is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geplukt, en die schatten voor geen gering gedeelte in Middelburg opgestapeld. Geen wonder dus, dat men hier zóódanig vastgeklemd was aan de Oost-Indische Compagnie, dat de ondergang van dit magtige handelsligchaam de hoofdzaak werd van het verval dezer stad.

De arduinen naald, die u bij het aanleggen van de stoomboot terstond in het oog valt, moet de gunstige beschikking des konings ten opzigte der tegenwoordige haven hulde brengen. Dit monument, in 1819 opgerigt, kunnen wij gerust ongezien laten, vooral daar de aanleiding tot het oprigten van deze gedenkzuil minder aangename herinnering wekt aan dagen, die wij niet gaarne zouden terug wenschen. Ik breng u thans naar de Abdij, waar gij in het Nederlandsch logement , vlak over het hotel van den commissaris des konings, uwen intrek zult nemen. In vorige tijden huisvestte dit gebouw de afgevaardigden, die door Tholen ter staatsvergadering werden gecommitteerd, en in een der kamers kunt gij boven den schoorsteenmantel nog het wapen dier stad zien afgebeeld.

Het aan de H. Maagd gewijde klooster, dat te dezer stede reeds in overoude tijden gevestigd was, werd in de 12de eeuw verheven tot eene abdij, die door magt en luister heeft uitgeblonken en wier bezittingen door niemand in Zeeland werden geëvenaard. Van dien vroegeren luister zijn echter weinig sporen meer te zien in de verschillende gebouwen, welke het binnenplein insluiten, en die meestal voor bureaux worden gebezigd. Hier en daar is er nog maar een enkel torentje, een geveltop of eene poort overgebleven, dat den ouden bouwtrant vertegenwoordigt.

Als ge soms uit den slaap wordt gehouden door het klokkenspel van den naburigen toren, dat zich ieder kwartier hooren laat, en bij het maanlicht naar buiten ziet, kunnen die poorten , boogen en torentjes, half verscholen achter het lommer der boomen, u misschien nog de dagen voor den geest roepen, toen dit binnenplein van het oude klooster schitterde van al den luister eener magtige geestelijkheid; een rijkdom, die vooral uitkwam bij de groote processie op Sacramentsdag, als de reliqui van het H. kruis werd rondgedragen. Dan zoudt ge op dit plein den statigen optogt hebben kunnen zien, waarbij de abt, in prachtgewaad, aan