is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waakzaamheid der grenswachters uit te putten, en jaar aan jaar blijven zij van Rusland naar Noorwegen en van Noorwegen naar Rusland trekken. De aanslagen van Rusland gaan evenwel verder, en Noorwegen is er in den laatsten tijd op bedacht geweest om in het Noorden een maritiem etablissement op te rigten, zoo dat daar steeds eene kleine vloot bijeen zou zijn, die een aanval ter zee van de Russische zijde zou kunnen keeren. Yele schepen of eene uitgestrekte, krachtige kustverdediging worden daarvoor niet gevorderd. Wel schijnt de geheele westelijke oever open te liggen, maar hij is zoodanig met rotsen en klippen bezet, dat eene nadering zonder grondige kennis van het vaarwater onmogelijk is. En ook dan, met die kennis toegerust, zijn slechts enkele punten toegankelijk, zoodat een paar batterijen aan den noordelijken ingang uit den oceaan voldoende kunnen wezen. Daarvoor het meest geschikte punt te zoeken en den toestand der havens in het Noorden na te gaan was het doel der commissie, met wie ik in het hötel te Tromsö vlugtig kennnis maakte, en nog dienzelfden avond op den besten voet kwam."

Na Hammerfest (70°, 7' n. b.) te hebben bereikt, laat onze reiziger zich wijselijk aan het verstand brengen, dit maar als het noordelijkste punt van zijnen togt te beschouwen, en nu de terugreis te aanvaarden. Meer toch viel hooger op niet te zien dan in zoo even gemeld stadje, waar hij nog een jong paar zag trouwen en aan de middernachtszon — door middel van een brandglas natuurlijk — zijne cigaar opstak.

Vervolgens gaat de reis nog zuidelijker, tot aan Molde of Moldal (G3° n. b.), waar de heer Keiler zich aan wal laat zetten. Nu echter begint de avontuurlijkste, maar tevens gevaarlijkste reistogt, die zeker in de tegenwoordige eeuw door een Hollander gedaan is. Deze togt ging voort tot aan Christiania, Noorwegens hoofdstad, waar de Heer K., na er een korten tijd vertoefd te hebben, over Denemarken huiswaarts keerde.

"Wanneer wij aan het einde van ons verslag betuigen, dat dit belangrijke reisverhaal de kennisneming van ons publiek overwaard is, hebben wij nog veel te weinig gezegd.

N. T.