is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men ziet, het is eenvoudig eene verdediging van hetgeen Elisabeth vroeger schreef tegenover hare bedillers, die zich misschien in losse blaadjes omtrent haar hebben uitgelaten, w elke blaadjes echter niet in staat zijn geweest haar het stilzwijgen op te leggen. Daarom zet nu een der medewerkers — eene soort van Ds. Heftig uit Willem Levend — der pas opgerigte Bibliotheek zich met eene scherp gepunte pen voor zijne schrijftafel, om dat jonge dominees-vrouwtje eens ongemakkelijk de waarheid te zeggen en zoo mogelijk voor altijd het zwijgen op te leggen. Zijne recensie luidt aldus:

//Die den naam van Hekelschrijver wil verdienen, moet //een oprecht hart hebben. Hij moet de deugd, die hij an//deren leert, voor den eenigen grondslag van het ware ge// luk houden, fcet eerwaardige van den godsdienst moet //zijne gansche ziel vervullen. Na den godsdienst moet de // troon der vorsten en de eerbied voor de overheden bij hem //allerheiligst zijn. Den godsdienst en den vorst te beleedi//gen is het schrikkelijkste, dat hij zich in zijne gedachten //kan voorstellen. Hij bemint zijnen medeburger oprecht. //Is deze snood, hij bemint desniettegenstaande den mede//burger, en heeft een afkeer van den zondaar. De on//deugden moet hij laken, zonder den persoon, die daarmede //behebt is, en nog deugdzaam kan worden, aan de open// bare beschimping bloot te stellen. Hij moet eene edele //blijdschap gevoelen, wanneer hij ziet, dat zijne spotternij // ten nutte des vaderlands eenen goeden burger in zijn loflijk //gedrag doet volharden, en eenen anderen dwingt, dat hij // ophoude belagchelijk en snood te zijn. Hij moet de wereld //en het gansche hart der menschen, doch bovenal zichzel//ven, kennen. Hij moet minzaam zijn, wanneer hij bestraft. //Hij moet met eene ernstige voorzigtigheid wel overdenken, //hetgeen hij, in eenen schertsenden stijl, verbloemd wil // voorstellen." Het zijn de woorden van den grootsten en besten der Hekeldichteren, welke in deze en de vorige eeuwen der wereld tot eer, zoo wel als tot eenen scherpen geesel, gestrekt hebben (*).

(*) G. W. Rabeners Verzameling van Hekelschriften, 5de Deel, in de Voorreden van C. F. Weisze, bladz. 5.

1862. III. 3