is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 47, 03-12-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALAN PATON

Alan Paton werd in 1903 in Pieter-Maritzburg, de hoofdstad van Natal, geboren, zyn vader en moeder waren zeer gelovige christenen, die behoorden tot de Anglicaanse Kerk. Aan de universiteit van Natal studeerde Alan Paton letterkunde. Na de voltooiing van zijn studie kwam hy by het onderwys, eerst in Ixopo, de stad, die door zyn eerste roman in de hele wereld bekend is geworden, daarna in Pieter-Maritzburg.

De vroeg gestorven Jan Hofmeyer, één van de belangrykste liberale geesten onder de Afrikaners, een vriend van Smuts, had grote invloed op hem. Hy was het, die Alan Paton uit het onderwys weghaalde en er voor zorgde, dat hy directeur werd van de tuchtschool voor misdadige Naturellen in de buurt van Johannesburg, de Diepklooftuchtschool, waar 600 jonge zwarte delinquenten heropgevoed worden. Als actief lid

van de Liga tot herziening van het strafrecht en het gevangeniswezen voerde Paton op deze school zeer radicale hervormingen door.

Op een studiereis langs gevangenissen en verbeteringsgestichten in Europa en Amerika schreef hy zyn eerste roman „Cry the beloved country”, in het Nederlands vertaald onder de titel „Tranen over Johannesburg”. Hollywood maakte zich van het boek meester en de naam van Alan Paton werd in korte tyd in de wereld meer bekend dan die van Zuid-Afrika’s eerste minister, dr. Malan.

Het succes van dit boek maakte Alan Paton financieel onafhankeiyk. Hy verliet de Diepklooftuchtschoöl en gebruikte voortaan al zyn tyd om te schryven en spreekbeurten voor de Liberale Party te houden! Van die party is hy de tweede voorzitter.

Wanneer men Alan Paton voor het eerst ontmoet, komt men er gemakkeiyk toe, hem te versiyten voor een archivaris of notaris, op z’n best voor een professor in de oude geschiedenis, maar al spoedig merkt men, dat hy een kunstenaar en een vertegenwoordiger van de edelste liberale tradities is.

Alan Paton

De Liberale Party bestaat in Zuid-Afrika nog slechts enkele jaren en ik betwyfel, of zy voorlopig enige kans heeft een politieke macht te worden. Als getuigende party is zy echter van grote betekenis. Men zou haar kunnen vergeiyken met de CDU in Nederland in de vooroorlogse verhoudingen.

Liberaal betekent voor Alan Paton: eerbied voor de rechten en vrijheden van ieder mens. De staat heeft de roeping, menselijk en menswaardig leven mogelijk te maken. Daarom bestrijdt Alan Paton het apartheidsbeleid van de regering. Algehele territoriale apartheid is naar

zijn inzicht een feitelijke onmogelijkheid en gedeeltelijke apartheid houdt in: dominatie van de blanken en discriminatie van de niet-blanken. In plaats van apartheid bepleit hij deelgenootschap en integratie: gelijke politieke en sociale rechten voor allen. Dat is voor hem een zedelijke en religieuze overtuiging, maar ook een overtuiging gegrond op verstandelijke overwegingen. De ontwikkeling gaat nu eenmaal in die richting en deze ontwikkeling tegenhouden betekent voor de blanken hun eigen graf graven.

Voor een goede politiek is er slechts één grondslag: menselijkheid en gerechtigheid. Wanneer zelfbehoud en suprematie onze doelstellingen zijn, zal het resultaat zijn, dat wij alles verliezen wat wij behouden willen.

Alan Paton vindt het levensgevaarlijk, dat men het verschil tussen blanken en zwarten alles laat bepalen en beheersen en gelooft, dat er een dag van afrekening moet komen. Hij vraagt: En wat na die dag? Zijn antwoord is: Alles zegt mij, dat, indien de strijd tussen blanken en zwarten onze onontkoombare toekomst is, die strijd slechts op één manier kan eindigen: in gewelddadige conflicten. Daarom .moet die noodlottige gedachte worden prijsgegeven.

Wanneer men in Zuld-Afrika zijn heil zoekt in de opbouw van een gemeenschappelijk front van blanken, proclameert men de extreme onverzoenlijkheid. Dan worden de belangen van de blanken en die van zwarten als onverenigbaar beschouwd. Dan kunnen de blanken slechts gelukkig zijn ten koste van de niet-blanken en omgekeerd. Dan is de opbouw van een Zuidafrikaanse samenleving, waarin blanken en niet-blanken inderdaad samenleven, een onmogelijkheid.

Er zijn in de wereld van vandaag twee (vervólg op pag. 4)

• ■

De Volkskrant van 24 November over het Haarlems huwelijk en Anneke Beekman had deze aardige opmerking: „Wat denkt Pater Stokman ervan? vroeg de ene afgevaardigde na de andere. Kon hij het verlossende woord spreken? Niemand rekende op de „doorgebroken” katholieken. Men wachtte gespannen op de woordvoerder van de KVP.”

We zullen de guitige journalist zijn grapje over „doorgebroken katholieken” gunnen, maar de onnozele propaganda voor de KVP die verscholen ligt in dat „Niemand rekende op de „doorgebroken katholieken”, moet toch even ontmaskerd worden.

Laten we eerst nuchter vaststellen, dat Pater Stokman toegeven moest, dat er van rooms-katholieke zijde fouten waren begaan, dat de r.k., m.a.w. de KVP-kranten niet altijd uitgemunt hadden in tact. Laten we er aan toevoegen, dat de verklaring van Pater Stokman de andere partij niet helemaal bevredigd heeft; dat het debat, on-

danks de waardevolle verklaringen van de eerwaarde spreker, een nare nasmaak had.

Maar nu de opmerking van onze guitige journalist, die zelf niet beseft hoe compromitterend zijn argeloos regeltje is. Waarom zou men de rooms-katholieken van de doorbraak niet aangesproken hebben? Het antwoord is heel eenvoudig, en voor de KVP een tikkeltje beschamend. De geschiedenis van Anneke Beekman, de affaire van het Haarlemse huwelijk hebben bij vele niet-katholieken ernstige twijfel opgeroepen terecht of ten onrechte, dat laat ik in het midden aan de democratische gezindheid van de Nederlandse katholieken. Die twijfel betreft juist niet de roomskatholieken van de doorbraak. Hun politieke keuze, die zo duidelijk uitspreekt de vaste wil tot samenwerking met andere bevolkingsgroepen, verheft hen boven elke twijfel. Men kan hun eens vertrouwelijk aan de mouw trekken en vragen: „Hoe komen jullie geloofsgenoten er toe zo wonderlijk te handelen?”, maar twijfel en onrust komen daar niet aan te pas. Doch wanneer daar een confessionele partij is, die in haar vaandel de roomse apartheid in het politieke leven onderstreept, dan is het begrijpelijk, dat men deze partij in ernst aanspreekt omtrent alle gerechte en vermeen-

de grieven, die men koestert, en haar op de man af vraagt: „Neemt gij ook dit gedrag 'van uw geloofsgenoten voor uw rekening?” en dan dwingt men van zo’n woordvoerder een verklaring af, die al gevend en nemend toch sterk een verlegenheidsstuk is, dat ten slotte toch niemand helemaal bevredigt.

Ik geloof niet, dat de ijverige journalist van „de Volkskrant” gelukkig was met zijn propaganda-r eg eitje „Niemand rekende op de „doorgebroken” katholieken. Men wachtte gespannen op de woordvoerder van de KVP.”

Het is zo eenvoudig! De katholieken van de doorbraak hebben voor hun kerk dit geweldig succes geboekt, dat zelfs wanneer men in hun kerk bevreemdende feiten waarneemt, men er niet aan denkt hun democratische goede trouw te betwijfelen, of hun katholiciteit, maar van de KVP is dat zo niet zonder meer duidelijk. Pijnlijk, maar waar! Als ik die brave KVP-journalist was geweest, had ik maar gezwegen en geluisterd naar Pater Stokman. Hij heeft gered wat er te redden viel. Maar om uit de aanklacht tegen zijn kerk nog propaganda te distilleren voor de KVP is me werkelijk te kras!

KORZELIGE KES