te zeggen zijn ligt in het laten gelden van hun speciale, d.i. christelijke. gezichtspunten. Nietwaar: men vergadert niet meer op Zondag; men ontziet elkander beleefdelijk; men doet niets, wat de ander zou kunnen prikkelen. Een feit is, dat het anti-papisme door het lidmaatschap van rooms-katholieken van de PvdA niet naar buiten treedt. Anti-kerkelijkheid zal evenmin spoedig uitbarsten, Lees de klachten in „De Vrijdenker” over de PvdA.

Toch zijn dit, dieper gezien, bijproducten en helemaal niet zulke lovenswaardige, Wie lid van een niet-„christelijke” organisatie wordt om evangelisatie te bedrijven, of erger om de handen van anderen te binden, speelt een laf spel. Wie lid van PvdA wordt om, zelfs maar als nevenactiviteit eigen richting door te drukken, schaadt de zaak, waar het hem om gaat. Een Frans socialist moet gezegd hebben. „Als ze mij over God spreken, heb ik het gevoel, dat ze met een pistool op mij

afkomen.” Zo iets zegt een Nederlands socialist niet maar hy zou het terecht kunnen gaan zeggen, als hy bekeringsnesten of religieuze machtscentra in zyn omgeving zou ontdekken.

Wie, christen zijnde, lid wordt van een niet-christelijke organisatie, doet dit, omdat hy de zaak behartenswaard vindt. In ons geval: de zaak van een socialistische, democratische samenleving. De motieven, waarom men deze zaak de moeite waard vindt, zyn zeer verschillend. Van mens tot mens; van groep tot groep. Wie zich zelf onderzoekt, vindt een reeks van motieven en niemand is vreemd én aan de diepste én aan de zelfzuchtigste redenen. Het hart is een wonderiyk ding. Als ik denk aan alleen maar strikt verheven-zedeiyke motieven, dan duikt een duiveltje op en vraagt of die yver óók niet door een beetje wrok komt en een beetje geprikkeld wordt. Zo staat het met allen.

Wie als christen strijden gaat voor een veranderde maatschappij heeft precies zo zijn verheven en minder-verheven motieven ais ieder ander. En in vele opzichten vinden zij juist daarom elkaar,

Maar de evangelisatorische kracht dan? De christen is toch geroepen om getuige te zijn? Overal! Ja, getuige, geen samenzweerder; geen cellenbouwer. Hij is geen vijfde colonne van zijn kerk. Hij is inderdaad getuige, maar niet in de zin, die het christenvolk —> gedresseerd in het gevecht om macht vaak denkt. Hij is getuige middels de vragen, die hij stelt, de accenten, die hij legt, de trouw, die hij betuigt, de reserve, die hij houdt. Hij is géén ijveraar voor een speciale macht, geen propagandist voor een kerk. Hij twist niet met tegenstanders en hij draagt géén revolver bij zich.

Onlangs, in een discussie, vroeg een kennelijk christelijk-historisch man hoe men nu kon ontdekken, dat er christenen in de PvdA waren. Een boosaardig antwoord zou misschien af doende zijn geweest: hoe kan men merken, dat wij bijkans 20 eeuwen christelijke prediking achter de rug hebben? Dit antwoord is terecht

niet gegeven. Het enig mogelijke antwoord is een wedervraag: moet men dat merken op de wijze, waarop de christelijke partijen zo graag „het christendom” gestalte geven? Of is er ook een andere vorm van getuige-zijn, van geestelijke invloed mogelijk? Minder spectaculair, maar misschien beter door God te gebruiken?

Hierbij is te denken aan het feit, dat door deze moderne christenen de barrières, die de mens van thans op weg naar het christelijk geloof vindt, niet onoverkomelijk blijken te zijn. De barrières van conservatisme, machtsstreven, wereldsheidin-stichtelijke-vorm. Er kan niet genoeg gewezen worden op het feit, dat vele vervreemden van het religieuze leven het opnieuw de moeite waard gingen achten over geloofszaken te denken, toen zij ontdekten, dat christelijk genoemde stellingen en een christelijk geacht levenspatroon niet met het christelijk geloof dwingend samenhingen.

Het is zonder meer duidelijk, dat deze vorm van „getuige-zijn”, van geruisloze, onopzettelijke geestelijke beïnvloeding, samenhangt met een bepaald type van christen-zijn. Dit type vindt men vooral in de protestantse sector. Ik ben er niet zo zeker van dat rooms-katholieken deze wijze van „getuige-zijn”, van geestelijke beïnvloeding voldoende, of zelfs maar wettig achten. Zeker, er zijn tekenen, dat ook in r.-k. kringen reeds door het voortschrijden van de afval gezocht wordt naar nieuwe wegen; ontdekt wordt, dat een goed gesoldeerd harnas geen goede wapenrusting meer is. In Frankrijk weet men dat beter dan in Nederland. Die tekenen zijn er. Maar of ze ook krachten zullen worden? Wij moeten er rekening mee houden, dat een helder verstaan van deze nieuwe situatie wel eens ten gevolge kon hebben, dat alle r.-k. teruggeroepen worden naar hun stal. Vanwege de kansen, dat de geestelijke invloed ook omgekeerd werkt. Zie het mandement.

Zo dient er ten slotte op gewezen te worden, dat geestelijke beïnvloeding nooit éénzijdig is. Noemt men het risico dat iemand, door zijn aanraking met andersdenkenden, „afvalt”? Ik zou het zo niet willen noemen. In het woord „risico” ligt te veel angst voor gevaren. Waar mensen samenwerken voor een doel, is precies even veei en even weinig „gevaar” voor verandering van overtuiging als overal eiders, waar hij verkeert. De gevaren komen van elders. Zij zijn veel listiger, veel duivelser.

Maar een feit is het: wie samen-leeft, ondergaat ook het leven van een ander. Wij hebben er te zamen voor te zorgen, dat dit samen-leven dient om de ruimte te scheppen, die de mens nodig heeft om God te loven en te danken. Of hij daartoe komt, is een zaak, die niet in onze hand ligt.

L. H. R.