is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 53, 1956, no 1, 07-01-1956

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de kleurlingen

Op de dertien en een half miljoen inwoners van Zuid-Afrika zijn er ongeveer een miljoen tweehonderdduizend kleurlingen. Ten opzichte van hen is de apartheidspolitiek van Zuid-Afrika het meest schrijnend. Van de Indiërs kunnen de Afrikaners zeggen, dat zij niet in Zuid-Afrika maar in India thuishoren. Van de naturellen kunnen zij volhouden, dat zij hun eigen stamverband met eigen tradities, hun eigen cultuur en hun eigen taal hebben. Van de kleurlingen kunnen zij dit alles niet zeggen. Zuid-Afrika is het vaderland van de kleurlingen, die zich van de blanken alleen onderscheiden door de kleur van hun huid. Zij hebben geen eigen stamverband met eigen tradities. Zij hebben geen eigen cultuur. Zij hebben geen eigen taal. De beide talen van de blanken zijn ook hun talen: Engels en Afrikaans. Het enige verschil is de kleur van de huid en dit verschil is soms zo gering, dat een kleurling in het postkantoor bij het loket voor de blanken wordt weggestuurd, omdat hij een kleurling is, en daarna bij het loket voor de niet-blanken wordt afgewezen, omdat men hem voor een blanke verslijt.

Er zijn Afrikaners geweest, die de apartheid niet wilden toepassen op de verhouding van blanken en kleurlingen, die de kleurlingen wilden opnemen in de wereld der blanken. Zij zijn er nog. Maar Strydom en de zijnen willen ook blanken en kleur-

lingen volstrekt van elkaar isoleren. Zij zijn dan ook bezig, aan de kleurlingen de enkele politieke rechten, die zij sinds de vorige eeuw bezitten, te ontnemen. Dat blijkt niet zo gemakkelijk te gaan. Die rechten liggen in de grondwet verankerd. Strydom en zijn vrienden zien er echter niet tegen op, om in hun strijd voor de apartheid methoden toe te passen, die met alle democratie de spot drijven. En toch houdt Strydom vol, dat er nergens ter wereld meer democratie gevonden wordt dan in Zuid-Afrika. Het enige resultaat is, dat naturellen, kleurlingen en Indiërs op één hoop worden gedreven en een gemeenschappelijk front van deze groepen in de toekomst niet alleen een mogelijkheid, maar zelfs een waarschijnlijkheid wordt.

De kleurlingenkerk in Kaapstad: Moravian Hill

In Kaapstad heb ik op een zondagavond voor de kleurlingen gepreekt in een dienst van de Evangelische Broederkerk.

In 1737 begonnen de Hernhutters in Zuid-Afrika met hun zendingswerk. De eerste zendeling was Georg Schmidt, die in het genoemde jaar aan de Kaap landde. Hij werkte onder de Hottentotten. De streek, waar hij met zijn arbeid begon —.65 mijl van Kaapstad wordt Genadedal genoemd. Op het ogenblik bestaat de zendingspost hoofdzakelijk uit kleurlingen. De Hottentotten zijn vrijwel uitgestorven.

Een andere zendingspost, eveneens in de buurt van Kaapstad, heet Mamre. In het Rijksmuseum te Amsterdam hangt een schilderij, waarop men de hoofdgebouwen van Mamre in de bekende Kaapse stijl kan zien. In Mamre wonen uitsluitend kleurlingen.

Het is boeiend, deze zendingsposten te bezoeken.

In Kaapstad, waar duizenden kleurlingen wonen, is een vrij grote gemeente van de Evangelische Broederkerk. De kerk ligt in de kleuilingenwijk: Moravian-Hill. Een eenvoudige maar aantrekkelijke kerk. Hij was op die zondagavond geheel gevuld. Alle kerkgangers waren keurig gekleed. Er wordt gepreekt en gezongen in het Afrikaans. De Broederkerk heeft een eigen Gezangboek. De liederen zijn echt liederen van de Hernhutters. Men proeft de geest van von Zinzendorff.

Twee voorbeelden.

Op de zondagmorgen zingt men graag dit zondagsbed:

Skone, heil’ge Sondagmóre, voorsmaak van die ewigheid! Yw’rig wil vandag ek sóre vir my ew’ge saligheid.

Ure vol van heilgenot bring my nader aan my God.

Sondag, kroon van alle daë, dag van rus, vir my gemaak, ek wil, vry van aardse plaë, nou jou rus en vrede smaak. In jou stilte wil God werk en my hart en gees versterk.

Met Gods kinders wil ek hede in sy huis die Heer aanbid, en met al sy troue lede

dankbaar aan sy voete sit, daar waar Jesus ons gemoed met sy lewenswoorde voed.

Seën ook u dienaar, Here, wat u boodskap vir ons bring. Laat sy heilwoord U ter ere diep in alle harte dring.

Laat dit ons tot saligheid vrug dra vir die ewigheid.

Van die Sondag laat u seën met ons gaan ook in ons werk

Al wat ons daarin bejeën sal dan ons geloof versterk en by elke werk en plig

bly ons oog op U gerig.

De kleurlingenkerk van Mamre

De verwachting van Christus’ wederkomst keert altijd terug:

Ontwaak, geruste wereld, want kyk, die jongste dag, die oordeelsdag, kom seker, hoe lank ons ook moet wag. Die woord van Jesus Christus sal in vervulling gaan.

Wat Hy se is die waarheid. O wereld, dink daaraan.

Hy sal gewislik weerkom. Dan sit Hy op sy troon en Hy sal alle mense

na hulle werk beloon. Dan sal sy uitverkor’nes die koninkryk beërf. Hul wat Hom nie gedien het, vir hul wag die verderf.

Ontwaak, geruste mense, die einde is naby.

Bekeer jul tot die Here, wil aan sy diens jul wy. Bely sy naam blymoedig en sonder mensevrees

dan sal die Wereldregter ook julle Redder wees.

Voor de dienst was ik met de kerkeraad in de kerkeraadskamer. Een ouderling, een onderwijzer, vroeg voor mij een zegen. Hij had indertijd nog Hollands geleerd en uit reverentie voor de gast bad hij in het Hollands. Hij dankte God, dat een blanke op deze zondagavond bij de kleurlingen was. Toen begon de dienst. Geen ogenblik had ik het gevoel, in een voor mij vreemde wereld te vertoeven. Er werd goed geluisterd. En na de dienst kwamen velen mij een hand geven. Het is voor de kleurlingen een gebeurtenis, dat een blanke komt preken en er van apartheid geen sprake is.

Men moet niet vragen, hoe er door de kleurlingen geleden wordt onder het apartheidsbeleid. In de steden van de Kaapprovincie wonen de kleurlingen in het algemeen tussen de blanken, al zijn er hier en daar kleurlingen wij ken. De regering wil echter aan het door elkaar wonen een einde maken. Ook de kleurlingen moeten in aparte wijken wonen. De verbittering neemt dan ook met de dag toe. Een dominee van een kleurlingenkerk in Port-Elizabeth vertelde mij, dat hij zondag aan zondag preken moest tegen deze verbittering.