is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 22, 04-06-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Vervolg van bladzijde 7)

Simone de Beauvoir, die in zekere zin hetzelfde thema behandelt als „Les malns sales” („Vuile handen”) van J.-P. Sartre, speelt ten slotte In de tijd vlak na de tweede wereldoorlog. Wij hadden toen ook nog „De vrije katheder”!

Daarenboven, en dit maakt de lectuur van dit boek niet alleen onthutsend, maar ook beschamend: onze intellectuelen leven veelal terzijde van de politiek. En zo ze zich er al voor Interesseren, Is het zelden met die warme bewogenheid, dat hartstochtelijke partijkiezen voor de misdeelden, dat de Franse Intellectuelen uit deze groep kenmerkt. Men kan zich In ons land sedert Gorter en Henr. Roland Holst, er geen voorstelling van maken, dat politiek een nobele hartstocht kan zijn, die harten kan breken. In de beste geschriften hierover die Ik In ons taalgebied ken: het latere werk van Menno ter Braak, opstellen van Sal Tas (Leiderschap en Intellect) en van J. de Kadt (Verdediging van het Westen: de intellectuelen en de Westerse beschaving) wordt dit vraagstuk: „De Intellectueel en de politiek” toch wel heel koel en quasl-academlsch opgelost In de zin van: „Hij moet eraan doen, maar met mate”. Ik bedoel met aan politiek doen door Intellectuelen niet: Kamerlid worden of pamfletten In brievenbussen stoppen. Het wil allereerst dit zeggen: dat men zich met de Ideeën van een partij Identificeert, en met zijn persoonlijk prestige die Ideeën steunt, (verg. S. Tas blz. 25). Mij Is liever de omschrijving van André Malraux: het Is de plicht van een Intellectueel om streng te oordelen over de realiteit. De waardigheid van het denken berust bij de weigering of bij de hoop, maar zelden bij de rechtvaardiging der werkelijkheid. In zo’n gedachte schuilt het heimwee naar een revolutie. Hoe hachelijk dit heimwee Is, toonde onlangs Albert Camus aan in' zijn „L’homme révolté” (De mens In opstand) maar het heimwee blijft, geboren uit de onrust over het lot der misdeelden In Europa en vooral daarbuiten, geboren uit de onvrede ook met de kapitalistische en reactlonnalre overmacht. Het Is In djepste zin niet eens de fatale keuze tussen Amerika en Rusland, die zich dan opdringt. Dat de schrijfster deze simplificatie der werkelijkheid niet dóór heeft, acht Ik een grief tegen dit boek. Maar veel meer beklemt het me, dat de communistische partij schijnbaar het monopolie heeft van een revolutlonnalr Idee en zo godsdienst en kerk wordt van Intellectuelen met als stichter de heUlge profeet der Intellectuelen, Karl Marx. Men kan hier alleen maar op antwoorden, dat het wellicht de plicht Is van de Intellectueel de huidige wereld zonder Illusies en goedpraterij te bekijken, en dat deze klare blik samen moet gaan met een warm hart, dat leeft bij de hoop op een verbeterde toekomst. Maar waarom zou dit actief vertrouwen alleen kunnen leven bij het revolutlonnalr sentiment van een ontaarde marxistische beweging, die van zijn volgelingen bijv. eist dat men over het feit van Russische concentratiekampen zwijgt, om niet In de kaart der reactie te spelen.

Over het andere thema van de roman moet Ik kort zijn. Ik bewonder de eerlijkheid van de schrijfster, die haar welbekende theorieën over de existentiële vrijheid, over de dubbelzinnigheid en relativiteit der ethiek, over de bevrljdlng van de vrouw, In deze roman aan een experiment met het leven onderwerpt en daarbij de gegevens niet vervalst. Het werd een beschamende les In eerlijkheid voor veel stichtelijke ro-

manschrijvers. Want... het experiment is voorlopig mislukt.

De absolute vrijheid van de liefhebbende vrouw voert tot waanzin of zelfmoord. En als ze er bijtijds van geneest? Het was makkelijk te voorzien, hoe het af zou lopen. Ze zou zijn als ik, als millioenen anderen; een vrouw, die in afwachting leeft van de dood, zonder nog te weten, waarvoor ze leeft”, (blz. 420). Dit naar aanleiding van een bijfiguur!

De hoofdpersoon zelf, Anne Dubreuilh ontsnapt nog net aan zelfmoord: „Ik ben toch niet doof! Misschien zal opnieuw iemand me roepen. Wie weet? Misschien zal ik eenmaal opnieuw gelukkig zijn. Wié weet?”

Met dit bescheiden optimistisch motief eindigt het boek. De lezer kan er het zijne bij denken... J. G. B.

DEUREN GAAN DICHT

In deze tijd zo heeft eens een zendingsman gezegd gaan overal in de wereld deuren dicht, die lange tijd open hebben gestaan om het Evangelie door te laten. Soms worden ze met een smak dichtgeslagen, zoals in China, waar in enkele jaren, na deze oorlog, duizenden zendelingen verdreven zijn, gevangen genomen of vermoord. Soms gaan ze langzaam, bijna geruisloos dicht.

In enkele gevallen blijft er in zo’n dichte deur dan nog een spleet open, een brievenbus; men kan er nog drukwerken binnenzenden of binnensmokkelen; voor de Bijbel en voor allerlei evangelisatielectuur bestaat er dan nog een mogeiykheid, die men wel de „papieren zendeling” noemt. In Indonesië is er ook zo’n deur bezig, langzaam dicht te gaan, heel langzaam en bijna onmerkbaar. Niet, dat zendelingen er geweerd worden, al zijn er wel meer moeilijkheden dan vroeger; neen, we bedoelen de deur die voor de papieren zendeling dichtgaat, doordat de kennis van het Nederlands afneemt. De ouderen verstaan en lezen het nog, sommigen zelfs beter dan hun huidige nationale taal, het Indonesisch. Maar de jongere generatie leert het niet meer op de scholen.

Nu is er, sinds 1920, een „Lectuurcommissie voor Kerk en zending”, die zich al deze 35 jaar heeft beijverd, Nederlandse tijdschriften naar Oost en West te sturen aan alle arbeiders in Kerk en zending, van allerlei kerkelijke richtingen, om te voorzien in hun enorm gebrek aan materiaal.

Deze Lectuurcommissie is voortdurend bezig, van ons overschot wat over te hevelen naar de plaatsen van gebrek: 1800 mensen in ons land zenden wekelijks hun gelezen tydschriften door naar 600'adressen overzee; een eenvoudige en goedkope vorm van hulp aan de naaste. En in de laatste 3 jaar worden er bovendien boeken gezonden: theologische boeken, commentaren, prekenbundels, kinderbijbels enz. Dat kan nu nog: nu nog zijn er voorgangers in die jonge kerken, die deze boeken kunnen lezen. Nu nog is er kans, ons grote reservoir aan wijsheid en kennis en geloof, dat in zovele boeken is opgetast, voor een deel over te brengen naar dorre streken, waar het nog tot een rijke oogst kan meewerken. Over enkele jaren is het te laat, dan is deze eenvoudige, goedkope hulp aan onze medechristenen daarginds niet meer mogelijk omdat ze dan alleen nog gebaat zullen zyn bij Indonesische lectuur, of wellicht Engelse, die wy niet kunnen verschaffen.

Waarom zult u dat boek van Stanley Jones, dat u toch niet meer leest, of die kinderbybel, nu uw kinderen groot zijn, of die Kleine Postille, en die Navolging van Christus, renteloos in uw kast laten staan, als het zoveel rente kan afwerpen aan de andere kant van de aardbol?

Stuur even een briefkaart met de titels aan mevr. C. Swaan—Koopman, Fesevurstraat 18, Deventer. zy zal u dadelijk antwoorden, wat u met uw boek (en) kunt doen.

(Overgenomen uit het Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk van Juni ’55).

LEESTAFELNIEUWS

André Parrot Op zoek naar een verzonken wereld serie Bijbel en Archaeologie, vertaald door dr. H. M. Matter. Woord vooraf van prof. dr. M. A. Beek, uitgaven G. F. Callenbach Nykerk 1955 ƒ 6.75 bij intekening op de serie, anders ƒ 7.50. De schrjjver van dit boek is hoofdconservator van het Louvre en heeft zelf de leiding gehad van Franse opgravingen in Mesopotamië. Daarenboven kan hij een heldere uiteenzetting geven en koestert hij een waar enthousiasme voor zyn wetenschap.

Ik vermeld dit alles zo uitvoerig, omdat er mee verklaard wordt, waarom dit zo’n uitstekend boek is. Het gaat over de opgravingen in het nabije Oosten; het beschrijft hoe daar door gezamenlijke inspanning van geleerden uit verschillende landen een verzonken wereld uit het oudste verleden geleidelijk ontdekt werd, het geeft een zeer leesbaar overzicht hoe deze oude geschiedenis gearticuleerd is en biedt verrassende uitzichten hoe deze onderzoekingen de historische betrouwbaarheid van de bijbel onderlijnen. Dit boek is een uitmuntende, zeer prettig leesbare inleiding. Er volgden er meer, want het is het eerste vari een serie. In uitzicht is gesteld een boekje over de zondvloed en de ark van Noach, van de toren van Babel, over Ninive, enz. Zonder beperking aanbevolen.

Dr. J. N. Sevenster Leven en dood in de brieven van Paulus uitgave Uitgeversmaatschappij Holland, A’dam. 135 blz. ƒ 5.25. Deel uit de serie Verkenning en verklaring, monografieën bij het N. Testament. Bij intekening op de serie ƒ4,50.

I Het is de gelukkige combinatie van wetenschap‘peiyke nuchterheid, ja degelijkheid en van beheerste vroomheid, die dit boekje voorrang piA boven veel enthousiaste verklaringen van ; brieven, waarin de schrijver zich vaak onopzette: lijk weliswaar, maar toch storend plaatst vifc IPaulus, wiens gedachten hij beoogt weer te geven. jWat Paulus over leven en dood dacht, wordt hier i uiterst zorgvuldig nagegaan en aangezien deze jthema’s by Paulus zeer centraal zijn, krijgen we zodoende een doeitreffende inleiding in I gedachten wereld. In zijn opvattingen, zowel over Ide authenticiteit der brieven, als over de stijleigenaardigheden, over de invloed van het Griekse denken als over de parousie (verwachting van Christus komst) is de schr. gematigd. Geen kritiek, maar wel enige spyt wil ik uitdrukken over het feit, dat de schrijver, die zo uitmuntend de leer van Paulus afgrenst tegen het denken van Paulus’ tijdgenoten, heel wat vager blijft, als het gaat over veel brandende kwesties, die de latere theologie meende te kunnen oplossen met behulp van Paulus’ brieven. Hy heeft zelf geweten, dat b.v. zijn laatste hoofdstuk wat teleurstellend is. Maar misschien mag men van bijbelexegese niet vragen, wat de dogmatiek in uitzicht stelt. In elk geval, wat Sevenster schrijft, is er des te degelijker antwoord. ]

J. G. B.

SCRIPTORIUM

Een reeks van eeuwige geschriften onder redactie van dr. K. F. Proost

Een boek dat om wel zéér goede redenen gerekend mag worden tot de „eeuwige geschriften” en dan ook in de Scriptorium-reeks werd opgenomen, is

Al-Ghaszali

DE REDDER UIT DE DWALING

Uit het Arabisch vertaald en toegelicht door Prof. Dr. J. H. Kramers. Gebonden ƒ4,50. Al-Ghazzali (ongeveer 1100 na Chr.), de grootste theoloog van de Islam, beschrijft in dit autobiografische geschrift zijn religieuze ontwikkeling. Reeds vroeg had hij zich losgemaakt van elk geloven op gezag en was hij zijn eigen weg gegaan. De „redding” vindt hij, na vele richtingen te hebben bestudeerd, bij de Mohammedaanse Soefi’s. Hij wordt de mysticus, die de bovennatuuflijke inspiratie ervaart als de bron van de universele waarheid.

„De Nederlandse lezer die van niets weet doch zich verdiept (echt: verdiept) in de getrouwe overzetting van de arabicus prof. J. H. Kramers en zich laat voorlichten door diens nawoord en noten, zal niet alleen een beschaving ontmoeten uit een tijd dat West-Europa nog maar net wat beschaving ging vinden, maar zal personalia van een beminnelijk man lezen en de lof van een ingetoomde mystiek... Een geschenk onder vrienden!

De Groene Amsterdammer

In iedere boekhandel verkrijgbaar

ARBEIDERSPERS

BON Aan de N.V. De Arbeiderspers, Afdeling Uitgeverij, Hekelveld 15, Amsterdam-C. Ik verzoek u mij te zenden via boekhandel: ex. Al-Ghazzali DE REDDER UIT DE DWALING a /4,50. Naamt Adres; Woonplaats: