is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1955, no 50, 24-12-1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat ons heeft beroerd

Voor mij ligt Keesings Historisch Archief. Ondertitel; geïllustreerd dagboek van het hedendaags wereldgebeuren. Wekelijks komen 10 keurig gedrukte, van goede foto’s voorziene pagina’s, die ik dan in een zwarte klemband pers.

Zo heb ik dan, my voorbereidend op een stuk in het laatste nummer van dit blad, de 581 bladzyden omgeslagen, om weer het jaar 1955 aan mijn geestesoog voorbij te laten gaan. Wat heeft ons beroerd, vraag ik mij zelf.

En ik kom tot de conclusie, dat er meer ons niet dan wél beroerd heeft. Hoogstens heeft allerlei ons geïnteresseerd, maar vaak zijn wy eraan voorbij gegleden, of drong het zelfs niet tot ons dóór.

Is dat een reden om ons schuldig te voelen? My dunkt van niet. Men kan ook nodeloos lyden aan een teveel aan indrukken. Het is vaak onvruchtbaar voor onszelf en anderen, want wie heeft de kracht om veel nood te dragen?

Als wy voor onszelf nagaan, wat ons beroerd heeft, dan doen wy dat om inzicht in de gang der dingen te krygen en meestal zal dan een stuk werk, dat op ons afkomt, ons hart gevangennemen, onze kracht opwekken tot arbeid. Maar wy kunnen dat nooit doen zonder een blik op het totale gebeuren, zonder te weten het is een geloofsweten wéar wy in dat totale gebeuren staan.

Daarom is het goed, haast terzijde, de daverende dingen dezer dapn langs ons voorbij te zien trekken. Dat behoedt ons voor overmoed voor krampachtigheid én voor neerslachtigheid. Want wij zullen zien, dat er iets gebeurt, dat ons blij kan maken. Door alles heen, wat ons somber maakt.

Ik heb nu een lijst gemaakt van alle belangrijke göbGurtcnisscn. in blnriGii" Gii buitenland. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat al die dingen heus belangrijk blijken te zijn, wanneer men over 100 jaar de balans opmaakt.

Het eerste dat opvalt, is de geringe rol, die Nederland bij de grote, wereldbeheersende beslissingen neemt. Wij ondervinden wél de gevolgen der beslissingen, maar wij kunnen weinig er aan af of toe doen. Dat is heel begrijpelijk, de beslissingen, die in de krant komen, hebben altijd iets met fysieke macht te maken. En die macht hebben wij niet. Door ons getal niet, door onze ligging buiten de machtscentra met, doordat wij geen wereldrijk meer zijn. Dit helder m te zien en hier een eigen vorm aan te geven, in grote wijsheid en spontane menselijkheid, is de Koningin geschonken, die, met prins Bernhard, de Nederlandse gebiedsdelen in de West ging bezoeken. Zij kon, anders dan koning Boudewijn in de Congo deed, een gemeenschap toespreken, die bezig is, de oude koloniale verhoudingen te herzien

Nederland komt wél ter sprake in Lake Success. Maar dan is het om neen te zeggen tegen elke discussie over de status van

Nieuw-Guinea, ons door Indonesië betwist. Sommigen (velen?) beleven aan het „bezit” van Nieuw-Guinea nog hun laatste glorie van koloniaal besef! Realisten weten, dat het, ondanks onze stoere houding en onze pogingen tot opvoeding, toch een kwestie van tyd is, dat wy nog dit eiland op 16.000 km afstand van het moederland zullen „bezitten”.

Voor de rest is Nederland in het wereldnieuws onbelangryk. Tenzy dan, dat een aantal figuren naar voren komen, die een rol mogen spelen en hierin Nederland als het ware symboliseren. Ik denk aan mr. Van Heuven Goedhart, die voor zyn werk de Nobelprys voor de vrede verwierf!

Verder is ’t in Nederland toch wei erg provinciaals toegegaan. Soms, de politiek ziende, en de verdediging van het nationale erfgoed horende (’t typisch eigene van de verzuiling, van de christelijke partijen, van de veie kerken) krijg ik het gevoel, dat wij museumbewakers zijn. Het kenmerkende van een museumstuk is, dat het interessant is, maar niet in het leven funtioneert. Wat functioneert van al die „principiële” visies in het leven der volken? Van deze vraag uit is te begrijpen, dat het CNV zich zo actief bezighoudt met de opgerichte christelijke vakbeweging in Duitsland. De aanrakingsviakken met het internationale leven van Nederland dwingen juist, omgekeerd, wat opkomt en op ons af komt, in ernst te nemen. Daardoor worden onze vormen méé-bepaald. En dat gaat juist tegen het typisch-Nederlandse (zoals het dan in „christelijk-nationaie” kringen heet) in. Dat bijv. de omroepverenigingen van minister Cals geen gelijk kregen in hun streven om geheel zelfstandig de zaak te regelen van de televisie, maar een zekere (m.i. onvoldoende) invloed van de Nederlandse Televisie Stichting, nieuwe stijl, moeten dulden, komt voor een deel door de noodzaak als Nederlandse televisie op te treden in West-Europa. En ander voorbeeld het jongste Herderlijk Schrijven van de Generale Synode is ondenkbaar zonder de oecumenische contacten, waarbij aan de traditionele christelijke lieden pijnlijke vragen worden gesteld.

De aanvaarding van de Parijse accoorden, waarbij de Duitse herbewapening een feit kon worden, ontmoette noch in het parlement (waar alleen de communisten tegenstemden) noch in het Nederlandse volk veel weerstand, maar zy wisten ook weinig enthousiasme te wekken. Juist het besef, dat een neen-zeggen van Nederland de loop der dingen niet zou veranderen, dus geen wezeniyke machtsfactor zou zyn, verslapte de aandacht. En aan een doordenking opnieuw van de verhouding tussen zedeiyke macht en fysieke macht is de overgrote meerderheid van ons volk niet toe.

Nu, verder hebben wy ons in Nederland alleen maar laten beroeren door binnenlandse kwesties, die overigens interessant genoeg konden zijn. Ik denk aan de wet op het begraven, waarby de socialisten in grote meerderheid een compromis hebben aanvaard en de liberalen plus communisten erg principieel vrijheidsgezind deden. Ik denk aan de vorderingen op het punt van de geiykstelling van de vrouw met de man bij loon en ontslag wegens huweiyk. Hier bleek een nieuw punt van principiële antithese te zyn weggevallen.

wy hebben de Amsterdamse tramstaking meegemaakt, die, merkwaardig, op dezelfde dag uitbrak als waarop de Tweede Kamer de Paryse accoorden aanvaardde, nl. 30 Maart.

wy hebben in een wat gemeiyke stemming tien jaar bevryding gevierd, want er is veel gebeurd in die tien jaar, maar te weinig veranderd, wy hebben een kabinetscrisis gehad vanwege de huurverhoging en de belastingverlaging. Dat heeft journalisten wel veel schryfwerk, maar de niet-politiek-geïnteresseerden te weinig denkstof gegeven. Verder zyn er twee nieuwe bisdommen van de R.-K. Kerk ingesteld, maar daarover is weinig commentaar losgekomen van niet-rooms-katholieke zyde. Voor een herhaling van de Aprilbeweging van 1853 voelt niemand.

Zo zou er meer te noemen zijn.

Maar wél schijnt duidelijk, dat noch bij de vragen rondom de vrede (twee conferenties te Genève!) noch bij de hergroepering der machten (conferentie van Bandoeng) wij anders betrokken zijn dan als machteloze toeschouwers, die weten, dat elders over hun lot beslist wordt.

Het schijnt duidelijk, maar het is tóch niet helemaal waar. Laten wij ons nu herinneren, wat ik in het begin schreef. Het waarnemen der gebeurtenissen is niet het enige, wat ons gegeven is. Wij hoeven er niet hopeloos van te worden.

Ook ai die machtigen zijn maar betrekkelijk machtig. Niet alleen omdat hun macht nooit helemaal volstrekt is, omdat ze sterfelijk zijn (Eisenhower, Adenauer) met hun merkwaardig tegelijkertijd opgetreden ziekten, maar omdat er krachten werken, waaraan de gewone man tóch zijn deel heeft. Deze krachten te kennen, nogmaals, is geloofskennen. Het zijn de krachten, die door het kennen van God gewekt zijn en zich op Hem richten. De tekenen daarvan komen niet of zelden in de krant. Men moet zijn oog ervoor oefenen. Maar het kon wel eens zijn, dat het feit, dat de weerzin tegen de oorlog overal zo’n teken is. En dat het verlangen om achtergebleven gebieden (liever: gebieden met snelle sociale veranderingen) te helpen, zo’n teken is.

Die waren er óók in 1955. Het is goed, dat wij ons erin oefenen, ons daardoor te laten boeien. L. H. R.

De redactie wenst haar lezers een gezegend Kerstfeest, een goed Nieuwjaar; Zij deelt mee, dat de eerstvolgende aflevering verschijnen gaat op de j o r 7e Januari 1956. ■'