is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1861, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vers in het oog houde, die zijne denkbeelden over kunst, in het bijzonder over bouw- en schilderkunst, heeft willen niededeelen, en dat in romantischen vorm heeft gedaan, waarschijnlijk om daardoor des te meer tot lezen uit te lokken, maar even waarschijnlijk zonder dat hij zelf aan den roman als zoodanig veel gewigt zal hebben gehecht. Van het sclioone romantische kleed toch, waarvan de bewerker gewaagt, hebben wij niet veel kunnen bemerken. Wel vinden wij hier en daar enkele goede gelukte tooneelen geschetst, die niet zonder bekoorlijkheid zijn, maar het geheel van den roman is bijster flaauw. Dit ontneemt echter niets aan de wezenlijke waarde van het boek, dat voor gewone romanlezers dan ook niet geschreven is. Wie een werk als dit ter hand neemt, heeft iets anders op het oog, en zal zicli om den vorm minder bekreunen, wanneer slechts de hoofdzaak door den schrijver niet uit het oog is verloren. En daaromtrent kunnen wij de meest geruststellende verzekering geven. Waar over de kunst gesproken wordt, toont de schrijver zijn onderwerp volkomen meester te zijn. Yele voortreffelijke denkbeelden deelt hij ons daaromtrent mede. Hij is welsprekend, waar hij die denkbeelden verdedigt en ingang tracht te doen vinden, en menige treffende opmerking aangaande de kunst en haren invloed op het leven, hare betrekking tot godsdienst en zedelijkheid, getuigt van zijnen ernst zoowel, als van eene grondige kennis, en een diep gevoel voor het schoone en verhevene.

Al is het dan ook vele jaren geleden, dat zijn boek het licht zag, het is nog niet verouderd, en zal nog lang zijne waarde behouden. Wij achten de uitgave dezer vertaling in onze dagen een gelukkig verschijnsel, omdat er van tijd tot tijd nog al blijken van opgewektheid en leven op het gebied der kunst worden gezien. Bij veel verschil van gevoelen, dat er bestaat, kan het zijn nut hebben de stem te hooren van iemand, die zoo bevoegd was tot spreken, als de schrijver van dit boek. Moge hij dan vele lezers vinden, en zijn werk bevorderlijk zijn aan de opwekking van kunstgevoel en kunstsmaak, en aan de verspreiding van gezonde beginselen, zonder welke de kunst zoo ligt ontaardt in ijdele vertooning, die harer geheel onwaardig is!

C. P.