is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 30, 30-07-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoogtepunt van na-oorlogse kunst: Een film

De Provinciale Staten van Gelderland, lees ik zojuist in een dagblad, hebben afwijzend beschikt op het voorstel van Gedeputeerden, 5000 gulden subsidie te verlenen aan de Stichting Filmweek Arnhem. Over het algemeen meende men, dat de culturele waarde van de tegenwoordige films daartoe geen aanleiding gaf.

Een beschamend en dom besluit. Het gaat hier immers niet om „de tegenwoordige films”. Tijdens deze week werd in Arnhem voor de eerste keer o.m. „LA STRADA” („De Weg”) vertoond. Alleen al deze film is het waard op alle mogelijke wijzen te worden ondersteund. De „culturele waarde” van deze éne film staat verre boven die van het allergrootste deel van é,lle na-oorlogse kunst. Bijna alles wat ons de literatuur en het toneel van de laatste jaren heeft gebracht, heeft in aesthetisch en ethisch opzicht minder betekenis en waarde dan deze Italiaanse film. Gelukkig voelt zelfs het bioscooppubliek de bijzondere grootheid van dit werk aan; zo wordt het bijv. maanden achtereen in drie bioscopen te Parijs dag in dag uit vertoond.

„De Weg” van de 34-jarige regisseur Federico Fellini is een kunstwerk zoals er maar weinige gemaakt künnen worden, omdat het onaantastbaar volmaakte schaars is.

Welke „weg” wordt hier bedoeld? De weg van drie zwervers, drie buiten de normen en het normale staande mensen, die het lot op een gegeven ogenblik tot elkaar heeft gevoerd en die met elkaar „verbonden” blijven. Op deze weg volgt het meisje Gelsomina, dat door de boeienkoning Zampanö van haar moeder werd gekocht, deze brute en dierlijke man. Op deze weg ontmoeten zij de koorddanser Matto, de gek, die zo heel anders is dan de krachtpatser Zampanö en hem plaagt, zo maar... totdat hij door die ander gedood wordt. Op die weg van ellende en vernedering verlaat het meisje haar heer en meester geen ogenbilk. Gehoorzamer dan een hond is zij; een eend is zij, en hij de jager... Ach, zij is niet goed wijs... Zij wordt door vele en veel tegenstrijdige gevoelens beheerst, die het embryonale begin nog niet te boven zijn gekomen, die haar verwarren en haar telkens weer in het clowneske doen vluchten. Zij weet zich geen raad met deze man, die voor haar de wereld betekent. Maar toch..., zij houdt van hem. Hij gebruikt haar. Hij misbruikt haar. Hij lacht haar uit, hij slaat en schopt haar. Zijn slaaf is zij, waar men niet naar omkijkt.

Het meisje Gelsomina (Uit „De weg")

„Niemand heeft me nodig,” dat weet ze wel. En „wat doe ik op deze wereld?” vraagt ze. Doch zelfs een steen op de weg is niet... niets, vertelt Matto haar lachend en dansend. Hij zegt het, hoewel hij niets geeft om de aarde en het aardse. Hij, de koorddanser, is de hemel nabij; hij, de nar, in wie het meisje het onvoorstelbaar-andere bewondert.

Maar wanneer Matto door de woeste bruut gedood is, grijpt de verwarring nog feller naar Gelsomina; als een hond jankt zij, die niet begrijpen kan, dat de man die zij moet volgen, de man die haar heeft ontroerd, het leven heeft ontnomen.

En de moordenaar laat haar die in slaap is gevallen, liggen op de besneeuwde weg en trekt verder van kermis naar kermis, van kroeg'naar kroeg. Totdat hij jaren later het melodietje hoort, haar wijsje, dat zij zo vaak, opgedirkt als clown, op een trompet heeft gespeeld... Behalve het liedje hoort hij de mededeling, dat Gelsomina ziek is geworden en dood is gegaan.

Het laatste, het éérste beetje menselijkheid bevrijdt zich uit zijn boeien. Als een bezetene gaat hij in de kroeg te keer... en als een hoopje vodden valt hij in elkaar in het zand, nabij de onverschillige zee. De zee, waar hoe lang geleden! de weg met haar is begonnen. Kreunend beseft hij, dat hij van haar heeft gehouden. Zelfs hddr leven is niet vergeefs geweest...

Dit is het verhaal. En ik weet, dat hiermee niets is gezegd. Ik ben mij er van bewust, dat woorden te kort schieten, om het fiimwerk „La Strada” dat ons de lijdensweg van een mens doet zien, naar waarde te schatten. Woorden schieten te kort. Waar de fiim een hoogtepunt bereikt heeft en inderdaad autonome filmkunst is geworden, kan zij slechts moeilijk met het woord worden benaderd. Zeker kan men de beelden en het reëel-droomachtige karakter van „La Strada” analyseren. Zeker kan men er op wijzen, hoe zeer de eenvoudige muziek (van Nino Rota) hier op haar plaats is. Zeker kan men het hebben ook over het voortreffelijke scenario, geschreven door Fellini en Tullio Pinelli. Zeker mag in geen geval de prestatie van de acteurs, voornamelijk die van Giulietta Masina, die het meisje speelt, worden vergeten. En men zou er aan toe moeten voegen, dat men na Dreyers „Jeanne d’Arc” geen film heeft gezien, waarin op zo fascinerende wijze een regisseur van een kinderlijk-vrouwelijk gelaat gebruik heeft gemaakt. Giulietta Masina, echtgenote van regisseur Fellini, weet, dat hij haar heeft gevormd. Zoals Greta Garbo door Stiller, Mariene Dietrich door von Sternberg, Peter Lorre door-Fritz Lang,

en de hoofdfiguren in „Fietsendieven” door De Sica werden gevormd.

En onze moderne cultuur werd mede gevormd door het werk van drie kunstenaars, die begonnen zijn als zwervers en nimmer hebben opgehouden zwerver te zijn; Vincent van Gogh, Maxim Gorki en Charlie Chaplin. Ook Fellini heeft in zijn jeugd tot het volkje van de kermisreizigers behoord. Nadat hij oorspronkelijk scenarioschrijver zijn medewerking aan belangrijke films als „Paese” en „Rome open stad” heeft verleend, is hij nu wereldberoemd geworden met „La Strada”, zijn meesterwerk, een film over zwervers. Zij zijn het geheel en al en toch fungeren zij ook als vertegenwoordigers van het buiten-maatschappelijke en het boven-maatschappelijke. Verloren staan zij in de schepping: de beest-man, het niet begrijpende clownmeisje, de koorddansende zot. Zij allen zijn willozen; daarom voltrekt zich aan hen het drama van hun noodlot.

Is „La Strada” een drama? Alléén een drama? Het ontroert ons ongemeen door zijn zuiverheid (zuiverheid van vorm, dus ook van sfeer, en zuiverheid van thema). Maar niet alleen de tragiek, ook de aan deze tragiek gebonden humor, ontroert ons. Weinig moderne kunstwerken kunnen deze diepe ontroering wekken.

„La Strada” is klaaglied én loflied, dat, in de beeldentaal der film, onze gevoelens en onze gedachten niet zo gauw loslaat...

H. WIELEK

„TRADITIE EN VERBONDENHEID VAN DE EUROPESE MENS”

27 Augustus tot 3 September

op Kasteel Oud Poelgeest.

Van 27 Augustus tot 3 September organiseert de Stichting Oud Poelgeest een belangrijke jongerenontmoeting „Traditie en verbondenheid van de Europese mens”, toegankelijk voor alle jongeren van 18—35 jaar.

Voor de volgende onderwerpen zijn als sprekers uitgenodigd; „Das Menschenblld in Marxismus und der Europaische Mensch, Pfarrer G. Pohl uit Berlijn. „Heeft Europa’s traditie nog kracht voor de toekomst?” dr G. van Bruggen.

„Wordt integratie het nieuwe levenspatroon?” de heer K. A. Mayer, redacteur NRC.

„Wat zeggen wij onze jongeren, die een nieuw cultumpatroon in gaan?” mevrouw Dirkse-Bresters. Nadere inlichtingen zijn te bevragen op Kasteel Oud Poelgeest te Oegstgeest.

„HET INTERNATIONALE ETHOS”

5 tot 12 September op Kasteel Oud Poelgeest.

Van 5 tot 12 September heeft een Duits-Nederlandse studentenontmoeting plaats, die vooral bedoeld is voor de jonge „intelligentia”, zij die het voorrecht hebben (gehad) zich door universitaire studie te verdiepen in de achtergronden van het culturele en maatschappelijke leven. In de ontmoeting der volken is grote behoefte aan een internationale ethos een geestelijke basis waarop wij elkander kunnen vinden om te zamen de spelregels weer vast te stellen.

Voor de volgende onderwerpen zijn als sprekers uitgenodigd:

„Internationales Ethos”; „Duits deskundige. Ethos der Europaischen Integration” mr. A. W. Kist. „Die Lage Deutschlands” Duits deskundige „Die Lage Hollands” dr. K. E. H. Oppenheimer. Beide conferenties hebben plaats op Kasteel Oud Poelgeest te Oegstgeest, alwaar ook nadere gegevens te verkrijgen zijn.