is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hofgeregt te Rottweil een eisch in tot uitroeijing van hun roofnest. Het vonnis werd schielijk geveld, en nog in Januarij van het zelfde jaar trokken de wakkere vendels van Preiburg het dal in. De burg werd stormenderhand ingenomen, in brand gestoken en tot op de laatste puinhoopen, die nu nog van zijn vroeger bestaan getuigen, met den grond gelijk gemaakt. — Maar wij nemen onzen staf weder op, en vervolgen onzen weg.

Achter den Hirschsprung breidt zich het dal uit; wij bereiken in drie kwartieruurs de Post, en na nog een half uur de St. Oswalds-Jcapel. Nog weinige honderd schreden, en wij staan, tusschen ruischende woudstroomen, voor de herberg Zum Sternen, een heinde en ver bekend en voortreffelijk logement voor den vermoeiden reiziger.

Een nieuw aangelegde weg — der neue Steij — kronkelt zich langs den linker bergkant. In diepe bogen wendt hij zich eerst terug tot aan den waterval van den Fahrenlach, begint dan regts omhoog te loopen, voorbij de Schans, weleer eene Oostenrijksche redoute, van waar het oog met verrukking nederziet op het idyllische landschap aan onzen voet. Bedaard onzen weg vervolgende, altijd den blik half regts gewend naar het aangename tafereel, dat achter ons ligt, bereiken wij in een half uur de herberg Zum Buszle. Daar openen zich voor ons, nu regts, dan links, allerlei verrassende vergezigten, en wij zien als door een tooverslag het panorama eener nieuwe wereld, de eigenlijke bergwereld van het Schwarzwald, voor ons uitgebreid. Wij staan op eens in het middelpunt van het gebergte; wij zien het tot in zijn hart en nieren. Yoor ons breidt zich het breede Hoclithal uit, eene heuvelachtige bergvlakte van een uur lang, aan weerszijde en in den achtergrond door reusachtige rotstoppen begrensd. De breede, gemakkelijke heerweg loopt voor ons uit; ter regterzijde heeft men rijke veenstreken, afwisselende met dennebosschen, welonderhoudene bergvelden en eenzaam liggende hoeven en boerschappen. De woningen, die langs de af hellingen der bergen gebouwd zijn, liggen meestal geheel op zichzelve, zoodat niet zelden de afstand van een half uur, en meer, den dorpbewoner van zijn middelpunt — de kerk, de pastorij en de school — , afscheidt.