is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daardoor schadelijk worden. Zoo kreeg onder anderen een barbiersknecht, na iets dergelijks genuttigd te hebben, hoofdpijn en vervolgens braking.

Tot het lezen en.schrijven van brieven bediende Catliarina zich thans van de hulp van den schoolmeester Beutelspacher, een voormaligen schoolkameraad van Kepler; ook voorzag Beuielspacher bij Catharina de betrekking van tuinman. Zoo dikwijls hij kwam, werd hem telkens een dronk wijn aangeboden. Na eenigen tijd overviel hem eene ziekte, welke de ruggemergs-tering schijnt geweest te zijn. Daar nu ter zelfder tijd eene dagloonster van Catharina aan tering stierf, kwam deze onnoozele man op de gedachte, dat de ziekte het gevolg was van een tooverdrank, dien vrouw Kepler hem had toegediend.

De levendige geest van deze oude vrouw kon zich niet in de eenzaamheid van hare woning schikken. Zij liep rond in huizen, waar zij niets te zoeken had, en mengde zich onophoudelijk in vreemde zaken, hetgeen in een tijd als de toenmalige , waar ieder boosaardig oud wijf voor eene tooverkol doorging, op zichzelf reeds verdenking moest opwekken.

Toen zij eens bij haren snijder een kind aantrof, dat de eugelsche ziekte had, knielde zij bij zijne wieg neder, en sprak een zegen er over uit; het kind werd echter zieker en stierf, hetgeen bij den snijder het vermoeden opwekte, dat vrouw Kepler het betooverd had.

Inzonderheid stelde de vrouw van den glazenmaker Reinbold te Leonberg het zich ten taak om alle daden van vrouw Kepler in het slechtste licht te plaatsen. Yroeger waren beide vrouwen vriendinnen, en dronken bij hare wederzijdsche bezoeken geen koffij of' thee, maar volgens oud gebruik wijn. Bij zulk een bezoek had vrouw Kepler, naast de wijnflesch voor de gast, een kruidendrank voor zichzelve geplaatst. De glazenmakers-vrouw, in hare voorbarigheid, proefde eens even van dien drank en riep uit: // Bewaar ons nog toe, wat hebt gij daar? Dat is immers nog bitterder dan gal!"

Zij vermoedde intusschen nog geen kwaad en zette hare bezoeken voort, totdat ongesteldheden in het onderlijf, waarmede zij behebt was, het gebruik van eene artsenij noodzakelijk maakten. Zij wendde zich te dien einde tot ha-

1863. I. 8