is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 20, 21-05-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De tragedie van de vlammende klewang

Een andere visie op Ambon, tevens antwoord aan de heer Riemens

„Van tijd tot tijd moet men zijn gemoed eens luchten, cd is het ook op gevaar af voor een pruik, een conservatief, een reactionnair oudgast in de dop versleten te worden...”

Mr. C. TH. VAN DEVENTER

De nazi-propagandisten hadden de valse gewoonte om steeds met nadruk te verkondigen dat er zo weinig Joden onder handarbeiders te vinden waren. Alleen in de beste baantjes, de intellectuele beroepen, de kunstenaarswereld en in de handel kon men Joden vinden, zo klonk het anti-semitisch geschal der nazi’s. Mer verzweeg echter de historische achtergrond die tot genoemd verschijnsel had geleid. Dat de Europese Joden hun heil in de vrije beroepen gezocht hebben en er zodoende een joodse traditie in de sector van het vrije beroep is ontstaan, is toch hoofdzakelijk te wijten aan het verbod dat in de gilden tijd aan Joden niet terstond een handwerkberoep uit te oefenen. Dit verklarende feit heeft men aan de goegemeente niet verteld.

Zo ongeveer is het ook met de Ambonezen gesteld. En daarom wil ik protesteren tegen de denigrerende titel „Door de eeuwen trouw aan de VOORRECHTEN” waarmee de heer Riemens in Tijd en Taak van 7 Mei j.l. de kwestie-Ambon meent te moeten kwalificeren.

De beroepen welke de Ambonees in Nederlands-Indië uitoefende lagen inderdaad op een ander niveau dan bijv. die der Javanen. Militairen, goeroes en administratief personeel heeft men voor de gehele Indische archipel grotendeels uit de Molukken gerecruteerd.

De Ambonezen hebben buiten hun geboortegrond een tussen- of bovenlaag in de sociale opbouw van Nederlands-Indië gevormd en daarmee en daardoor het Nederlands Gezag in belangrijke mate gediend en geschraagd. Maar zit hierin iets vernederends en zo ja volgens welke levensbeschouwing? En hoe is die situatie eigenlijk ontstaan?

In de vijftiende eeuw waren de Molukken bloeiende kruidnageltuinen. De peperdure specerijen maakten, dat in die dagen de Molukken voor Spanjaarden en Portugezen belangrijker gebied waren dan Java en Sumatra. De Hollandse kooplieden hebben de Portugezen uit de Molukken verdreven. Doch toen de VOC eenmaal vaste voet in de Molukken had, moest het specerijenmonopolie met alle middelen gevestigd en gehandhaafd worden.

Dat is dan ook gedaan. De bevolking mocht niet vrijelijk handel drijven en hun oogst tegen het hoogste bod verkopen. Men ging zelfs zover dat men bloeiende kruid-

nageltuinen liet afbranden en de aanplant aan stringente bepalingen onderwerpen (de z.g. Hongi-tochten). Door het optreden van onze voorvaderen is een rijke specerij en-cultuur ten gronde gericht en een volk een hoofdbestaansbron ontnomen.

Het geval wilde dat de Ambonezen temperamentvolle en moedige krijgers bleken te zijn en gevreesd in het klewang-vechten. Hierdoor heeft men de bevolking een nieuw bestaan kunnen bieden in dienst der Compagnie. De traditie die hieruit gegroeid is, blijkt in de revolutie-storm in Azië voor de Ambonezen noodlottig te worden.

In het boek over de Molukken van Gieben en Beversluis lezen we:

„Een zekere fierheid van houding kan het merendeel der bevolking niet worden ontzegd. Over het algemeen mist zij de vormelijke beleefdheid en wellevendheid de Indonesiër eigen, doch ook de geslotenheid en terughoudendheid die men elders ontmoet. De Molukkenbewoners zijn vaak ruw, luidruchtig, soms onaangenaam, ongemanierd, doch opener en vrijer voor hun mening uitkomende en ongedwongener!

Vertoevend in dit gewest, is men dan ook geneigd te geloven dat de bevolking ons hier nader staat dan elders in Insulinde en waar zij ons hun vertrouwen schenkt, meer dan anderen onze beschaving waardeert.”

Als men daarenboven bedenkt dat het cultureel-religieuze leven van de Ambonezen gedurende drie eeuwen gestempeld is geworden door een Nederlands christendom. Het christelijk denken van de Ambonezen was in hoofdzaak gefundeerd, net als in Nederland, op het onhoudbaar gebleken driesnoer: ~God, Nederland, Oranje”. Indien men dit in het oog houdt, valt het niet moeilijk te begrijpen dat de bliksemsnelle en uit mensenhanden gelopen ontwikkeling in Indonesië tot hevige spanningen en een complete noodsituatie van het Ambonse Volk heeft geleid. Dat een handejevoi intellectuelen direct heeft kunnen omschakelen terwijl de massa daar nog niet aan toe is, is een verschijnsel dat men overal elders precies zo kan waarnemen. Nu het driesnoer „God, Nederland en Oranje” voor de Ambonezen is weggevallen schakelen velen over op: „God, Tanah Ambon en eigen kracht”. Als ik goed zie dan geloof ik dat de Ambonezen daarom steun zoeken bij de oud-koloniale groeperingen omdat werkelijke steun en medeleven nergens anders te vinden zijn.

De tot leuze verheven hartekreet van de Ambonelzen: „Ambon moet vrij” is volgens mij theoretisch niet aanvechtbaar. Wil de heer Riemens het zelfbeschikkingsrecht wel voor Indonesiërs en niet voor Melanesiërs laten gelden? Of is de heer R. voorstander van geo-politiek? De grootte van het grondgebied beslist dan over het bestaansrecht van een staat. Maar dan moe-

ten we de souvereiniteit aan LUXEMBURG ontnemen.

Economisch kan de RMS zich niet bedruipen. Neen op het ogenblik niet. Toch zijn de economische mogelijkheden van de Molukken nooit uitputtend onderzocht. En als men de Ambon-kwestie binnen de Republik Indonesia wil oplóssen dan zal genoemd gebied een nieuwe economische heroriëntering en aanpak vereisen. Daarbij blijft de vraag of men ingeval van recht en onrecht het economisch motief mag iaten gelden. Als christen moet ik dat verwerpen. Onze regering voelt zich met de Ambonkwestie niet behaaglijk dat is aan alles te merken. Men vreest dat een te positief optreden van Nederland aan de kwestie-Ambon de schijn kan geven een Nederlands geval te zijn en dat wil men voorkomen.

In het regeringsstandpunt zit veel waars en ook veel oprechte twijfel, al geloof ik dat een eis tot volksstemming onder auspiciën van de V.N. toch zeker gesteld had mogen worden en gesteld kan worden.

Laat het volk van Ambon zich in vrijheid uitspreken, dan immers weet de wereld of de RMS een contra-revolutie van Nederlanders dan wel een spontane volksactie is. Mocht het onverhoopt blijken dat in de RMS werkelijk het volk van Ambon gesproken heeft dan is het beschamend dat we de roep om recht en vrijheid van een klein Aziatisch volk hebben laten verklinken. En de hulp van reactionnaire heren hebben overgelaten. Want eigenlijk zouden de socialisten in zo’n geval het hardst moeten roepen: „Ambon moet vrij”.

Zolang er geen volksstemming geweest is blijft de mogelijkheid bestaan dat Welter gelijk en Riemens ongelijk heeft. Van hetgeen ik zo heb waargenomen om en over Ambon, heb ik de indruk dat er achter de RMS een waarachtig vuur brandt. Misschien het enige vuur dat nog brand in de zielen van de duizenden Ambonezen. Al het andere is desillusie, verbittering, haat en wanhoop. Als ook dat laatste innerlijk vuur weg is, wat blijft er dan nog over?

De heer R. zegt in zijn eerder genoemd artikel: „Zo verblijven de Ambonezen van het Knil nu vijf jaar in Nederland, verdeeld naar organisatie en generatie.” Dit is maar ten dele juist. Een belangrijk deel van de Knil-Ambonezen is naar de Apris (het Indonesische leger) overgegaan. Qua waardering zijn ze daar een stuk beter geworden. De meeste onderofficieren kregen in de Apris de officiersrang.

En ondanks deze aanlokkelijke overgangsvoorwaarden kon het grootste deel van de Knil-Ambonezen die stap niet met hun geweten in overeenstemming brengen. Dus geen hang naar voorrechten zoals de heer R. suggereert doch een simpel gewetensconflict heeft hen naar Nederland gebracht. De Ambonezen die onder Nederlandse pressie naar de Apris zijn gegaan, bleken naderhand de felste Nederlandhaters te zijn. Kwam ik langs de tangsi van die groep, dan werden mij de grofste scheldwoorden naar het hoofd geslingerd en menig Nederlander heeft door een verkeerd reageren een behoorlijk pak slaag gekregen. Dit is allemaal erg triest, hoewel ik die houding van de in de steek gelaten mensen toch wel begrijpen kan.

Hoe meer ik over de kwestie Ambon nadenk, hoe beter ik besef dat er een positieve daad gesteld moet worden.

,Kan Nederland dan niet voordragen dat de Molukken een trustee-gebied van de V.N. wordt? Want beter dan in Nederland kan men de jonge Ambonese generatie, op het mooie Ambon, opvoeden en vormen tot een volk met nieuwe levensvisie en levenshouding. Mena Moeria. A. SNAAUW