is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TWEE JAGT HONDEN.

I\arcl X, koning van Frankrijk, was een groot jagtliefhebber. Men zal zich herinneren, dat deze monarch op het zelfde oogenblik, dat Polignac zijne Julij-ordannantie uitvaardigde , bezig was in zijn wildpark konijnen te schieten.

Om echter tot de zaak te komen, moeten wij aanmerken , dat de koning ook een groot kenner van honden was, en bovenal geen kosten spaarde, om zich de uitstekendste patrijshonden te verschaffen, waar zij ook te vinden mogten zijn. Eens hoorde de koning — en hier begint ons verhaal — van een zijner adjudanten, dat zeker Engelschman, die in de omstreek van Dieppe woonachtig was en zich kapitein Parry noemde, een koppel uitstekende patrijshonden bezat. Het waren inderdaad heerlijke dieren, onberispelijk wat hun voorkomen betreft, terwijl hunne bekwaamheid in het jagtveld daaraan volkomen geëvenredigd was. In één woord, er haperde niets aan. Deze honden waren in Leicestershire, op het landgoed van den kapitein, gedresseerd, en werden in Engeland wegens hunne uitstekende hoedanigheden hoog geprezen. Graaf B. had, bij een uitstapje naar Dieppe, op het tegenwoordige verblijf van den kapitein de honden zien werken, en liet niet na, bij zijne terugkomst in de Tuileriën, aan de koninklijke tafel op hunne verdiensten eene lofrede te houden. De koning werd alras door deze beschrijving zoo zeer bekoord, dat hij nog dien zelfden avond een zijner officieren naar Arques — de woonplaats van den gelukkigen eigenaar der honden — afzond, met last om ze tot eiken prijs te koopen, in geval zij namelijk te koop waren. Het eerste bod bestond in 1000 francs; bij weigering echter klom de som weldra tot 3000. De oude sportsman van Leicestershire betoonde zich echter niet genegen zijne honden te verkoopen, en liet den afgezant met vele buigingen en verontschuldigingen vertrekken, doch tevens met de verzekering, dat het hem genoegen zou doen, de honden Zijne Majesteit ten geschenke te mogen aanbie-