is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

compositie te executeren."— //En zet gij daar zoo'n donker gezigt over? Malligheid! ga gerust u gang. Ik zal zelf'eens komen kijken; want dat ding kan wel aardig worden." — «Sire, ik gehoorzaam; maar wat zal men mij bij het lijf krijgen!" — //Nu, gij zijt geen kind, en zult wel van u weten af te bijten. Breng de zaak maar in orde; ik sta voor alles in."

De koning vertrok. Pepusch, die nu door een 'zuren appel moest "bijten, bleef in nadenken verzonken zitten. Plotseling echter scheen een denkbeeld zich van hein meester te maken. Dwars het veld door snelde hij naar zijne woning, wierp zijne pruik af, nam een vel muziekpapier, en schreef alsof zijn leven er aan hing.

Des avonds op het bepaalde uur zorgde Pepusch met zijne kleine kapel in de zaal van den kroonprins te wezen. Sakkerloot» wat was daar eene rijke en schitterde verzameling tegenwoordig! De kroonprins stond in eene nis van de zaal, en onderhield zich met de barones von Knobelsdorf, die juist hare twee dochters bij de groote wereld introduceerde. Aan hare zijde stond de kamerheer de Pourtales, die aan eene rijke freule uit Pommeren het hof maakte.

Pepusch bevond zich met de zijnen in een zijvertrek, en liet zich niet zien ; want de muzikanten der kapel van den kroonprins gingen glimlagchend rond, en verheugden zich reeds over de nederlaag, welke het zestal met het varkensconcert te wachten stond.

De kroonprins liet zijne muzikanten voor hunne lessenaars treden; Quanz greep den dirigeerstok, en men begon. De muziekstukken, door den kroonprins zelf gekozen, waren meestal van ernstig karakter, en na het einde der eerste stukken speelde de toenmaals beroemde violist Decour de Duivels-sonaat van Tartini. Toen deze ten einde was, vlogen de deuren open, er ontstond eene algemeene beweging, en de koning trad binnen. Na de eerste begroetingen zochten zijne oogen den kapelmeester Pepusch, die nu uit zijne schuilplaats voor den dag kwam. Toen de koning zijne hand greep en eenige vriendelijke woorden met hem wisselde, zetteden velen- in de vergadering groote oogen op. Nu ging men aan het werk; Pepusch haalde zijne zes muzikanten, en er werden zeven muzieklessenaars gezet. Pepusch legde met

15*