is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 29, 23-07-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEESTAFELNIEUWS

OVER HET HUWELIJK

N.a.v. Ernst Michel Het Huwelijk. Een anthropologie van het geslachtelijk samenzijn. Vertaald door dr. T. J. Langeveld—Bakker, uitgave G. F. Callenbach, Nijkerk 1955, 265 blz. ƒ8,90.

Men is het er algemeen tegenwoordig over eens, dat het huwelijk een crisis doormaakt. Nu is dit een bewering, die gemakkelijk aan thee- en bittertafel gelanceerd kan worden, maar waarvan het niet zo eenvoudig is de nauwkeurige waarheid te achterhalen. Het woord „crisis” wordt vaak verkeerd verstaan. Het betekent niet zonder meer een wantoestand, maar veel meer wijst het op verandering, wijziging van de oorspronkelijke gegevens, die een nieuw onderzoek, een nieuw en fris begin noodzakelijk maken. De crisis in het huwelijk bedoelt dus eigenlijk niets anders dan dat het huwelijk van tegenwoordig anders verloopt dan vroeger en dat dit vragen op werpt. Voor mensen, die overtuigd zijn dat vroeger alles goed ging, is daarmee natuurlijk de kwestie uitgemaakt. Als het anders is dan vroeger, dan is het in hun ogen ook slechter. Maar als we deze denkfout vermijden, dan weten we, dat elke crisis een opgave betekent, niet meer en niet minder.

Men wijst op het grote aantal echtscheidingen. Ook hier dreigt een zelfde misverstand. Men kan principieel tegenstander zijn van echtscheidingen en toch menen, dat uit een toeneming van de echtscheiding nog weinig volgt. Immers er zijn tijden geweest, waarin, ook als het huwelijk radicaal kapot was, man en vrouw wrokkend bijeen bleven, omdat ze niet anders konden. Het is niet zeker, dat zo’n toestand voor hen beiden, voor hun kinderen, beter is dan openlijke erkenning, dat een huwelijk stuk is. Er zijn tijden geweest, waarin men aan de echtelijke samenleving zulke minieme eisen stelde, waarin speciaal de mannelijke arrogantie zo groot was en de mannelijke vrijheid zo ruim, dat er in feite zelden aanleiding tot echtscheiding aanwezig was. Een tijd, die hogere eisen aan het huwelijk stelt, zal aanvankelijk een toeneming vertonen van het aantal huwelijken dat beneden de norm blijft.

Het bovenstaande bedoelt niet de huwelijkscrisis te kleineren, daar is ze te diepgaand voor; het bedoelt slechts aan een voorbeeld te laten zien, dat een juiste benadering vereist is en dat deze per se niet bestaat in een krampachtig terugzien naar het verleden.

Er verschijnen tegenwoordig veel boeken over sexuele voorlichting; ze zijn blijkbaar een goudmijntje voor de uitgever. Ze beweren alle te voorzien in een dringende behoefte en ze ontlenen hun bestaansrecht aan diezelfde huwelijkscrisis. Ons weekbiad brengt er regelmatig verslag van uit, maar de aandachtige lezer heeft bemerkt, dat we lauw blijven. We erkennen de noodzaak van een juiste voorlichting, erkennen ook, dat er in het verleden heel wat aan gehaperd heeft, maar we verwachten niet zo heel veel van een biologisch-nauwkeurige beschrijving der geslachtsorganen en van hun functionering. Onze grote grief tegen dit soort boeken is, dat ze het sexuele feit isoleren uit zijn menselijk verband. Een volmaakte sexuele techniek is nog lang geen garantie voor een goed huwelijk. En dan zwijgen we nog maar over het onvermijdelijke misverstand, dat liefde tussen man en vrouw en sexualiteit doet samenvallen, of de liefde te verklaren poogt uit de sexuele aantrekking.

Wat we nodig hebben is een nieuwe doordenking van wat het huwelijk eigenlijk is, een loskomen van eeuwenoude vooroordelen, een duidelijke visie op de geheel andere maatschappelijke omstandigheden, waarin het huwelijk nü functioneert. Een ernstige handicap daarbij is, dat wat wezenlijk en bijkomstig is, moeilijk gescheiden kan worden en dat ook de grote christelijke traditie in wezen hier zo zeer tijdgebonden blijkt, dat haar leer opnieuw geformuleerd dient te worden. Pogingen daartoe ontbreken niet. De R.-k. Kerk beschikt over de encycliek „Casti connubii” (1930). De Ned. Herv. Kerk bracht in 1952 een zeer uitvoerig herderlijk schrijven. Een diepgaand meningsonderscheid kwam hierbij naar voren, een onderscheid dat heel de leer van het huwelijk doortrekt en dat tot een andere waardering voert van zulke practische en actuele vraagstukken als echtscheiding, geboortebeperking, enz.

Heel kort geschetst komt het onderscheid hierop neer: ofschoon de formulering van „Casti connubii” een kleine aarzeling vertoont (men leze hierover het aangehaalde boek en prof. v. d. Berg in zijn voorwoord) houdt de R.-k. Kerk vast aan haar overtuiging, dat het eerste doel van het huwelijk is de voortbrenging van kinderen, terwijl de Hervormde Kerk als hoofddoel voorop stelt het liefdevol samenzijn van man en vrouw of in de termen van het huwelijksformulier: dat man en vrouw elkander „trouwelijk helpen en bijstaan in alle dingen, die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren.”

Voorzichtig en diepzinnig doordenkend op de aarzelende formulering van de encycliek is de r.-k. Duitse filosoof en theoloog Ernst Michel, kennelijk

geen priester maar leek, tot een doorwrochte beschouwing van het huwelijk gekomen, die geheel en al in de hervormde lijn ligt, die dan ook prompt door Rome op de Index werd geplaatst en die nu door een protestantse vrouw uitstekend vertaald, bij een protestantse uitgeverij in Nederland verschenen is. Er is reden om met dit boek heel blij te zijn. Niet dat het een bestseller zal worden. Daar is het te moeilijk voor. Michel is een Duitser en zijn iets te plechtige en omslachtige taal kon ook door de kundige vertaalster niet helemaal doorzichtig gemaakt worden. Voeg daarbij, dat de kwesties, waar het in dit boek om gaat, razend moeilijk zijn, dat elke schrijver over deze zaken talloze voorzorgen moet nemen, om niet misverstaan te worden en dat speciaal deze schrijver zeer belemmerd werd doordat hij, waarlijk niet tot zijn genoegen, zich moeizaam moest distanciëren van de leer, zoals die in zijn Kerk verkondigd werd.

Geheel dit boek werd zodoende een moeizame, maar vaak heerlijke ondekkingstocht op het terrein der scheppende liefde tussen man en vrouw, een verkenning van de gevaren, waaraan deze liefdevolle ontmoeting tussen man en vrouw blootgesteld is, een verovering van de nieuwe waarheid, dat het samenzijn van man en vrouw met de daaraan verbonden zinsverrukking zonder enig bezwaar aanvaard kan worden.

In de visie op de crisis van het moderne huwelijk doet zich zodoende a.h.w. een kleurschifting voor: een uitzicht wordt geboden dwars door alle actuele narigheden heen, op een schoner en meer Godbevolen leven in liefde, als in vroegere tijden mogelijk scheen. Ik hoop dat dit boek gelezen wordt door de velen, die het aankunnen. Ik hoop ook dat zij de inhoud ervan doorgeven. Critiek er op heb ik niet, tenzij dat de schrijver misschien niet altijd de neiging onderdrukt heeft om de waarde der vormelijke en juridische bindingen te kleineren. Er is te veel geschreven over rechten en plichten. Michel concentreert zich op de vrije ontplooiing der liefde volgens haar eigen wetten en hij meent te kunnen volstaan met aan te tonen, hoe elk onechte ontmoeting zich zelf straft. Gelijk heeft hij, maar mensen als wij nu eenmaal zijn, staande voor de ongelofelijk zware opgave van het huwelijk, kunnen wij nu eenmaal niet helemaal missen de leuning der wet. De afgrond mocht ons eens duizelig maken.

J. G. B.

DÊ BOEKVINK

Litteratuur in miniatuur

Nel Noordzij

OM EN ON

Omvang 72 blz.

In 1954 publiceerde Nel Noordzij haar eerste bundel gedichten, ,Bij nader inzien’, en in Juni van dit zelfde jaar werd haar de eerste prijs toegekend in de radioprijsvraag voor korte verhalen, uitgeschreven door de redactie van de Vara-rubriek ,Met en zonder omslag’. Poëzie en proza worden dus beide door de schrijfster beoefend, in beide gevallen met een resultaat dat in hoge mate de aandacht verdient. De bundel ,Om en om’ bevat gedichten én korte verhalen van haar hand. Hoezeer haar poëzie en proza ook naar den aard verschillen, zij zijn de uitingen van een en dezelfde persoonlijkheid, die de lezer aldus op boeiende wijze langs twee verschillende wegen kan benaderen. Dit is des te beter mogelijk, daar de sclirijfster zich een geschoold psychologe toont met markante gedachten, die zowel haar gedichten als verhalen op een geheel eigen wijze infiltreren.

Prijs ƒ 1,90 In iedere boekhandel verkrijgbaar ARBEIDERSPERS

BON Aan de N.V. De Arbeiderspers, Afdeling Uitgeverij, Hekelveld 15, Amsterdam-C. Ik verzoek u mij te zenden via boekhandel: ex. Nel Noordzij OM EN OM è, ƒ 1,90 Naam: Adres: Woonplaats:

BENTVELD NIEUWS

WONEN EN LEVEN

Een vacantiecursus in Bentveld (bij Zandvoort) van 13—20 Augustus 1955.

Het gevoel van ..thuis zijn” beginnen we kwijt te raken, zegt professor Van den Berg in een rede, omdat we de „verte” zijn kwijt geraakt. De wereld is zeer klein geworden en het verre is ons eigenlijk niet zeer vreemd meer. Daarom is de hang naar het eigene ook minder bij de moderne mens. Thuiszijn heeft een heel andersoortige inhoud gekregen dan in vroeger tijden.

Toch trekken ook deze vacantie de velen uit het eigen milieu naar de verte, die meer of minder ver kan zijn. Misschien dat dan juist als we er op uitgetrokken zijn dat huis, dat we zo gewoon zijn gaan vinden, in een ander licht komt te staan. Het vanzelfsprekende van het wonen verdwijnt en we kunnen ineens beseffen, dat wonen en leven een zeer persoonlijke zaak is, dat het, zoals iemand het uitdrukt, „de wijze van zijn is in deze wereld.”

Daar bewust over te denken is de bedoeling van deze vacantiecursus. Wat is wonen nu eigenlijk; hoe woon en leef ik in mijn huis; hoe geef ik de eigen vorm aan de ruimte, die ik bewoon?

Programma:

Levensstijl en wonen. Hoe geven we vorm aan onze woning? (woninginrichting 0.1. v. ir. C. de Wit). Moderne schilderkunst. Het kiezen van wandversiering en siervoorwerpen. De gebruiksartikelen in ons huis. De kunst van het leven in onze woning. Koopmotieven. We leven en spelen met onze kinderen.

Sprekers: Mevrouw Tuci Alons, dr. A. L. Janse de Jonge, ds. P. M. Mentzel. mevrouw E. J. Wilzen—Bruins, ir. C. de Wit e.a..

Verder staan op het programma: een concert, een excursie naar het Stedelijk Museum in Amsterdam en een excursie naar Rotterdam (tentoonstelling van het moderne massameubel in Europa). Er blijft ook nog tijd over om te genieten van duinen en strand.

Leiding: Ds. en mevrouw F. M. Mentzel—van Aken en de heer en mevrouw R. Riphagen—Schol.

Kosten: ƒ37,50; ƒ4o. of ƒ42,50 per persoon; echtparen ƒ7o.—; ƒ75. of ƒBo.—; kinderen: 4 t.e.m. 11 jaar ƒ2o.—; 12 t.e.m. 14 jaar ƒ3o.—. Excursiekosten zijn over het algemeen niet in deze prijzen begrepen.

OP ZOEK NAAR ZEKERHEID IN EEN ONZEKERE WERELD

Een zomercursus met dit thema wordt te Bentveld gehouden van 20—27 Augustus 1955.

De mens heeft in de vorige eeuw en in het begin van deze eeuw gemeend, dat hij de dingen in zijn macht begon te krijgen. De natuur begon hij in zijn macht te krijgen; haar bedreigingen werden steeds minder naar zijn mening. Ze werd middel en materiaal en verloor het geheimzinnige. De sociale en wetenschappelijke „vooruitgang” ging door.

Maar in onze dagen is die door onze techniek beheerste natuur op een merkwaardige wijze ons opnieuw vreemd geworden en daarmee opnieuw een dreiging. Daarbij beseffen we, dat het vooral zit in ons zelf, dat de mens als het ware de macht over zich zelf verloren is. Een ander feit is, dat ondanks alle sociale vooruitgang en de daaraan vast zittende verzekeringen de zekerheid bepaald niet groter is geworden. Overal bespeuren wij een groeiende onzekerheid in de moderne mens. Dat uit zich op allerlei gebied en vertoont zich in vele facetten. Daarom meende de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers, dat het goed zou zijn een vacantiecursus aan de vraag naar zekerheid te wijden.

Programma:

Inleiding op het thema. De noodzaak van sociale zekerheid. Psychologische achtergronden. Wordt de persoonlijke verantwoordelijkheid bedreigd door de sociale zekerheid? Levenszekerheid in humanistisch perspectief. Zekerheid vanuit het geloof.

Sprekers: J. J. A. Berger, ds. W. Knoppers, drs. S. G. Lijftogt, dr. G. M. Nederhorst en mr. H. J. B. Waslander.

Verdere programmapunten: excursies, spel, muziek, terwijl ook tijd overblijft om te genieten van strand en duinen.

Leiding: mejuffrouw ds. W. H. Buijs en dr. A. van Biemen.

Kosten: ƒ37.50, ƒ4o. of ƒ42.50 per persoon; echtparen: ƒ7o.—, ƒ75. of ƒBo.—; kinderen: van 4 t/m 11 jaar ƒ2O.—, van 12 t/m 14 jaar ƒ3O.—. Excursiekosten zijn niet bij deze prijzen inbegrepen.