is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 11, 19-03-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merendeel der arbeiders lager zou moeten belonen dan de vakarbeiders (machinisten, electriciens) ging dat toch niet. Men kreeg ze voor lager loon blijkbaar niet. En het werk van een secretaresse, dat lager werd geklassificeerd dan dat van een typiste, moest toch hoger belbond worden, en het systeem werd daaraan aangepast. Zwart loon voor een bouwvakarbeider is geen resultaat van werkklassificatie maar van een arbeiderstekort. En een zeer bekwaam horlogemaker kan toch geen hoog loon bedingen ... etc.

Ik hoop dat deze pogingen om de mens te meten naast uw bewondering voor de volharding en de ingenieusiteit ook een flinke dosis ergernis oproepen. Niet ter veroordeling van deze pogingen, maar omdat wat ontbreekt bij al deze krampachtigheid. Namelijk, dat de mens ook nog volgens andere waardemaatstaven gemeten kan, moet, worden dan alleen als productiefactor. En dat deze pogingen, in de atmosfeer waarin ik ze zie, een duidelijke demonstratie zijn van de kapitalistische mentaliteit die ons leven doordringt. Een mentaliteit, die in feite alleen geïnteresseerd is in dat wat marktwaarde heeft. Wat dus verkocht kan worden, geld opbrengt.

Want hoewel hier en daar steels de poging om de mens tegen zich zelf te beschermen om een hoekje gluurt: het is toch voornamelijk de ontwikkeling van een methodiek om de mens in het productieproces, als productiefactor, goed te plaatsen Een methodiek, die op de achtergrond de wens koestert om toch vooral de goede producenten, de productieorganisatoren, heel goed te belonen. En de povere met een laag loon te bedenken. Beoordeeld volgens maatstaven, die in elk geval niet door de werknemer zijn uitgevonden.

Direct dringen zich een aantal vragen aan ons op. Waarom is de man, die géén Iste klas arbeider is, maar wél een Iste klas gezin heeft, minder „waard” (in loon) als een topproducent, die géén gezin vormde? (kindertoeslag probeert aan dit bezwaar tegemoet te komen).

Waarom verdient de man, die „in de olie” ging méér dan een bacterioloog? En ontvangt een handelaar in radiotoestellen, herinner u hoe en met welke prijzen we ze uit Duitsland ontvangen, heel veel meer weekgeld dan de man die ze maakt?

Waarom moet je voor hard studeren betalen, terwijl de handelaar in studieboeken wordt beloond?

Zonder veel inspanning kunt u uit eigen aanschouwen de rij vragen zeer veel langer maken. Alle uitsprekende, dat wij niet in een socialistische maatschappij leven.

Bij al de methoden, toegepast om de mens te meten, wordt één ding vergeten; ni. dat hij door zijn Schepper als een zeer waardevol wezen geschapen is. Los van het feit of hij winstgevend produceert of niet.

Indien wij bij werkklassificatle een cijferverhouding zouden krijgen waaruit blijkt dat de éne werkzaamheid door die bepaalde werker verricht, recht heeft op 10 maal zoveel punten als de activiteiten van de ander, dan zou men kunnen besluiten op een beloning die 10 maal zo hoog is. Vanwege het grote verschil. Stellen wij een fictief geval: A heeft 200 punten. B ont-

vangt er 2000. Maar stel dat de menswaarde op 10.000 punten wordt gesteld. Dat God ieder als geborene een 10.000 punten meegeeft, die de werkklassificeerder bij zijn punten moet optellen. Dan wordt de punten verhouding als volgt: A 10.200 punten, en B 12.000 punten. Dwz. bijna gelijk... En dan komt een andere waarderingsmethode tot gans andere resultaten.

Niet dat zij die zich met werkklassifica-

tie bezighouden een woord van ernstige kritiek verdienen. Maar wél bedoelt dit artikel een waarschuwend woord tot socialisten die met deze methodiek te maken krijgen. Want het gevaar dreigt dat onbewust neem ik graag aan langs een achterdeur weer oude liberaal-kapitalistische waardebepalingen toegang tot ons denken krijgen, die wij in onze socialistische strijd langzaamaan aan ’t verdringen dachten te zijn.

E. M. BETER

Denemarken in zorgen

De socialistische minderheidsregering in Denemarken maakt moeilijke dagen door. Het gaat niet goed met ’s lands economie. Ook vorig jaar waren er al vele problemen, die o.a. tot uiting kwamen in een voortdurend begrotingstekort. De maatregelen, die toen door de onlangs overleden premier Hedtoft waren genomen, hebben niet het gewenste effect gehad. Het is zelfs zo, dat de minister van Economische Zaken, Krag, voor dit jaar rekent op een verdere vermeerdering van het deviezentekort van een half milliard kronen.

Het is dus wel duidelijk, dat het zo niet verder kan.

Het probleem is, dat tegenover de productie en de export een te grote binnenlandse consumptie en import bestaan. Een oplossing van het vraagstuk ligt dientengevolge in een beperking van de binnenlandse consumptie, en een zo groot mogelijke uitbreiding van de export. Zo iets wordt uiteraard gemakkelijker neergeschreven dan verwerkelijkt. Het is voor de oppositie dan ook een geluk, dat juist de socialistische regering dit karwei moet opknappen; een karwei, dat ongetwijfeld haar populariteit, ook bij de arbeiders, zal schaden.

Alleen op grond van politieke voordeel, dat de oppositie in deze situatie ziet, is de kans aanwezig, dat de socialisten aan het bewind zuilen blijven. Zij proberen thans hun verantwoordelijkheid met de oppositie te delen, maar erg happig toont men zich van die zijde niet. De reacties in het parlement zullen uitwijzen, hoe de kaarten in werkelijkheid komen te liggen.

De maatregelen, die thans zijn aangekondigd volgen de lijn, die in soortgelijke gevallen algemeen wordt aanvaard. Vermindering van subsidies, o.a. op de melkprijs, verhoging van de tarieven van de overheidsdiensten (post, spoorwegen), en verhoging van de accijnzen. Aangezien er ontijdig iets van deze maatregelen is uitgeiekt, zijn de mensen in de afgelopen dagen hard gaan hamsteren. Veel haalt dat overigens niet uit, omdat nu bekend geworden is, dat de winkelvoorraden nog tegen de oude prijzen moeten worden verkocht.

Op deze manier "wil de regering ongeveer een milliard kronen aan extra-inkomsten verkrijgen en tevens de binnenlandse consumptie af remmen. Een extra-moeilijkheid vormt het loonbeleid. Bij de afgesloten

arbeidsovereenkomsten hebben de arbeiders hun loon aan het indexcijfer voor de kosten van levensonderhoud gebonden. Bij handhaving van dat systeem is het gevolg, dat de nieuwe belastingen in de lonen zouden moeten worden doorberekend. Erg aanlokkelijk is dat niet voor de regering, omdat dan al spoedig de situatie weer gelijk zou zijn aan die van thans.

Aan de andere kant is een indirecte loonsveriaging evenmin een attractief perspectief. Een socialistische regering zal ernaar streven, dat de arbeiders een reëel aandeel in het nationale inkomen behouden. Voor deze schier onoplosbare moeilijkheid heeft de minister van Financiën, Kampmann, nu een oplossing gevonden, die even ingenieus als baanbrekend geacht mag worden.

Hij wil de kostenstijging vergoeden door het uitgeven van obligaties. Het bedrag, dat de loontrekkers meer aan indirecte belasting zulien moeten opbrengen, wordt uitgekeerd in een staatsobligatie van een gelijk bedrag.

Naar schatting zullen er voor tweehonderd millioen kronen per jaar aan deze obligaties moeten worden uitgegeven. De uitloting is gesteld op te beginnen 1 April 1962 tot 1 April 1971. De rente zal gemakshalve tegelijkertijd met de uitloting worden vergoed.

Het spreekt vanzelf, dat het plan van minister Kampmann op heel wat critiek stuit. Het is weliswaar een aantrekkelijk ei van Columbus: De arbeiders worden in zekere zin gedwongen spaarders. Zij trekken een wissel op de toekomst. Zo dragen zij bij aan de noodzakelijke versobering die uiteraard in de eerste plaats van deze grote consumentengroep moet komen. De voorstellen vragen dus wel degelijk een opoffering.

De andere groepen evenwel voelen er weinig voor het aldus verkregen uitgestelde loon te sanctionneren. Zij wijzen erop, dat er ook op andere manieren, bijv. door versobering van de door de staat gefinancierde woningbouw, verdere bezuinigingen mogelijk zijn. Voorts acht men het dubieus, of verplaatsing van de lasten naar de toekomst wel een werkelijke oplossing geeft voor ’s lands problemen.

H. VAN VEEN