is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i)e vreemde boot moeten de nonnen den volgenden nacht iu stilte in den Rijn teruggebragt hebben. Nergens is men stilzwijgender, en moet men dikwijls stilzwijgender zijn, dan in een klooster.

Zuster Marcella was zeker ook buiten het klooster geheimhoudend geweest, en zij mogt wel hare redenen daartoe gehad hebben. Maar ook de gekwetste had weinig gesproken. Beide moesten elkander reeds vroeger gekend hebben: zij hadden dit zorgvuldig trachten te verbergen, wanneer de oude vrouw bij hen was; wanneer zij echter dachten alleen te zijn, hadden zij zich te des te meer verraden. Martha had hun nooit doen blijken, dat zij iets gehoord had, uit goedhartigheid niet, maar ook niet uit nieuwsgierigheid. Reeds iu de eerste nachten hadden zij met elkander gefluisterd. De zieke had biddende tot zijne schoone, jonge verpleegster gesproken; de non had hem vermaand te zwijgen, daar het spreken hem vermoeide en nadeel deed. In de nachten daarop had echter deze vermaning niet meer gebaat, en zij hem door iets anders tot bedaren zien te brengen. Waardoor, dat had de vrouw niet eens kunnen raden, gelijk ook liet onderwerp van zijne beden haar altijd vreemd gebleven was; want zij hadden altijd zacht gesproken. Alleen had zij verscheidene malen gehoord, dat hij haar Ida had genoemd, en dat zij, wanneer hij niet had willen toegeven, eindelijk in luid weenen was uitgebarsten. Wanneer hij dan tot bedaren gekomen en in slaap gevallen was, had men haar nog geruimen tijd al zuchtende en weenende in het kamertje liooren rondgaan.

Later, toen hij inderdaad op den weg van beterschap was, had de vrouw dan ook het een en ander gezien. Hij had zich zooveel mogelijk buiten's huis moeten ophouden; de frissche lucht van het geboomte en de warmte der zon deden hem wel en versterkten hem. Hij moest van lieverlede beginnen den gekwetsten voet weder te gebruiken. De non had hem in het tuintje naast het huis gebragt; op haren arm geleund, had hij ouder de boomen rondgewandeld. Aan hare zijde had hij voor het huis op eene bank of onder het geboomte op een boomtronk uitgerust. Dan hadden zij ook dikwijls gedacht dat zij alleen waren en dat geen menschelijk oog hen zien, geeu oor hen hooren kon. Als een paar,