is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 23, 11-06-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lodewijk van Mierop en de zijnen

Een toevallige opmerking, uit een gesprek opgevangen, vestigde mijn aandacht op het feit, dat 25 jaar geieden, op 13 Juni 1930, Lodewijk van Mierop stierf! Zijn naam zal men niet in encyclopedieën vinden. De herinnering aan deze ras-zuivere christenanarchist leeft slechts in een kleine kring voort. Zou mijn levensweg niet langs Soest, waar hij geruime tijd gewoond heeft, geslingerd hebben, wellicht zou de activiteit van deze man, de sfeer rondom zijn werk, mij vreemd zijn gebleven.

Het is jammer, dat niemand, behalve dan (en dan nog terloops) dr'. Rudojf Jans in zijn boek „Tolstoj in Nederland” (Brand, Bussum, 1952) tot nu toe een studie heeft gemaakt van wat zich aan sociale en geestelijke beweging in deze figuur geuit heeft.

Zeker, er zijn vele brochures, er zijn ingebonden exemplaren van „Vrede”, van „Rein Leven”. Maar nodig is, dat wij leren kennen wat de kern van de passie was van deze religieuze libertijn, deze asceet, deze strijder voor zaken, die mislukten. Deze strijder voor idealen, die hun practische bruikbaarheid niet konden bewijzen maar die toch van invloed bleven zelfs na teleurstellingen.

Lodelijk van Mierop werd geboren op 1 Januari 1876. In een Rotterdamse houtkopersfamilie, financieel levenskrachtig, stond zijn wieg. Maar waarom was hij vroeg al recalcitrant tegen het onderwijsstelsel; wat bewoog hem op 18-jarige leeftijd een der oprichters te zijn, samen met prof. v. Rees en dr. S. Birnie, van de Algemene Nederlandse Geheel Onthouders Bond? Waarom zwenkte hij van Leiden, waar hij wisen natuurkunde studeerde, over naar Amsterdam, om daar aan het doopsgezind seminarium theologie te gaan studeren? Voor een jaar slechts, om dan de practijk van de sociale activiteit in te gaan. Het

was dezelfde tijd, waarin de oprichters van de Blijde Wereld Bruins, Winkel verontwaardigd huiverden om de achterbuurten in Leiden, om het lot van de arbeidersklasse.

Maar terwijl zij, de latere SDAP’ers, de weg van het geduldige werken en het sociaal-economlsch omvormen der maatschappij zochten, trokken Lodewijk van Mierop en de zijnen waaronder ook Friese predikanten als S. C. Kijlstra en A. de Koe felle consequenties. Zij verwierven zich grond in Blaricum en vestigden daar hun anarchistische kolonie. Tolstoj, maar vooral de Doechobortsen waren hun ten voorbeeld. Deze laatsten, een groep in Rusland vormend onder beïnvloeding van quakers en mennonieten, zijn christen-anarchistisch. Zij worden reeds in 1805 genoemd, weten zich tot het einde der 19e eeuw te handhaven. Dan, onder invloed van Tolstoj, worden zij consequenter: zij schaffen het privaat-bezit onder elkaar af, zij roken en drinken niet, noch eten zij vlees; zij weigeren de Tsaar de eed en de krijgsdienst. Slechts de machtige stem van Tolstoj redt hen van complete vernietiging en in 1899 vertrekken 7500 van hen naar Canada. Zij reizen via Nederland en Engeland. Hun geschiedenis wordt bekend aan de jonge opstandige mannen, die met de wereld geen verbond willen sluiten.

Zij, ds. De Koe, ds. Kijlstra, ds. Klein en vooral Lodewijk v. Mierop leven drie jaar in Blaricum, waar de Vereniging Internationale Broederschap een anarchistische kolonie stichtte. Drie jaar slechts zal zij bestaan. De haat der bevolking, tot kookpunt gebracht door lasterverhalen tijdens de staking van 1903, leidde tot malversaties. Dit was kennelijk te veel. Kijlstra wordt

weer predikant, De Koe gaat de richting van de volksontwikkeling uit, maar Lodewijk V. Mierop blijft, als de meest consequente, te zamen met Felix Ortt, doorvechten voor een wereld, waarin een liefde gloeit, die alle dingen nieuw maakt. Hij betaalde dit met zijn persoon.

Nu is het merkwaardig, dat veel van wat hier gesteld werd, ook buiten de enge, kleine kring indruk maakte. Bruins bleef Tolstojaanse trekken bewaren. In de kring der rode SDAP-dominees zal de discussie met de bebaarden, de manchester-dragenden van Blaricum weliswaar tot afwijzing leiden, maar toch niet zonder invloed zijn. De consequentie, de daad, het eenvoudige van het evangelisch gebod bleef lokken, ook buiten de kring van engere geestverwanten.

Op welke gebieden was Lodewijk v. Mierop en zijn kring actief? Hem noemen, betekent niet de anderen voorbij te zien. Felix Ortt bijv. was op het gebied van het vegetarisme en de anti-vivisectie zeker actiever dan V. Mierop. Maar deze laatste was bewogener, feller, schuwde geen enkele tegenstand, scheen deze eerder, strijdvaardig, te zoeken.

Als wij de verschillende gebieden nagaan, dan merken wij, dat de werkingssfeer ongelijk is, afhankelijk van de aard van het gebied.

Men kan zeggen, dat theologisch het christen-anarchisme geen onderwerp van discussie meer is. De vereenvoudiging van het christendom tot Bergrede, en de verwijding dan weer tot een geestelijke wet, die te vinden is in alle rijpe godsdiensten, wordt niet meer aanvaard.

Evenzeer, althans in Nederland, is het pogen tot het stichten van een communistisch werk- en leefverband herhaald. De omvorming van de maatschappij wordt verder langs sociale en economische wegen gezocht.

Het punt, waar v. Mierop in het bijzonder voor ijverde. Rein Leven, is van de kaart. Tenminste in deze vorm. Wél is groter „zuiverheid” op dit gebied bereikt, maar meer in de zin van het natuurlijke, dan van het geestelijke. Maar het dualisme van geest en vlees, dat hem dreef, is onaanvaardbaar.

In 1906 vervult hij een spreekbeurt in-Den Haag. Daar richt hij zich tegen Ellen Key, een der voorvechtsters voor sexuele hervorming. Hij zegt: „Volgens mij liet zij nog te zeer de factor der sexuele liefde binnensluipen in de hof der geestelijke plantengroei.” Voilé..

Anders staat het met twee andere punten, die eveneens in de kring-v. Mierop telkens en fel aan de orde kwamen en die toch wel met het vorige samenhingen, nl. de strijd om een beter schoolwezen en tegen het militarisme.

Het werk in Blaricum verdween... behalve de school, die oorspronkelijk opgericht werd voor de kinderen der kolonisten, maar ook na de catastrofe zich handhaafde als „Humanitaire School”. Met die van Ligthart (die op verschillende punten, althans in zijn levensgevoel, overeenkwam met deze kring) was deze school het eerste teken van een nieuwe dageraad op onderwijsgebied. Jonge, idealistische onderwijzers D. L. Daalder, Cor Bruyn, Johan Toot werden daér vastgehouden, gevormd.

Nu, 50 jaar later, is er misschien nóg progressiever onderwijs hier of daar te vinden. Maar daar en toen was het baanbrekend.

Vervolgens: ieder weet, hoe de strijd tegen het militarisme voortgaat. Ofschoon de persoonlij k-revolutionaire weg van de dienstweigering minder gekozen werd, dan Lodewijk v. Mierop hoopte en wenste, is de houding tegenover, het inzicht in het mili-

THUISREIS »

Ik kwam ter schuurdeur ingegaan, daar, in onwerelds licht.

stond aan de muur een bundel graan, erneven hing de zicht.

Wat spraken aan de witselwand de sprakeloze twee?

rijpe aren, met een glans omrand en blank gewette snee?

Mijn hart voelde ik hamerend slaan: Eén zalig ogenblik

zag ik de minderende baan van dit mijn sterjelijk ik.

IDA G. M. GERHARDT.