is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volledig. In Bijlage D vult hij zijne beschrijving over de Schutterijen met zeer wetenswaardige bijzonderheden aau waaronder vooral melding verdient het rapport van den kommandant J. Dekker Jr., dd. 15 Julij 1789, dat nog onbekend is te noemen. Ook //de Fonteinisten" (leden der Dordrechtsche rederijkerskamer, onder de zinspreuk //Reyn geneucht"), die gedurende eenigen tijd hunne voorstellingen in het Hof gaven, erlangen eene plaats in het werkje, en wel in Bijlage E.

Over het geheel mogen wij niet anders dan onze goedkeuring betuigen. Dr. Schotel heeft de ingezetenen zijner geboortestad op nieuw aan zich verpligt door de uitgave van dit boekske. Taal en stijl laten echter nog al wat te wenschen over. Zoo stuitten wij al dadelijk in de opdragt aan de ingezetenen der stad Dordrecht, die de plaats van°voorberigt inneemt, op de eerste zinsnede. De schrijver zegt daarin: //Wederom waag ik het II eenige bladen, enz., aan te lieden," en een weinig verder, dat zij //dienen tot een vervolg van mijne onlangs verschenen beschrijving der Grrooteen Nieuwe kerk." Hoe hier van een wederom aanbieden sprake kan zijn, begrijpen wij niet; want Een Keizerlijk, Stadhouderlijk en Koninklijk bezoek in de Groote Kerk te Dordrecht (Amsterdam bij J. C. Loman, Jr. 1859) werd door den schrijver opgedragen aan zijnen hoog geachten vriend //den hoog welgeb. Heer, Mr. A. C. A. Beelaerts, Ambachtsheer van Emmichoven, Ganswijk en Waardhuizen, en De St. Nicolaas- of Nieuwe Kerk te Dordrecht vond eene plaats in N". 12 van het tijdschrift Europa voor 1859.

Enkele onnaauwkeurigheden in de geschiedkundige bijzonderheden wezen wij reeds aan, doch wij zouden ook meerdere taalfouten kunnen mededeelen. Zoo vonden wij bl. 2 den op bi engst, bl. 32 het Centenschool, bi. 33 Aardsbisschop, en anderen. Deze kleine vlekjes ontsieren wel eenigermate het werkje; waaraan de uitgever een eenvoudig, doch net'uiterlijk heeft geschonken.

H. v. d. Y.