is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steen willen laten zitten, en willen hem eerlijk de zestig gulden geven?" — //Praatjes!" hernam schout Papegaai. // Ge hebt zekerlijk zoo'n jongen baas aangeklampt, omdat ge dacht bij hem gedaan te krijgen wat u bij andere steenhouwers niet gelukken zou. Ge weet wel, we kennen elkander van ouderen datum. Waarom komt ge er niet bepaald voor uit, dat ge op dat Hebreeuwsche grafschrift chicaneert ? Een geacht man van uwe natie heeft dat werk gezien en er met allen lof van gesproken; ik ben daarvan goed onderrigt. En om er nu maar een einde aan te maken , — als de volle som van honderd en vier gulden, waarvoor gij gecontracteerd hebt, van avond niet bij den steenhouwer is, dan neem ik den steen van hem over, en bestel morgen een schuitevoerder, die hem naar de VolewijJc brengt, tot eene gedachtenis aan uwe eerlijke handelwijze, waartoe mijnheer de hoofd-officier, als ik hem de zaak in haar kleuren mededeel, mij wel de magtiging zal verleenen. En nu verlang ik mijn kostelijken tijd niet langer te verbeuzelen. De heeren moeten nu maar weten wat hun te doen staat."

Met dit alles behalve malsche afscheid scheepte schout Papegaai de twee gebroeders af. Deze wisten nu waar zij aan waren. VolewijJc, eigenlijk Vogelwijk, heette men in die dagen eene strook lands aan de overzijde der stad, aan het Y, alwaar bewesten het tolhuis het toenmalig galgeveld gelegen was, en waar altijd een legio vogels op de daar hangende lijken aasden. Daar hunne familienamen op een grafsteen te zien prijken, ging voor heeren als de gebroeders, die thans voor fatsoenlijke Israölieten wilden doorgaan, niet aan. En schout Papegaai was — wisten zij — geen man, die zoo iets alleen voor de leus zeide of daarmede dreigde tot bloote bangmakerij. En als nu nog de hoofd-officier er bij in het spel moest komen, — want ook in dat opzigt was de onderschout er de man naar om woord te houden, — dan liep het vast nog ongunstiger voor hen af. Mr. Salomon Dedel, die toen te Amsterdam dat ambt bekleedde, stond bekend voor een man van gestrenge beginselen en strikte regtvaardigheid, en zijn onderschout, de heer Papegaai, zou met geen maatregelen van dien aard dreigen , welke hij niet vooraf met dien ambtschef, bij wien hij in groot vertrouwen stond, besproken had.