is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

biens, ou nous devons prétendrebereidt ons voor de lezing van een deel der lijdensgeschiedenis, waarin een der stadspredikanten ons voorgaat, en waaraan hij een beknopt, maar hartelijk woord van Evangelieprediking en noodiging toevoegt. Staks geschiedt hetzelfde door Dr. Baird in de Engelsehe, door Prof. Herzog in de Hoogduitsche, door den predikant Meille in de Italiaansche taal, kort, kunsteloos, krachtig. Nadat aan allen, die geen deel aan de plegtigheid nemen willen, de gelegenheid is gegeven om heen te gaan, leest weder een andere broeder de woorden der instelling. Een paar anderen worden uitgenoodigd, wederom een iegelijk in zijne eigene taal, tot het zegenen van het brood en den wijn. Zij doen het met een vurig gebed, door een nieuwen lofzang vervangen. En nu worden aan al de aanwezigen op hunne zitplaats de teekenen en panden van het ligchaam en bloed des Heeren gebragt, terwijl van tijd tot tijd met bewogene stem een passend schriftwoord wordt voorgelezen. In heilige aandacht zijn allen op hetzelfde oogenblik ééns broods en ééns bekers deelachtig. Ten slotte gaat een der aanwezigen, daartoe uitgenoodigd, in plegtig dankgebed voor. En nu nog een woord van toespraak? Neen, nu niets meer dan het heerlijke : i/Agneau de Diew, par tes langueurs" van Malan , eerbiedig staande, zacht en welluidend gezongen. Ik beken, dat ik het nimmer alzoo had gevoeld en herhaald. Na een stil gebed, een ieder voor zichzelven, scheidt de vergadering, echter niet zonder dat menigeen den broederkus des vredes aan een hem onbekende gegeven had. Ik reikte de hand aan een Franschman nevens mij , op wiens gelaat ik het spoor mijner eigene aandoening vond."

Voorts vernemen wij nog het een en ander omtrent de Waldenzen, dat geheel overeenkomt met hetgeen omtrent deze godsdienstsecte verleden maand in ons tijdschrift is medegedeeld.

Wat de overige stukken in dezen bundel betreft, daarover zullen wij thans niet uitweiden, aangezien het oude kennissen zijn. Men vindt ze nu met veel oordeel en tact in een netgedrukten bundel vereenigd, die ongetwijfeld als zoodanig aan velen welkom zal wezen.

N. T.