is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 48, 10-12-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geloof en vakbeweging in Duitsland

Uit een artikel van A. Borstlap in het CNV-orgaan „De Gids” van 5 Nov. 1955, betreffende de Duitse eenheidsvakbeweging, de DGB, leren wij twee dingen.

In de eerste plaats, dat de scheuring in de DGB als gevolg van de oprichting van een christelijke vakorganisatie in Duitsland is voorbereid en bevorderd door het Internationaal Vakverbond met bijzondere medewerking van het CNV.

Begin October '55 zijn veertig Duitse arbeiders gedurende drie dagen op het vacantieoord van het CNV in Putten »geweest. Zij hebben daar: „ongestoord met elkaar kunnen spreken over de situatie van de vakbeweging in hun land.” Vanuit Putten zijn zij rechtstreeks naar Essen gegaan: „om te beslissen over de heroprichting van een Duitse christelijke vakbeweging.”

Dat is volgens het CNV-orgaan geen scheurmakerij, maar noodzaak, omdat socialistische politiek principieel verschilt van christelijk-sociale politiek en het voorbeeld dat de DGB heeft gegeven het zoveelste bewijs voor deze stelling is.

De christen-arbeiders wagen de strijd tegen een vakbeweging, die naar ledental en financiële macht tot de sterkste van Europa, ja van de gehele wereld behoort. „En zij wagen deze strijd met geen ander wapen dan de overtuiging, dat zij van Hoger Hand geroepen zijn zich te weren ter wille van het heil van de naaste.”

Kunnen wij hieruit concluderen, dat deze christen-arbeiders wel een heel sterk geloof moeten hebben om deze overtuiging

als wapen in de strijd tegen zo’n overmacht te kunnen hanteren?

Alvorens deze conclusie vast te stellen moeten wij evenwel eerst nagaan, wat het artikel van de heer Borstlap ons in de tweede plaats leert.

In Putten is gebleken, welke bezwaren er leven onder de daar aanwezige christenarbeiders tegen de DGB. In de hoofdbesturen van het verbond zowel als van de bonden zijn de christen-leden ontoereikend vertegenwoordigd. In de vakbondspers wordt openlijk critiek geleverd op de politiek van de CDU, waarvan de meesten hunner lid zijn, terwijl het vakverbond in het kielzog van de socialistische partij gaat varen. Internationaal wordt alleen contact met het socialistische IVVV onderhouden. Op plaatselijk niveau is een stelselmatige achteruitzetting van hun mensen bij de candidaatstelling voor ondernemingsraden, voor ziekenkassen en voor plaatselijke besturen.

Dat is weliswaar voor die christen-arbeiders om zich benauwd te voelen en om met steeds groter felheid bezwaar tegen de DGB te maken, maar het zwaarste verwijt is nog iets anders en kan volgens het CNVorgaan als volgt worden omschreven:

„Wij denken aan het verhaal dat een van onze gasten in Putten, vertelde. Er was een jongeman, die in de plaatselijke CJMV een vooraanstaande positie innam. Hij werd lid van de vakbeweging, volgde een cursus op de Evangelische Sozial Akademie in Friedewald en kwam ook in het werk van de plaatselijke vakorganisatie naar voren. De DGB stelde hem in de gelegenheid enkele van zijn kadercursussen te volgen. Hij slaagde met succes. Toch was er voor zijn vriend geen reden tot blijdschap. Want de jongehian was veranderd. Bij een van de gesprekken tussen beide vrienden bleek, dat dit jonge kerklid, groot geworden in de christelijke jeugdbeweging, het geloof dreigde te verliezen!

Daar ligt het zwaarste verwijt aan de DGB. Dat bij de geestelijke vorming, ook van de jongeren, wordt aangestuurd in bewust socialistische richting. Dat de stelselmatige scholing, die zij ontvangen, elk bijbelsuitgangspunt mist. Dat zij worden opgevoed tot een strijdbare materialist, waaraan ook christen-arbeiders onderworpen worden.”

Op de bezwaren tegen de organisatorische opbouw van de DGB willen wij nu niet ingaan. De lezer zal bemerken, dat de christen-arbeider uit dit verhaal in ieder geval wel voor een bestuursfunctie in aanmerking kwam.

Het zwaartepunt ligt evenwel op het gebrek aan geestelijke vorming in de vakbeweging in de zin van christelijke opvoeding.

Toen wij kortgeleden in Mainz aan Clara Sahlberg, vóór 1933 bestuurslid van de christelijke vakbeweging, thans secretaresse van de plaatselijke ÖTV (aangesloten bij de DGB), vroegen naar de religieuze neutraliteit van de DGB, deelde zij mede steeds volle gelegenheid te hebben gehad vanuit haar godsdienstige overtuiging aan het scholingswerk te kunnen deelnemen. Zij voelde daarin een voordeel van een algemene vakbeweging, omdat dan ook buitenkerkelijke arbeiders worden bereikt.

Daarmede is natuurlijk niet in strijd de mededeling van het CNV-orgaan dat het scholingswerk elk bijbels uitgangspunt mist. Het gaat er in een algemene vakbeweging om wat de christenen ervan maken waaruit blijkt dat zij anders zijn dan de anderen. Want het komt toch hierop neer, dat hij die een geloof heeft ook in de DGB daarvan kan getuigen.

Blijft over de vraag of het scholingswerk een zodanige opzet moet hebben, dat de in bovenstaand verhaal bedoelde jongeman zijn geloof niet kan verliezen. Deze jongeman had een goede christelijke opvoeding gehad en bovendien nog een cursus gevolgd aan de Evangelische Sozial Akademie. Van een vakvereniging eisen, dat zo iemand zijn geloof niet kan verliezen is naar onze mening niet voor inwilliging vatbaar.

Maar daar gaat het dan over het geloof, dat straks voor de christelijke vakbeweging de overtuiging, zoals wy in de eerste plaats meenden te moeten concluderen, als het enige wapen in de strijd tegen het machtige bolwerk van de eenheidsvakbeweging zal moeten voeden.

Dan staat het er met deze nieuwe beweging niet best voor, want het artikel van de heer Borstlap leert ons hoe zwak dat geloof is.

Of moeten wij concluderen, dat volgens het CNV de nieuwe christelijke vakbeweging als doelstellingen heeft: de strijd tegen de socialisten en voor de bewaring van het geloof?

Is het geloof van de christen zo zwak, dat hij het dreigt te verliezen zodra hij in de algemene vakbeweging samenwerkt met mensen, die van zich zelf zeggen niet te geloven,'- of die willen behoren tot de principiële humanisten?

Zeker, ons geloof is vaak zwak. Wij weten dat wij telkens met gevaren bedreigd worden, niet alleen in ons werk voor de vakbeweging, maar in allerlei situaties in ons leven. Velen zullen daarom bidden: Heer ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp. Zij zullen trachten om in voortdurende ontmoeting met Christus en Zijn Evangelie hun geloof te versterken, in de hoop dat God hun gebed zal verhoren.

Voor deze ontmoeting zoeken wij evenwel de gemeenschap der gelovigen, de kerk. De vakorganisatie, hoe belangrijk wij dit instituut ook mogen vinden, kan niet onze geloofsgemeenschap zijn.

In Duitsland zowel als hier in ons land is men met het vraagstuk, in hoeverre de vakbeweging naast het scholingswerk ook nog aan vormingswerk moet doen, nog niet klaar. Het is een belangrijk vraagstuk waartegenover de kerk naar onze mening niet onverschillig zal staan.

Een vakbeweging, die de belangrijkste taak der kerk wil overnemen is echter een groot gevaar voor de doorwerking van het Evangelie in de wereld. Aan het euvel der vereenzelviging is dan immers niet te ontkomen.

Den Haag

J. VAN DER PLOEG

Nu gaat de redactie van het blad er zeer verstandig op in. Men kan de tijd nu eenmaal niet terugdraaien, zegt de redactie. Het probleem ligt in de besteding van de tijd, die vrijkomt.

Maar goed, ook hier moet in de discussie een typisch conservatief geluid verwerkt worden. Het verzet tegen het streven naar een 5-dagige werkweek zal méé de uiteindelijke beslissing bepalen. En men kan niet anders zeggen, dan dat dit een conservatief verzet zal zijn, gezien het ingezonden stuk, waar overigens de AR Partij als zodanig niet, maar haar geschiedenis wél verantwoordelijk voor is.

Deze twee voorbeelden zouden met vele vermeerderd kunnen worden.

Wij zeggen niet, dat door conservatieve uitingen de koers bepaald wordt. Wij zeggen wel, dat deze de koers méé-bepalen. Dit duidelijk te zien, dus op het verzet in de bewegingen te letten, doet verlangen naar een beweging, die met een gerust geweten en bewust van zich zelf kan zeggen, dat zij progressief is. Buiten het democratische socialisme ken ik er geen in Nederland.

L. H. R.