is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zocht, had hij de uitbarsting van eene hevige zenuwkoorts voorspeld. Van het vervolgen der reis kon bij de familie geen sprake meer wezen; in de eerste zes weken, verklaarde de geneesheer, was daar, bij het winterklimaat in het ruwe gebergte, niet aan te denken. De zenuwkoorts nam een regelmatigen loop, — naar de verzekering van den arts ten minste; want buiten hem kwam geen vreemd persoon bij de zieke, die door haren vader en hare zuster opgepast en verzorgd werd. De docter was een oud, eerwaardig en discreet man. De inwoners van het stadje spraken van een geheim, dat daarbij in het spel moest wezen; de doctor verklaarde alles als iets natuurlijks. Wel had men in aangrenzende vertrekken, de zieke luid en aanhoudend hooren jammeren en klagen, maar de doctor verklaarde, dat dit slechts koortsijlingen waren.

Twee maanden waren verloopen; de koorts was lang verdwenen , en toch ^hoorde men dikwijls midden in den nacht kreten van smart, ofschoon die dan ook minder luid waren dan vroeger. En toen het voorjaar kwam, en de vader zijne herstelde of herstellende dochter buiten in de warme, verkwikkende stralen der lentezon leidde, geloofde men in het bleeke, schoone gelaat meer dan de sporen van eene zware ligchamelijke ziekte te ontdekken. Het sombere gezigt van den vader, die zijne dochter geleidde, bleef onbewegelijk; de jongere zuster, die zwijgend aan zijne andere zijde ging, scheen al hare kracht te moeten bijeenrapen^ om hare tranen te weerhouden. Wat was de eigenlijke reden van het zware leed, waaronder die familie gebukt ging ? De arts bleef stom als het graf, en de familie sprak met niemand dan met hem.

De lente van het jaar 1807 was zacht en warm geworden. Het landstadje lag in een afgelegen, verborgen, wild dal, en in lentetooi is voor eene herstellende zieke het wildste dal het bekoorlijkste, de stille natuur de weldadigste. //Ik zou hier wel willen blijven," had de kranke tot haren vader gezegd, en den somberen, weinig spraakzamen man was daarbij een steen van het hart gevallen. Een klein kwartier-uurs buiten een der stadspoorten stond een landhuis te koop. De vader kocht dit terstond, en betrok het met zijne dochters. De oudste herstelde; maar hare edele