is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 32, 13-08-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j den Heef I behoort de aarde I en haar \ volheid. Psalm 24 : 1 /

Tyd en Taah

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 52STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 13 Augustus 1595 No. 32

Redactie: ds. J.J. Buskesjr. ds. L. H. Ruitenberg ds. J. G. Bomhoff Redactie-Secr.: Roerstraat 48®

Amsterdam-Zuid Telefoon 724386 p/a dr. J. G. Bomhoff Vaste medewerking van prof. dr. W. Banning J. Hulsebosch

H. van Veen dr. M. V. d. Voet ds. H. J. de Wijs Mej. dr. M. H. v. d. Zeyde e.a.

[bonnement per jaar f 5, ; halfjaar f 2,75; kwartaal f 1,50 plus f 0,15 incasso. Losse ms j 0,15; Postgiro 21876; Gem.giro V 4500; Aén. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

EEN NIEUWE POLITIEK

Graag zou ik Banning naar aanleiding van zijn artikel in het vorige nummer van Tijd en Taak enkele vragen willen stellen. Banning rekent met de mogelijkheid, dat op de Conferentie van de Grote Vier een wending ten goede is gemaakt ter voorkoming van een derde wereldoorlog, niet omdat de leiders der internationale politiek tot het pacifisme bekeerd werden, maar omdat de consequenties van de nieuwe vernietigingswapens in de sfeer van de praktische politiek zijn doorgedrongen.

Banning meent verder, dat allen, die op zedelijke en godsdienstige motieven de oorlog veroordeeld hebben, thans geroepen worden, de politieke leiders, die het nieuwe tijdperk inluiden, in naam van het ontwaakte wereldgeweten te gaan steunen. De ernst van een mogelijk nieuw tijdperk in de internationale politiek, gericht op het voorkomen van oorlog, dwingt in het bijzonder de strijders voor de vrede tot zo groot mogelijke zedelijke en politieke steun aan de leiders der volken.

[ Met nadruk vraagt Banning ten slotte aan de vrienden van Kérk en Vrede, of de nieuwe situatie er hen niet toe roept, hun zedeiijke en godsdienstige verontrusting om te zetten in politieke arbeid, in positieve en critische steun aan die politiek, die aan het nieuwe tijdperk gestalte tracht te geven. |

Persoonlijk ben ik er nog niet zo van overtuigd, dat een nieuw tijdperk aan de deur klopt. Banning zelf heeft ook zekere twijfel. Dat blijkt wel uit dat éne zinnetje: „Ik zal niet al te veel mijn scepsis ten toon spreiden.” Ik vermoed, dat mijn scepsis groter is dan de zijne. Ook ik ben echter bereid, mijn twijfel niet te veel aan het woord te laten, omdat Ik mij met Banning verheug over elke wending ten goede ter voorkoming van een derde wereldoorlog. Mijn vragen aan Banning zijn een reactie op zijn vraag aan ons, de vrienden van Kerk en Vrede. Ik ben één van die vrienden. Banning wil, dat wij onze zedelijke en godsdienstige verontrusting omzetten in politieke arbeid en in positieve en kritische steun aan die politiek, die aan het nieuwe tijdperk gestalte tracht te geven. Hij is bereid, zijn vraag nader toe te lichten.

Mijn eerste zeer dringende vraag aan Banning is, die toelichting inderdaad te geven, omdat ik anders niet in staat ben, zijn vraag aan ons te beantwoorden.

Natuurlijk ben ik het met hem eens, dat wij, als het maar even mogelijk is, onze zedelijke en godsdienstige verontrusting in politieke arbeid om moeten zetten. Dat betekent volgens Banning, dat wij de politiek, die aan het nieuwe tijdperk gestalte geeft, moeten steunen.

Welke politiek is dat? Die vraag moet ik stellen, omdat zijn artikel in dit opzicht, althans voor mij niet duidelijk is. Toen wij nog verkeerden in het stadium van de koude oorlog, die kon omslaan in een hete, móesten wij volgens Banning aanvaarden, dat er een splitsing was in het kamp van hen, die de oorlog op zedelijke en godsdienstige gronden wilden voorkomen. Banning noemt drie groepen: 1. De leden van Kerk en Vrede; 2. de voorstanders van de militaire aaneensluiting van het Westen; 3. zij, die deze aaneensluiting accepteren, maar weerstand bieden aan de zelfverzekerde ideologie daaromheen.

Hoe moeten deze drie groepen de politieke leiders, die het nieuwe tijdperk inluiden, in naam van het ontwaakte wereldgeweten gaan steunen? Banning moet toch weten, dat de voorstanders van een sterke militaire aaneensluiting van het Westen groep twee ervan overtuigd zijn, dat, als er met de Russen gesproken kan worden, dit alleen te danken is aan het militaire apparaat, waarover het Westen beschikt en dat er daarom geen sprake van kan zijn, het gevaar van een derde wereldoorlog af te wenden anders dan door de handhaving en de versterking van dat militaire apparaat.

Heelt Banning in Het Vrije Volk en Het Parool andere klanken gehoord? Ik geloof, dat de vrienden van Kerk en Vrede bereid zijn, positieve steun te geven aan wat Banning een nieuwe politiek noemt, maar dan moet dat waarlijk een nieuwe politiek zijn, een vredespolitiek, die de vrede niet langer ziet als een heel ver einddoel, dat alleen bereikt wordt door voort te gaan op de traditionele wegen, maar als uitgangspunt, als het kenmerkende principe van de weg, die thans moet worden ingeslagen.

Het is mijn overtuiging, dat er in de wereld krachten werkzaam zijn, die het draagvlak van zo’n vredespolitiek kunnen steunen, die ons in staat zullen stellen, de traditionele wegen te verlaten en nieuwe wegen in te slaan.

De hoofdthema’s van die nieuwe politiek zijn zo heeft dr. De Graaf, de voorzitter van Kerk en Vrede, het gezegd leven of vernietiging en gerechtigheid of bestendiging van het kolonialisme. Tot op dit ogenblik wordt ons nog steeds op het hart gebonden, dat het hoofdthema is: vrijheid (Amerika) of totalitaire staat (Rusland). Dr. De Graaf noemt verder als waardevolle elementen van die nieuwe vredespolitiek: 1. vrede, 2. coëxistentie, 3. existentie, 4. gesprek, 5. verzoening. Tot nog toe was bewapening het enige element van wat wij in het Westen vredespolitiek noemen. I

Persoonlijk ben ik geneigd de vraag van Banning aan de vrienden van Kerk en Vrede bevestigend te beantwoorden, indien het inderdaad zijn bedoeling is, dat er in Europa en Nederland een en ander verandert. Als onze regering en onze politieke partijen zich blijven voortbewegen op de traditionele wegen, dat wil zeggen, als groep twee de marsroute bepalen blijft, moet ik zijn vraag ontkennend beantwoorden. Dan is het ons onmogelijk Gods zegen over deze politiek te vragen en haar positief te steunen. Dan zullen wij ons tegen haar blijven verzetten, omdat het geen nieuwe, maar alleen oude politiek is. Wij kunnen alleen steun geven aan de leiders der volken en aan de politiek, die aan het nieuwe tijdperk gestalte tracht te geven, indien wij dat, zoals Banning terecht opmerkt, mogen doen in de naam van het ontwaakte wereldgeweten. |

Banning besluit zijn artikel met deze woorden: „Als een nieuw tijdperk aan de deur klopt, ook van ons hart, mogen wij niet te klein blijken door vasthouden aan het verleden. Zeker niet nu, aan een verleden met zulke verschrikkingen.” Mijn vraag is: Zal de nieuwe politiek, over welke Banning het heeft, inderdaad een nieuwe politiek zijn? Indien hij deze vraag bevestigend beantwoordt, kan hij het dan met mij eens zijn, wanneer ik zeg, dat het niet de oude politiek van groep twee mag wezen?

Met heel mijn hart zie ik uit naar de> tijd, waarin ik ook de buitenlandse politiek, van de PvdA steunen kan. Op het ogenblik kan ik dat niet en kan ik dat ónmogelijk,; omdat ik de politiek van groep twee d« voorstanders van de militaire aaneenslui-i ting van het Westen en de herbewapeaingi van Duitsland —■ onmogelijk als vrede»-