is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkander kan zitten, ziet dan ook met zekere zelfvoldoening neder op vele controleurs en hoofdambtenaren, die in hunne maatschappelijke omgeving duurder moeten leven en dikwerf de halve inkomsten niet hebben.

Zoo is de stand van zaken; maar zoo moest het niet wezen ; een eerlijk en kundig visiteur behoorde steeds blijde te zijn dat hij misschien hoofdambtenaar kan worden, en niet moest omgekeerd een controleur, die zich op zijn standpunt niet wist staande te houden, zich mogen verheugen, dat hij, tot visiteur gedegradeerd of gereïntegreerd, het finantieel eigentlijk beter heeft dan vroeger en dan een aantal brave, lang gediend hebbende plattelands-ontvangers. — Doch keeren wij tot onze smokkelarij terug.

Op het tijdstip der gebeurtenis was er een doorziend en ijverig hoofdcommies der stedelijke belasting; deze kreeg vermoeden van fraude, die er met gedestilleerd, bij transitoir vervoer langs het bureau van den Binnen-Amstel naar het Y, ten uitvoer naar zee, werd gepleegd; en toen hij nu weder een zoodanig vervoer van 10 stukken jenever op een paspoort ontwaarde, waarvan de bestemming luidde //op Norden," begreep hij de zolderschuit, waarop de partij was overgeladen, te moeten nagaan, doch zag door het rasterwerk aan de Nieuwe Rapenburger-gracht (zie d) dat men de fusten aan de waterzijde der kuiperij (c) loste en aldaar opsloeg. Daar hij alleen was, kon hij niets uitrigten; maar hij onderstelde dadelijk, dat het gedestilleerd bestemd was om frauduleus in de naburige groote tapperij van R*** te worden ingeslagen. Na een jongen door middel van eene goede fooi te hebben aangenomen, om de wacht bij het rasterwerk te houden en verslag te geven van alles wat hij zag gebeuren, liep de hoofdcommies onmiddelijk naar de rijks-controle, — toen, even als thans, midden in de stad gevestigd met het bureau van ontvangst, doch in een particulier huis. Na opgave zijner bevinding en van zijn vermoeden , bespeurde men ook dadelijk, bij inzage in het register van geleibiljetten, dat de tapper R#*#— die ook nu en dan werkelijk veraccijnsde jenever insloeg, door zijn groot debiet daartoe in staat gesteld — een geleibiljet had gevraagd om 10 stukken jenever te vervoeren uit den kelder, dnder zijn huis, naar zijne bergplaats in een slop op de Hoogte van