is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N°. 24. Alkmaar ontzet en twee andere historische Novellen. Door Johs. Hk. Jonckers. 1861. 266 blz.

N°. 25 en 26. Antonie van Boekhorst (1566). Eene Nijmeegsche Novelle. Door B. ter Haar Bz. 1862. 2 Deelen. 268 en 332 blz.

Allen in gr. 16°., te Arnhem, bij D. A. Thieme.

Thieme's welbekende en gunstig gerenommeerde GuldensEditie gaat steeds voort, goede waar te leveren voor weinig geld. De zeven laatst verschenen deelen liggen voor ons, en het is met groot genoegen dat wij er ons toe zetten, om daarvan eenig verslag te geven.

N5. 20 levert twee Novellen van Celestine, die zich zeer aangenaam laten lezen. In de eerste evenwel, waarin het spiritisme ten sprake wordt gebragt, is de schrijfster niet vrij van overdrijving, zoo als zij trouwens zelve wel schijnt gevoeld te hebben. Dat het verhaal op hare ervaringen en daarop gebouwde overtuiging gegrond is, gelooven wij op hare verzekering gaarne, maar hoogst waarschijnlijk is hetgeen zij in de werkelijkheid gezien heeft, hier toch wel wat al te sterk gekleurd en opgesierd, waardoor, naar onze meening, hetgeen zij leeren wil, wel eenigzins aan kracht verliest. Wat ons in den vorm dezer Novelle ook hinderde, was het gedurig stilletjes afluisteren van gesprekken, waaraan een der hoofdpersonen zich schuldig maakte, en waardoor hij alles te weten kwam, wat hij weten moest. Hoogst toevallig was het, dat hij daartoe steeds te regter tijd zulk eene geschikte gelegenheid vond. Deze handelwijze benadeelt min of meer zijn anders zoo flink karakter.

Wij meenden deze opmerkingen niet te mogen achterhouden, juist omdat anders het bedoelde verhaal zooveel goeds bevat en van veel talent getuigt. Wanneer de schrijister zich wacht voor enkele fouten, als die, welke wij aanstipten, kan zij inderdaad iets wezenlijk goeds leveren, zoo als ook blijkt uit het tweede verhaal: Wat eene roos al zoo vertellen kan, dat wezenlijk een allerliefst en verdienstelijk stukje is.

N°. 21. De Oude Kennissen , van Gerard Keiler, zijn goede kennissen, die de lezer van ons tijdschrift ongetwijfeld met groot genoegen in dit bundeltje weder ontmoet, na zich her-

10#