is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 53, 1956, no 1, 07-01-1956

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een monument van hervormd christendom

Men kan rustig beweren, dat het voortaan onmogelijk is een wetenschap, welke ook, volledig te beheersen. Zelfs de grote geleerde kent maar een deel van zijn vak grondig. Er gaat een anekdote, dat drie beroemde professoren van Leiden, alle drie van de faculteit der natuurkunde, elkaar aan het biljart ontmoetten en dat toen de een aan de ander vroeg: „Wat heb jij eigenlijk gedaan? Ik las in de krant, dat je de Nobelprijs gewonnen hebt." Het is dan ook tegenwoordig zo gesteld, dat, het zij met enige overdrijving gezegd, het verschil tussen een geleerde en een leek hierin bestaat, dat de eerste weet, waar hij vinden kan, wat hij weten wil.

Het is ook de tijd der encyclopedieën. Lange jaren heb ik me verzet tegen de aanschaf van een encyclopedie. Het leek me al te gemakkelijk en oppervlakkig een boek bij de hand te hebben waar alles kant en klaar in staat. Ik meende dat men vakboeken moest hebben en bestuderen en

niet de gemakkelijke weg afgaan van het alfabetisch opzoeken in een encyclopedie. Maar ik ben ervan teruggekomen. Te vaak moet men snel iets weten, te vaak laten de boeken, die je bezit, je in de steek en ben je gedwongen tot tijdrovend snuffelen iii bibliotheken. Sedert enkele jaren dan ook hanteer ik, nog steeds niet geheel zonder schaamte, een encyclopedie.

Encyclopedieën echter zijn uiterst kostbare en omvangrijke boekwerken en omdat letterlijk alles er aan de beurt van bespreking komt, is er toch altijd het gevaar, dat ze te eenzijdig georiënteerd, of te vaag en algemeen zijn. En zo is de gespecialiseerde encyclopedie ontstaan, die in één of enkele delen een bepaald onderwerp uitputtend behandelt. Ik een medische, een scheikundige encyclopedie^

Het boek dat ik moet aankondigen, heet: Encyclopedie voor het christendom. Het is in twee delen, een protestants deel (met medewerking van oud-katholieken), dat onlangs is verschenen, en een rooms-katholiek deel, dat weldra verschijnen gaat. Het protestants deel staat onder redactie van prof. dr. c! W. Mönnich. Een grote staf van medewerkers, waaronder ook enkele Tijd en Taak-schrijvers, heeft de redacteur geassisteerd. Een encyclopedie lees je niet in één ruk uit, maar ik wil wel bekennen, dat ik, sedert het boek in huis is, er menig uurtje in heb gesnuffeld en dat ik me een vrij gaaf beeld heb gevormd van wat dit boek de lezer bieden kan.

Het moet me van het hart, dat ik het een bewonderenswaardig boek vindt. Het begint met een systematisch deel. Eerst wordt de bijbel besproken, dan de Kerk en de kerken, de leer, de liturgie, het dienstbetoon der kerk (diaconie, enz.), christendom en samenleving, het jodendom, niet-christelijke godsdiensten, publiciteit (film, radio, pers). Dit alles wordt met kaarten, prachtige, veelkleurige schematische overzichten, statistieken, enz. geiliustreerd. Het systematisch deel beslaat 144 grote bladzijden. Een ovenveldigende hoeveelheid helder gerangschikte gegevens gaat aan het geestesoog van de lezer voorbij. Ik kan me moeilijk iemand voorstellen die zo goed in het protestantisme thuis is, dat hij hier geen treffend nieuws in vindt. Die rijkdom zal de lezer dankbaar stemmen en als hij denkt aan het moeizaam begin der Hervorming zal hem de gedachte niet loslaten dat er goddelijke zegen gerust heeft op wat Luther, Calvijn, Zwingli e.a. begonnen zijn in de benauwdheid van hun hart. Hij zal zich bevestigd voelen in zijn geloof) opgenomen als hij is in de machtige stroom der heilsgeschiedenis. Er gaat iets zeer inspirerends uit van dit oecumenisch getuigstuk. Ik mag overigens niet verzwijgen, dat aan dit systematisch deel

toch nog een ernstige fout kleeft, waarop het „Zendingsblad” zeer terecht en bijna verontwaardigd gewezen heeft; De Zending ontbreekt er: ze wordt niet behandeld in het overzicht, zoals ook de kerk buiten Europa niet opgenomen is in het historisch overzicht (wel in het wereldoverzicht).

Dan volgt het alfabetisch deel. De voornaamste bijbelwoorden, de dogmatisch geladen woorden, de belangrijke figuren uit de kerkhistorie, allerlei termen uit het kerkelijk leven en de kerkelijke samenleving passeren de revue. Het is hier vooral dat de encyclopedie haar onvervangbare nuttigheid bewijst: een onuitputtelijke vraagbaak te zijn. Al lezend van voren naar achteren en van achteren naar voren, telkens weer blij met een aanvulling van kennis en inzicht werden we ons de opzet van de encyclopedie meer en meer bewust. „De vragen van het heden behoren te overwegen” schrijven de samenstellers in hun voorwoord. Men kan het met dit beginsel eens zijn en toch vinden dat de toepassing ervan niet altijd onbedenkelijk is. Ik geef een paar voorbeelden waar dit m.i. overtuigend uit blijkt: Calvijn krijgt minder regels dan Karl Barth, Willem Brakel 5, Bolland 35, Menno ter Braak 47, maar Bosboom-Toussaint 8 regels. Uitstekend is dat mijn gewaardeerde mederedacteur ds. J. J. Buskes er in staat met 25 regels, maar dat Bilderdijk slechts 19 regels krijgt, is buiten alle proportie. Artikelen als die over Bilderdijk en Bosboom Toussaint zijn ook naar de inhoud beneden de maat. Jammer, maar waar!

Een tweede bezwaar is dat de schrijvers uit prijzenswaardige oecumenische gezindheid in de meer dogmatische stukken vaak wel erg beknopt en vaag zijn. Deze artikelen zijn m.i. sonis te pover. Persoonlijk had ik liever gezien, dat men dan maar, onverbonden in hun tegenstelling, de omstreden inzichten duidelijk had geformuleerd, liever dan tot een soort grootste gemene deler zijn toevlucht te nemen. Een typisch voorbeeld hiervan is het artikel over de christologie en dat over het Avondmaal. Ik had ook graag wat bibliografie gehad. En ten slotte, soms mis ik een heldere kritiek: zo bijv. in het artikel over Christian Science.

Wat de een laakt zal de ander prijzen. Ik wil niet graag met kritiek eindigen, want ik ben blij met dit boek, blij ook dat het mogelijk was in onze tijd een dergelijk monumentaal werk samen te stellen en uit te geven. Voor velen zal de aanschaf onmogelijk zijn, hoewel gegeven inhoud en uitvoering het boek zijn geld waard 'is. Maar ja, niet iedereen kan er het geld aan besteden. Maar dan nog is het goed dat men weet, dat het boek bestaat, dat men het kan raadplegen in bibliotheken en leeszalen; dat inrichtingen en verenigingen het hebben moeten als een onmisbare vraagbaak.

Het protestantse deel vormt een gesloten geheel en is afzonderlijk verkrijgbaar. Ik ben nieuwsgierig naar verschil en overeenkomst met het weldra te verschijnen rooms-katholieke deel. In uitzicht is gesteld: „de twee delen vullen elkander op bijzondere wijze aan. Eik deel geeft een zo volledig mogelijke informatie vanuit eigen standpunt.” Wat er van zij, dit protestantse deel is in elk geval, als gesloten geheel, een voortreffelijk werkstuk, ja een monument. J. G. B.

n.a,v. Encyclopedie van het christendom. Protestants deel. Uitgave Elsevier Amsterdam 1955, 755 blz. Compleet 2 dln. Prijs per deel ƒ 35,75.

die bij velen in haat eindigt. Hij voegde er aan toe, dat het ook hem zelf moeilijk viel, niet te haten.

Kort voor mijn vertrek uit Zuid-Afrika was ik op een avond op bezoek bij een kleurlingenfamilie. Een vrij groot getal vrienden was uitgenodigd, bijna allen intellectuelen. De hele avond vertelden zij mij over al het leed en onrecht hun aangedaan. Maar het bleef een wat theoretische discussie. Aan het einde nam een vrouw van ongeveer vijftig jaar het woord. De moeder van een groot gezin. Zij zei: „Mag ik als moeder iets zeggen? Het enige gebed, dat wij, kleurlingen, bidden, is: Heer, hoe lang nog? Strydom zal mij mijn geloof niet ontnemen, maar ik ben bang voor mijn kinderen. Zij gaan denken, dat God enkel de God van de blanken is en zij zeggen: liever geen God dan zo’n God!”

Het was één van mijn laatste avonden in Zuid-Afrika, ook één van de moeilijkste. Die nacht sliep ik slecht. De woorden van die kleurlinge lieten mij'niet met rust.

Hoe kan een politiek beleid verantwoord zijn, dat een moeder van een gezin, een ontwikkelde en gelovige vrouw, zulke woorden doet spreken?

Dit is waarschijnlijk het ergste van het apartheidsbeleid, dat het zielen verwoest. Ik blader in het „Gesangboek”, dat bisschep Schaberg, een Duitse Hernhutter en voorganger van de kleurlingenkerk in Kaapstad, mij na de kerkdienst ten geschenke gaf. Op de eerste bladzij schreef hij in het Duits: „Christi Kreuz verbindet die Völker. In dankbarer Erinnerung an den Abend in unserer Kirche”.

J. J. BUSKES JR.