is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 34, 03-09-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/mcs / den Heer I behoort de aude I en haar \ volheid. \ Psalm 24 ; 1 2

füd en Tauk

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME VERSCHIJNT 50 MAAL PE-R JAAR 52STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 3 September 1955 No. 34

Redactie: ds. J.J. Buskes Jr. ds. L. H. Ruitenberg ds. J. G. BomhofF

Telefoon 724386 p/a dr. J. G. Bomhoff

Vaste medewerking van prof. dr. W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr. M. V. d. Voet

ds. H. J. de Wijs Mej. dr. M. H. v. d. Zeyde e.a.

per j aar ƒ 5,—; halfjaar ƒ 2,75; kwartaal f 1,50 plus f 0,15 incasso. Losse nrs f 0,15; Postgiro 21876; Gem.giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

Om een nieuwe politiek in een nieuw tijdperk

Voor zover mij als enkeling dat mogelijk is, wil ik graag proberen om de vragen van Buskes naar concretisering van wat ik in mijn artikel in T. en T. van 6 Augustus heb aangeduid, te beantwoorden. Ter wille van de duidelijkheid zal ik dat puntsgewijze doen, maar laat daaraan een algemene opmerking voorafgaan. Buskes stelt: de nieuwe politiek mag niet de politiek zijn van degenen die de militaire bewapening van het Westen hebben opgevoerd. Ik zou mij bij deze opmerking kunnen aansluiten op verschiliende gronden, maar heb dan tegelijk het gevoel, dat wij het ons te gemakkelijk maken. Want met evenveel recht kan gesteld worden: de nieuwe politiek mag het deel van gelijk aan de kant der Westerse verdediging niet verwaarlozen. Wie verdedigt, dat het thans bereikte moment nl. de algemene erkenning, dat een derde wereldoorlog zelfvernietiging der mensheid betekent mede bereikt is door de versterking van de Westerse militaire macht, heeft naar mijn mening sterke feiten aan zijn kant. Intussen: voor het gesprek, dat wij thans moeten voeren, is dit niet het belangrijkste: wij zoeken naar de inhoud van een nieuwe politiek, die zoais gewoonlijk in de voortgang der geschiedenis waarheidselementen van oude tegenstellingen op nieuwe wijze verbindt.

Willen wij daarbij uit verantwoordelijkheidsbesef realistisch blijven, dan moet wel vooropstaan; de erkenning der politici, dat een derde wereldoorlog voorkomen móét worden, gaat gepaard met de wil om de wederzijdse machtsposities te handhaven. Er is géén teken zichtbaar, dat Sowjet-Rusland de satellietstaten in Europa zai loslaten, evenmin zijn er aanwijzingen, dat het Westerse blok zijn economische en militaire steunpunten opgeeft. Hetgeen dus betekent als feit waarmee te rekenen valt:

dat voor het heden en de naaste toekomst de militaire apparatuur gehandhaafd blijft een periode van algemene ontwapening is niet (nóg niet) ingeluid. Maar en dat is stellig niet onbelangrijk er kan een bezinningspauze zijn ingeluid; die ik voorlopig, en vooral voor hen die de zedelijke verontrusting blijven doorleven om de oorlogsmachten, als een appèl tot scheppende activiteit zie, d.w.z. om tot een hergroepering van krachten te komen. Ik laat voor mijzelf daarbij ook zwaar wegen de overtuiging, dat „het Westen” bij alle grootse prestaties die het verrichtte, met name tegenover de volken van Azië en Afrika een schuld heeft te boeten.

Intussen: aanloop genoeg. Het gaat nu om het formuleren van de inhoud van de politiek, die ons in de bezinningspauze geboden wordt. Daarover dan puntsgewijze enige aanduidingen.

l. Ziet men de problemen in wereldverhoudingen —• m.i. het enig juiste gezichtspunt dan ziet men drie grote blokken: a. een groep staten, waarvan Amerika de leider is geworden na de tweede wereldoorlog, en waartoe ook West-Europa behoort; deze volken hebben een hoge levensstandaard dank zij hun technische ontwikkeling en een enorm productieapparaat; ö. een groep staten onder leiding van Sowjet-Rusland, met een belangrijk lagere levensstandaard. terwijl men in snel tempo de achterstand van techniek en productieapparaat tracht in te halen; c. de zg. onderontwikkelde gebieden met een levensstandaard beneden het niveau waarop menselijk leven voor allen mogelijk is, zodat er jaarlijks honderdduizenden van honger en ellende sterven men denke aan Azië en Afrika. De eerste groep (a) gelooft politiek min of meer in democratie; de tweede groep (b) baant zich een weg onder leiding van commonistische dictatuur; de derde groep (c)

„zweeft”. Er spelen door deze tegenstellingen sterke „ideologische” momenten heen, o.a. de haat tegen de blanken, tegen het kolonialisme enz. zoals die bijv. op de Conferentie van Bandoeng sterk aan de dag kwam. In deze, hier zeer schematisch aangegeven problematiek, is het naar mijn mening de taak van een socialistische politiek-nieuwe stijl, om met alle kracht de onontwikkelde gebieden te helpen op de weg naar hun vrijheid, hun welvaart, hun democratie. De verheffing der onontwikkelde gebieden is een positieve bestrijding van het communisme en daardoor van het oorlogsgevaar. Deze volken hebben, voor zover wij thans zien, geen andere keus op weg van armoede en verdrukking naar vrijheid, dan: óf de steun van het Westen (blok a (óf die van Rusland (blok b). Het „scheppende” van de huidige bezinningspauze ligt dan ook mede hierin, dat wij in onze Westerse landen een sociale orde opbouwen, waarin waarachtige menselijkheid een kans tot ontplooiing en verwerkelijking krijgt.

Ik heb in mijn artikel van 6 Augustus de vraag gericht tot de vrienden van Kerk en Vrede, of zij gesteld dat mijn hypothese van bezinningspauze, die is ingetreden, juist is nu niet hun godsdienstige verontrusting moeten omzetten in politieke arbeid; ik dacht daarbij vooral aan de politiek daklozen, die met hun eigen situatie toch ontevreden zijn. In mijn gedachtengang vraag ik van hen een compromis, nl. te aanvaarden, dat de machtsposities liggen zoals zij liggen, maar die tevens te ondergraven door een constructieve en grootscheepse hulp aan de onontwikkelde gebieden, en opbouw van een sociale orde van gerechtigheid en vrijheid in het Westen. Buskes heeft terecht gevraagd: en wat stel je nu als vraag aan de vrienden van de PvdA? Antwoord: ik vraag, of de bezinningspauze niet gebruikt moet worden, om met name in Europa de socialistische beweging voor de vraag te stellen, of zij bereid is om offers te brengen óók een verlaging van de eigen levensstandaard ter wille van de vrede in de wereld. Ik twist niet over de vraag of de gevolgde bewapeningspolitiek succes heeft gehad, ja dan neen, al ben ik geneigd tot ja én neen. Voor het huidig moment zeg ik: een verdere bewapeningspolitiek zonder meer is niet meer scheppend. Een grootscheepse hulp van het Westen aan de onderontwikkelde landen is thans eerste eis en vraagt offers. En wanneer waar is, wat Europa steeds heeft geweten, dat geestelijk leiderschap niet berust op macht maar op offer en dienst, dan heeft het nü nog eenmaal een kans om eigen diepe wijsheid waar te maken in de daad van grootscheepse hulp, die op de weg tot bevrijding leidt.

Volgende week verder. W. B