is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 37, 24-09-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARGWAAN

Is „Amsterdam” een ziekte? Is het een teken aan de wand; een indicatie dat de tijden aan ’t veranderen zijn?

~ïh’ aireTrëlTöönaaïoen ®n'éf ~mgen fë-': ■teld over Amsterdam als politiek ver- ; achijnsel. Dat oude bolwerk van de SDAP, | lat nu nog steeds een abnormaal groot aan- | tal stemmen op de communistische lijsten ; lirengt. Bewust zeg ik niet: stemmen van ! eommunisten, want deze groep als organi- i isatie maakt niet een erg sterke indruk. En j in dat Amsterdam een PvdA, groeiende, | langzaam, ten gevolge van doorbraakwinst ; en naar zich toehalende een nog te klein i deel van de kiezers, de jongere kiezers, | die vroeger op één der confessionele par- : tijen zouden hebben gestemd. Resultaat van een zwijgend verzet, groeiende vanuit | de argwaan, die deze jongere kiezer heeft ; als hij aan de dichtst bij hem staande ! machten én hun daden denkt. Groeiende ; ook door het terugkeren van een deel der j arbeiderskiezers, die de wildheid zonder ' effect van schreeuwend-rood moe zijn. Maar tegelijk een langzaam groeien van de : WD, die de blijkbaar in de reclametechniek i geleerde methodiek van massabeïnvloeding en het bespelen van massa-instincten goed ; heeft geleerd, blijkens haar telkens weer ; doorbrekende „propagandistische” activi- : teit, die daarna telkens sussend en stil door ; hen die in die beter durven wetenj,j wordt goedgevonden.

Het is de stM, waar Het Vrije Volk een naar verhouding te laag abonnementental heeft. Waar de partij periodieken vaak minder aantrekking blijken te hebben dan wat zich onder de titel „onafhankelijk” aandient. Ook minder aantrekkelijk schijnen dan de op sensatie beluste en de eigenbelang prikkelende boulevardpers, snuffelende naar kittelende schandaaltjes, of die alleen maar suggererende. Het is ook de stad, waar stakingen uitbreken, zélfs onder het gemeentepersoneel, stakingen waarop zowel NW als Partij nog steeds het door de stakers aanvaarde antwoord niet vermocht te vinden.

Deze omslag van mentaliteit van de Amsterdamse kiezers, van in de dagen der oppositie bruikbaar radicaal naar moeilijk recalcitrant nu, vooral vergeleken met de Rotterdamse, de Haagse arbeider-kiezer, maakte en maakt deel uit van veel discussie, waarbij vooral vanuit de historie gegroeide factoren worden beschouwd. Immigratie van vooral de onafhankelijkst willende Friezen, de beweeglijke Joodse groep (die tussen twee haakjes ook haar deel aan het liberale kamp leverde!). Verwezen wordt ook nog naar de vanuit het verleden nog steeds werkende oude syndicalistische invloeden. Allemaal beweringen waarvan de juistheid niet al te gemakkelijk te staven is, en die wel eens een indruk van spe-

culatie geven, of misschien doodgewoon escapisme. Geef ’t een naam en daarna basta! En misschien zijn er wei bij alle hoofdstedelijke bevolkingen waar ook ter wereld dezelfde vermoeiende eigenschappen aan te tonen?

Waarbij dan deze speculatieve beschouwing aansluit, dat deze hoofdstedelijkheid in zich sluit een zekere progressiviteit, een zeker vooraangaan, omdat deze hoofdstedelijkheid kennis en openheid en vrijheid bewerkt, die tot scherper en meer kritisch oordelen prikkelt? Waarbij dan nog een meerderwaardigheidsbesef remmen wegneemt? Wie ’t weet mag ’t zeggen. Maar een feit is, dat de argwaan die, wat boven reeds werd vermeld, de confessionele kiezer de PvdA-lijsten doet invullen, ook binnen het denkleven van massa’s anderen woelt en een te vaak onoverschrijdbare drempel blijkt. Want argwaan richt zich steeds tegen de machten-van-nu, en dat is in het denken van vele kiezers na de oorlog zeker de PvdA in haar noodzakelijke —, deelnemen aan alle compromisregeringen.

Een argwaan, die gevoed wordt uit de som van vele kleiniglieden. Als Hans Kievid zijn genoeglijke artikelen in Het Vrije Volk schrijft over Argentinië, dan noteert hij argeloos ergens: „Zelfs de kleine man (op het platteland), al draagt hij versleten kleren, straalt een zekere tevredenheid van het gezicht. Hij is vriendelijk en behulpzaam en niet zo over het paard getild als de arbeider uit de stad.”

De lezer van zijn arbeidersdagblad weet dan dat Perón zijn aanhang onder de „hemdiozen” kreeg en dat de landheer (ook volgens Kievld) een soort slavenhouderspatriarchaat uitoefent. En de associatie is: wij in de stad, waar ook, zijn over ’t paard getild etc., en knoopt dat dan vast aan Nederlandse uitingen van de niet-socialistische pers. , =-

Waarmee de zaak rond is en tégen ligt. In „De Ambtenaar” vraagt een jongetje aan pa, waarom hij die lang en moeilijk werkt, géén auto heeft en de schilleman, die niet veel behoeft te weten” wél. Het kind moet dan horen dat dit voor hem een te moeilijke zaak is, „ga maar spelen!” Maar ergens wroet de gedachte door, dat ’t in Nederland, met alle lof die men elkaar onder de kinnen streelt, toch nog vrij scheef is. En een déél van de verantwoording draagt; vul maar in. De zaak ligt tegen! |

In nogal goedgesitueerde wijken van Amsterdam, nl. de Apollotauurt en de Willemspark- en Concertgebouwbuurt, is het aantal op de CPN uitgebrachte stemmen respectievelijk rond 175 en 500 stemmen. In percentage rond 2 en 4%. Ja. Maar wie heeft gezien hoe de studerenden bijv. wonen, hoe zij leven in pensionpakhuizen, hoe

er zelfs nu in de pers werd vermeld, dat er een aantal studenten Amsterdam mijden omdat er voor hen geen (betaalbare) woning te vinden is, die kan construeren, hoe de argwaan de schuld weet te plaatsen. In dit land van „abnormale hoogconjunctuur” dat toch op dit gebied, het vrij maken van studiemogelijkheid, niet tot de vooraanstaande landen behoort, niettegenstaande allerlei geluid over „onderwijsvernieuwing” en aanverwante artikelen, reeds een reeks pratende jaren.

Een kleinigheid hier tussendoor: het ging over de dure paspoorten, enkele jaren terug. En de uitgesproken wens om die kosten te verlagen. Een zaak, nu onder andere initiatieven vervuld. Maar die toen door één onzer werd afgewezen met de woorden: wie een buitenlandse reis gaat maken, kan wei een paspoort betalen. Wetende dat juist in de reislustige maar geldarme jeugdkringen alles wordt gedaan om goedkoop liftende en tentkamperende etc. de zaak van het internationale contact mogelijk te maken? En daarbij dan steeds de dure paspoorten als toenmalige ergernis ontmoetende? Wiens schuld? Het antwoord ligt klaar!

Niettegenstaande alle betogen, zelfs zeer redelijke, moet gezegd worden, is het uitdagend voor de Amsterdamse gemeenteambtenaar-op-weeksalaris zoals dat nu heet, op één pagina van de Buurtbladen, naast elkaar te lezen, dat de Hoogovens oproepen, ongeschoolden die boven de 23 jaar bruto ƒ 70 zullen ontvangen, met promotiekansen en woning in ’t vooruitzicht, terwijl de Gemeente oproept: geschoolden (kraandrijvers, chauffeurs die ervaren moeten zijn) voor hetzelfde loon, zonder promotie- en woningkansen.

En als dan degenen, die gedurende de staking zijn blijven werken, (u weet: de staking onder trammensen en aan de diverse gemeentebedrijven) volgens de pers ƒ 15 extra per dag ontvangen, dan valt in de roerigheid het woord „bloedgeld” als een uitgespuwde sympathiebetuiging, die onze propagandisten aan de bedrijven slapeloosheid bezorgt.

Het is te vermoeiend, om de rij van notities, die tevens ervaringen zijn, af te werken. En van een aantal „beschuldigingen” zou men gemakkelijk kunnen vaststellen, dat ze verdachtmakingen zijn. Door haat ingegeven.

In elk geval is het goed rekening te houden met het feit dat deze haat voedingsbodem zoekt en schijnt te vinden. Tot spanningen aanleiding geeft, waar men ze niet vermoeden zou.

Er waren enkele werkers van de afdeling bijeen. Academici, leraren, geschoolde arbeiders. Het ging over de verkiezingsactie, die komt. En bij de bespreking van de plannen viel dit woord: men spare ons de apologie. M.a.w.; de partij verdedige zich niet wat Haar daden of vermeende daden betreft, maar pakke aan. Beginselvast, en als het compromis onvermijdbaar is, dan dit duidelijk en open stellen. Anders vreet de argwaan dieper in tot daar waar het met woord en geschrift niet te bereiken is.

„De aarde is des Heren mitsgaders haar volheid” is een woord dat bij velen de doorbraak heeft ingeleid. Maar de verbitterde argwaan profaneerde het tot „de aarde is van de heren en ook haar volheid.”

Het is goed, bij het bedenken wat mensen bezielt bij het overwegen waarom ze handelen zoals ze doen de pijndoende bitterheden aan te horen en er rekening mee te houden. Want deze geconstateerde argwaan is een onredelijk, maar daarom een niet minder schadend en verterend zuur.

E. M. BUTER