is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 30, 30-07-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De conferentie van Eisenhower

President Eisenhower is altijd zuinig geweest met zijn krachten als diplomaat. Waarschijnlijk omdat hij zich wel bewust is van zijn beperkte gaven op dit terrein. Hij geeft er meestal de voorkeur aan zich zo weinig mogelijk bezig te houden met zaken, die anderen voor hem kunnen regelen.

Dat wil echter niet zeggen, dat de Amerikaanse president geen belangrijke figuur is. Met alle critiek, die er op hem wordt geoefend (voornamelijk wegens de vele zaken die hij niet behartigt) blijft er toch bij de beoordeling van hem een batig saldo over, dat wij ten onrechte wel eens over het h(X)fd willen zien. Eisenhower is nl. op overtuigende wijze de man die vrede wil en samenwerking tussen de volken. Enige keren heeft hij tijdens zijn loopbaan daarvan blijk gegeven. Ditmaal heeft hij te Genève een uitgelezen kans gevonden om zijn oprechte en praktische vredeswil tegenover de communistische wereld te belijden. Waarschijnlijk is dit het belangrijkste feit van de conferentie, want door zijn overtuigende woorden heeft hij in de eerste plaats bijgedragen tot het creëren van de sfeer van wederzijdse redelijkheid, die voor de volgende onderhandelingen onmisbaar is. De ondiplomatieke woorden van Eisenhower, die Dulles rillingen hebben bezorgd en Eden menigmaal de wenkbrauwen hebben doen optrekken, hebben tot gevolg gehad, dat dit de conferentie van Eisenhower is geworden. Ongetwijfeld zal het de Russische leiders nu duidelijk zijn geworden, dat Amerika ondanks al zijn bases om het Russische gebied heen, beslist geen oorlog wil. Dat is dan een winstpunt, niet alleen vanuit Russisch standpunt, maar ook voor velen in het Westen, die in het verleden wel eens verontrust zijn geweest door de agressiviteit van de Amerikanen. Er is in het laatste jaar kennelijk zoveel veranderd in de Verenigde Staten, dat Eisenhower zich gebaren als nu gedaan kan veroorloven.

Het was te voorzien, dat de besprekingen niet meer dan een opklaring van de atmosfeer ten "gevolge zouden hebben. Het eigenlijke werk moet nu volgen. Dat wil zeggen, de ministers van Buitenlandse Zaken zullen in de komende maanden (en waarschijnlijk jaren) de mogelijkheden van ontwapening, Duitse hereniging, economische ontwikkeling en wat daar al mee samenhangt verder moeten aftasten. Behalve dat zij nu wat gemakkelijker met elkaar kunnen praten, is er nog niets bereikt.

Wel Zijn er enige veronderstellingen uit de wereld geruimd, zoals die dat de Sowjet-Unie bereid zou zijn in ruil voor neutraliteit de Duitse hereniging mogelijk te maken. Er is duidelijk komen vast te staan, dat de Russen geen haast hebben met een herenigd Duitsland. De veiligheid in Europa gaat voor. Het bekend worden van dit feit, waarmee de Westelijke militaire adviseurs (die reeds lang van mening waren dat Rusland uit strategische overwegingen Oost-Duitsland voorlopig niet zouden willen prijsgeven) gelijk krijgen, kan ten aanzien van de Duitse politieke verhoudingen alleen maar verhelderend werken. De positie van Adenauer moet er wel sterker door worden. Zijn komende bezoek aan Moskou verliest het hachelijke, dat het eerst voor hem inhield. Er zullen geen verrassingen komen.

Hoe beslist de Russen in dit opzicht zijn, wordt duidelijk uit het bezoek, dat premier

Boelganin daags na de conferentie aan Oost-Berlijn heeft gebracht. Het was nodig het Russische standpunt daar onmiddellijk toe te lichten. Hij heeft dat gedaan uit propagandistisch oogpunt met de nodige verdraaiingen.

Een ander feit van belang is, dat ook deze Russische afvaardiging die toch bepaald niet onrepresehtatief kan worden genoemd regelmatig met Moskou ruggespraak moest houden. Wijst dit erop, dat een vrij uitgebreid „team” op het ogenblik in de Sowjet-Unie regeert? Het zou te rijmen zijn met de functiewisselingen van het afgelopen jaar (o.a. Malenkow), die niet zoals vroeger te doen gebruikelijk was door vervolging, gevangenschap of terechtstelling zijn gevolgd. Wellicht verklaart deze noodzakelijke ruggespraak ook het in het geheel niet reageren op Eisenhowers opmerkelijke aanbieding, dat de Russen op basis van wederkerigheid blauwdrukken kunnen krijgen en foto’s kunnen maken

van de Amerikaanse militaire bases. Dit voorstel kwam te onverwacht om er een standpunt voor klaar te hebben. Overigens is het jammer, dat dit gebaar nu niet de kans heeft gekregen, die het verdient.

Vrijwel iedereen heeft bij de opsomming van de resultaten gewezen op de waarde van de particuliere besprekingen. Of in die gesprekken nu ook concrete aanknopingspunten voor het verdere overleg zijn gevonden, blijkt nergens uit. Het slotcommuniqué geeft elke partij een beetje zijn zin en is daardoor eigenlijk nietszeggend geworden. De waarde van die gesprekken moet dan ook wel voornamelijk liggen in de daarbij gegeven toelichtingen op de diverse standpunten. Elr zal meer wederzijds begrip zijn ontstaan.

In de komende maanden zullen wij zien, in hoeverre deze goede wil blijvend is. Dan zullen immers de werkelijke besprekingen beginnen tussen de ministers van Buitenlandse Zaken. Als Dulles en Molotow, die tot dusverre keihard tegenover elkaar hebben gestaan, en tussen wie elke discussie vrijwel zinloos was, dan tot werkelijk overleg komen, is er meer mogelijk.

H. VAN VEEN

LEESTAFELNIEUWS

W. van lependaal: Madame Pedasco; serie ABCboeken uitgave Arbeiderspers, A’dam 1955. 277 blz. ƒ 1.25.

Dit is de derde, omgewerkte druk van „De dans om de rinkelbom”. Het verhaal van armoedzaaiers, die door de nood min of meer geprest, een grootse zwendelpraktijk beginnen en tenslotte toch nog goed terechtkomen. Het verhaal is afwisselend genoeg voor vacantielectuur, en er zullen wel lezers zijn, die de kakelbonte stjjl van de schr. waarderen. Van lependaal kent de rauwe, maar schilderachtige volkstaal op zijn duimpje. Ik verdenk hem ervan die taal ook zelf te kunnen fabriceren, maar hij maakt er m.i. een te overvloedig en gemakkeiyk gebruik van. Verhaal en stijl zijn beide te opzettelijk.

Ab Visser: Het achterdeurtje; serie De Boekvink. Uitgave Arbeiderspers, A’dam 1955. 88 blz. ƒ 1,90.

Zo’n klein boekje met tien verhalen. Je neemt het in je binnenzak mee en geniet ervan: op reis, in de vacantie. Heeft men het tiende verhaal uit, dan begint men weer met het eerste, want dit is het aantrekkelijke van een verhaal boven een roman: men kan het meer dan eens lezen; het is er mee als met een vers. Als het goed is, onthult het niet ineens zijn kwaliteit. Deze verhalen, de exotische, zowel als de inheemse, zijn goed; geestig en vlug verteld, ieder met een typisch verrassend slot, voornaam van sfeer-aanduiding. Een enkele zou zich ook goed lenen om voor te lezen in gezelschap, aan uw vrouw. We lezen te weinig korte verhalen. Hier is uw kans.

B. Blijstra: Hoogtevrees; serie De Boekvink. Uitgave Arbeiderspers, A’dam 1955. 79 blz. ƒ1,90.

De verhalen van Ab Visser waren goed-vertelde anecdotes. Ik wil ze daarmee niet kleineren, maar wat Blijstra in dit boek biedt is grootser en dieper. ledere deskundige kan u vertellen, dat Blijstra In ons land dè novelle-schrljver Is. In dit boekje staan twee van die novellen: „Hoogtevrees” en „Een schot in de bergen”, allebei verhalen, die in de bergen spelen. Zo’n bergtocht wordt door de schr. uiterst deskundig behandeld en is voor hem meer dan decor, integrerend deel van het verhaal. De andere componenten van het verhaal zijn de karakteristiek der personen, de verholen levenswijsheid, de verrassing van opbouw en slot. Wie dit boekje leest zal weten, dat hij met grote en in ons land zeldzame kunst te maken heeft.

Piet van Aken: KUnkaart. Serie de Boekvink. Uitgave Arbeiderspers, A’dam 1954. 54 blz. ƒ 1,90. De sociale bewogenheid, waarmee de Vlaamse schrijver Piet van Aken hier de schrijnende geschiedenis vertelt van een elfjarig meisje, dat voor het eerst naar de steenfabriek gaat, is daarom zo doeltreffend, omdat ze nergens opzettelijk naar voren komt, maar als grondaccoord aanwezig blijft en door khnkt in dit schijnbaar achteloos, realistisch verteld verhaal. Een haast ondraaglijke beklemming

overvalt u, speciaal doordat de verborgen zinspelingen op het sexuele, door het meisje nauwelijks begrepen tenzü als somber dreigement, het verhaal naar zijn fataal einde sturen. Deze vertelling is aanklacht en afrekening in enen.

F. Apol: Achter tralies; studies met tekeningen van Annie Apol. Uitgave De Beuk, A’dam z.j. (1955). 46 blz. ƒ0,60.

De tekeningen zijn goed, de drie verhalen verdienstelijk als imitatie-Kafka. Zodra echter de ondefinieerbare atmosfeer van Kafka ontbreekt, waardoor zijn vertelling een extra afmeting krijgt; de lezer heeft het gevoel er zelf bij betrokken te zijn rest siechts van een Kafka-verhaal het griezel-element. Apol laat de lezer griezelen; hij doet dat doeltreffend, maar hij doet niets anders.

Anne Frank: Het achterhuis; uitgave Contact, A’dam 29e druk 1955 (eerste druk 1947).

In veertien landen is dit boekje nu verschenen.

Het is zo eenvoudig: een Joods meisje van veertien jaar houdt in haar onderduikperiode een dagboek bij, dat plotseling eindigt als zij met haar familie opgehaald wordt. Ze overlijdt in Bergen-Belsen. Het schijnt dat de wereldpers dit dagboek allereerst heeft gewaardeerd als een zeldzaam psychologisch document van het rijpend meisje. Dat is het ook en als zodanig mag niemand, die met opgroeiende meisjes te maken heeft, het zich laten ontgaan. Voor mij blijft het nochtans allereerst een der meest aandoenlijke oorlogsdocumenten. Dat mensen dat elkaar kunnen aandoen! Mevr. Romein —Verschoor vond er een prachtige regel voor: „Zoals die kleine dappere geranium daar heeft staan bloeien en bloeien achter de geblindeerde ramen van het achterhuis.”

Lord Bussel of Liverpool: De gesel van het hakenkruis. Een korte geschiedenis van de oorlogsmisdaden der Nazi’s. Vertaald door Jan Vrijman. Uitgave De Bezige Bij, A’dam Z.J. (1954), 283 blz. ƒ 8,90.

Dit is een boek, waar men maar liever het zwijgen toe doet. De schr., een adellijk en hoogstaand juridisch adviseur bij de processen tegen Duitse oorlogsmisdadigers heeft dit ook te horen gekregen. Zijn superieuren stelden hem voor de keuze: of het boek niet publiceren of zijn hoge positie prijsgeven. Hij deed het laatste. Het boek komt dan ook werkelijk ongelegen, ten tijde n.b. der Duitse herbewapening. Sensationeel is het boek niet, gechargeerd evenmin. Het is sober en zakelijk en slechts nu en dan breekt door de proces-verbaalstijl een menselijke stem. Het boek registreert slechts de misdaden van het Duitse nazi-regiem: twaalf millioen moorden, voorzichtig getaxeerd, en hoe die uitgevoerd werden. Er is over dit afgrijselijk stuk geschiedenis schrijnender geschreven, ook diepzinniger, maar dit boek voldoet door zijn volledigheid en betrouwbaarheid. Wat doen we er mee? Hitslecthur tegen het Duitse volk? Och, nee! Pacifistische propaganda? Dan schiet het zijn doel voorbij. Vergeten dan maar? Dat nooit. En om de slachtoffers, en om de beulen niet! Ja, dit boek ver-