is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langs."— // En bier deze herberg in ?" — Ja, in de schuur."— // Hebt gij de schuur sedert dien tijd verlaten ?" — // Neen; maar toch ja: eens ben ik buiten geweest, om naar mijn wagen te kijken en te zien of die in orde was, daar wij des morgens bij tijds zouden vertrekken." — // Hoe laat was dat?"— „ Even voor dat ik mij te slapen ging leggen; het zal zoo wat half tien zijn geweest." — //Zijt gij lang buiten gebleven?" — //Misschien tien of vijftien minuten." — //Heeft iemand uwe terugkomst bemerkt?" — // Ik weet het niet; ik geloof dat zij allen sliepen." — // Zijt gij getrouwd ?" — // Ja." — // Is uwe vrouw bij u ?" — // Zij behoort tot het gezelschap." — //Wie is dat bleeke meisje van een jaar of twaalf, dertien ?" — Deze plotselinge vraag verschrikte hem zigtbaar; zij had hem onvoorbereid getroffen. //Dat meisje ?" herhaalde hij, terwijl zijne oogen verward ronddwaalden. — // Zij lag nabij de bleeke vrouw met den zuigeling in den arm." — //Dat was mijne vrouw met ons kind."

Hij wilde door dit antwoord tijd winnen, om zich van zijnen schrik te herstellen.

ffEn het meisje?" vroeg ik. — Hij had zich hersteld. — // Zij is sedert hare vroegste kindsheid bij mijn gezelschap. Een vroeger lid, een liederlijk mensch, liep weg, en liet haar bij ons achter."— //Was hij haar vader?"— //Ja; de moeder was reeds vroeger gestorven." — //Zijn naam?" — //Hij heette Bosenberg."— //Waar is hij nu?"— //Ik heb niets meer van hem gehoord."

Hij had al deze vragen zeer bedaard beantwoord; met het meisje was er evenwel een geheim. Weder een nieuw geheim! Verdere vragen, die ik aan den koordedanser doen kon, hadden onmiddelijk op den dood van den Amerikaan betrekking moeten hebben , en zouden nu nog te vroeg zijn geweest. Ik moest vooraf zijne vrouw en het meisje verhooren; en ook dan was het beter, voordat ik van den dood des Amerikaans of van het vinden van zijn lijk repte, hem naar de plaats te brengen, waar het gevonden was, en gade te slaan, welke indrukken het allengs naderen van die plaats en vervolgens het zien van het lijk op hem maken zou. Ik liet hem in goede bewaring brengen, en deed toen zijne vrouw voorkomen.

Het was de zieke, bleeke vrouw, met de tering in hare