is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 28, 16-07-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De lOste Juli 1944 in twee Duitse films

Nog geen drie maanden geleden is men in Berlijn en in München begonnen met de opnamen voor een film over de gebeurtenissen, die tot de aanslag op Hitler, op 20 Juli 1944, hebben geleid. „Met de opnamen voor een film...?” ’t Werden meteen twee films! Twee films van tegen elkaar concurrerende bedrijven!

Typisch tajereel uit de aanslag op Hitler, een illegale groep wordt opgerold

Ernst Harnack, neef van een der na 20 Juli ’44 terechtgestelden en Günther Weisenborn, een der leiders van de socialistische verzetsgroep „Rote Kapelle”, zijn met de éérste film „De aanslag op Hitler” begonnen. En wanneer men objectief beide films ziet, komt men tot de conclusie, dat dit werk van Harnack de voorkeur verdient boven de andere in München onder regie van Pabst vervaardigde film „Dit gebeurde op 20 Juli”. Waarom?

In deze tragedie van de verwarring, die ook de 20ste Juli 1944 tot een noodlottige mislukking maakte, zijn toch wel verschillende ideeën en groepjes, politieke, reiigieuze en wijsgerige ideologieën te herkennen. Een film over de twintigste Juli moet vooral moeite doen, niet zo zeer het buitenland, maar de Duitsers duidelijk voor ogen

te stellen, dat deze lieden geen smetteloze helden, maar ook geen idioten waren.

„Dit gebeurde op 20 Juli 1944” beperkt zich tot deze dag zelf; zodoende wordt uiteraard op elk technisch detail de nadruk gelegd (hetgeen in filmaesthetisch opzicht ook voordelen voor de regisseur kan opleveren); al die bijzonderheden achter elkaar echter gaan een soortement schiet- en moord-story vormen, omdat hier de ontwikkeling dit tót die dag heeft geleid, ontbreekt.

In „De aanslag op Hitler” ziet men bijv. vrij uitgebreid, hoe de SS werkt... en de illegale „Rote Kapelle”... men hoort discussies van „sociale monarchisten” en een lid van de „Kreisauer Kreis”. Nu zijn discussies niet bepaald geschikt voor een functionele film. Maar in een film over het Duitse verzet hebben discussies een uitermate belangrijke functie. Men ontkomt dan ook niet aan de indruk, dat de uit Berlijn afkomstige film „De aanslag op Hitler” gaver en zuiverder is dan „Dit gebeurde op 20 Juli”.

Hiermee wil niet gezegd zijn, dat de laatst genoemde film romantiserend en overdreven zou zijn. Ook zij is tamelijk sober. Maar toch werkt zij meer als een (politiek getint) sensatieverhaal.

Natuurlijk kan een man als Pabst, regisseur van „Dit gebeurde op 20 Juli 1944”, niet zó achter de mannen van die 20ste Juli staan als Harnack en Weisenborn. Pabst heeft, terwijl von Stauffenberg, Yorck, Leber, Gördeler, Haubach en hun kameraden discussieerden over de door hen te volgen weg, terwijl zij de aanslag voorbereidden en pleegden, films gemaakt, onschuldige films weliswaar; maar zijn „Komedianten”, „Paracelsus” en (ontstaan in 1944!) „Meine vier Jungens” werden in Duitse bioscopen tijdens de oorlogsjaren vertoond; hiertoe was in eerste instantie de ondersteuning van Goebbels nodig.

Opmerkeiijk zijn in de film van Pabst enkele regievondsten; goed zijn begin en einde met de muur met kogelgaten... de taferelen met de exercerende soldaten... de autorit van von Stauffenberg naar het hoofdkwartier van Hitler (met bijzonder suggestieve muzikale illustratie)... en nog andere bijzonderheden.

Merkwaardig is, dat de door beide regisseurs uitgekozen acteurs van uiterlijk minder romantisch en veel minder scherp zijn dan de door hen gespeelde mannen; ik denk

bijv. aan von Stauffenberg, von Treskow en Beek.

Tot de niet zo talrijke goede berichten uit Duitsland behoort de mededeling, dat juist „Canaris” en „De generaal van de duivel” ondubbelzinnig anti-fascistische films grote successen zijn; hoogstwaarschijnlijk zal ook de films over de twintigste Juli 1944 een groot succes zijn beschoren.

Goed is dit bericht. Beter zou het zijn, wanneer de Duitsers uit die films de les zouden trekken, dat zij, misleid door misdadigers, zelf tot de misleiders zijn gaan behoren slechts enkele jaren geleden en dat dit geen tweede keer kan en mag ge-

beuren. H. WIELEK

foon. Dit wat nasaal klinkende instrument, dat uitstekend geschikt is om uiteenlopende emoties uit te drukken, viert samen met de virtuoos bespeelde trompet triomfen. Op een langspeelplaat – Emarcy MG 26026, prijs ƒ 17,40 – heeft Mercury een aantal saxofoonvirtuozen, zoals Coleman Hawkins, Tab Smith en Don Byas verenigd onder de titel „Holiday in Sax”. De voortreffelijke kwaliteit van deze plaat stelt u in staat om een goede indruk van deze muziek te krijgen en ervan te genieten.

Dezelfde firma brengt eveneens op een langspeelplaat een zeer boeiende keuze uit de nog steeds gevierde „be-bob”-stijl. De naam is al even nietszeggend als het ontstaan willekeurig. Een troepje jazz-muzikanten zit bijeen en probeert nieuwe variaties, technische zowel als melodische te vinden. Ze stoten op een oud middel de menselijke stem die zij instrumentaal gaan gebruiken. Zij zingen dus geen woorden, geen tekst, maar zo’n beetje pam, pam, of in het Amerikaans: be-bob-be-be-bob. Een nieuwe stijl volgt. U, ernstige lezer, schudt uw wijze hoofd? Neem de moeite eens om deze plaat te beluisteren. U zult moeten toegeven dat „The young at bop” (Emarcy MG 26001, prijs ƒ 17,40) een bijzonder boeiend specimen van deze muziek is.

Beide platen munten uit door een voortreffelijke keuze van werken en musici, en zijn technisch onverbeterlijk. En als u er met de beste wil van de wereld geen waardering voor op kunt brengen, wel koop ze dan voor uw opgroeiende kinderen; zij zullen ervan genieten. A. v. BIEMEN

Een gedenksteen op het graf van dominee Dirk Bakker

Zaterdagmiddag 2 Juli. De wijzers van de oude Huizumer dorpskerk wezen nog maar nauwelijks half drie, toen de eerste belangstellenden reeds de begraafplaats aan de voet van het kerkje betraden. Om drie uur immers zou prof. Banning een gedenkteken onthullen. Een gedenkteken, geplaatst op het graf van dominee Dirk Bakker, die een aantal jaren in deze kerk het Evangelie had gebracht op de hem eigen wijze. Banning zou dat doen als voorzitter van een kleine commissie van vrienden van ds. Bakker. Dank zij de gaven van zeer velen was deze commissie in staat geweest de gelden voor deze steen bijeen te brengen. Geen wonder, omdat velen in hun hart de dankbare herinnering meedragen aan deze man, die een lichtend spoor had getrokken in kerk en partij, op het terrein der drankbestrijding en in de kringen van de AG.

Een brede haag van belangstellenden zag om goed drie uur een kleine groep mensen