is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geschiedenis van Israël en de onttoiJcJceling van het Profetisme; De Jcomst van den Messias. Dit uitvoerige stuk verdient eerie aandachtige lezing, en zal voor menigeen onderscheidene nieuwe gezigtspunten opleveren, die van den schranderen blik des schrijvers getuigen, even als zij blijken„ dragen van ernstige studie en onmiskenbare waarheidsliefde. Met bijzonder genoegen hebben wij ook gelezen de beide opstellen van J.: OntwHekeling van het Nieuwe uit het Oude Verhond, en Satanalogie, waarin wij veel gevonden hebben, wat wij met onverdeelde sympathie durven beamen. Een ander opstel, Wetenschap en Godsdienst getiteld, is uit het Fransch vertaald. De schrijver is A. liéville. Wij behoeven niet te verzekeren dat het in belangrijkheid uitmunt, en in onze dagen meer dan ooit op belangstelling aanspraak heeft. Voor zooverre noodig, herinneren wij dat het in het oorspronkelijke als inleiding dient voor de Ihssais de critique religieuse, door den schrijver een paar jaar geleden uitgegeven.

Met Een woord tot onze lezers, door C. J. van Heusden, wordt deze tweede Serie besloten. De schrijver verdedigt zich hier in de eerste plaats op onderscheidene beschuldigingen, van verschillende kanten tegen vroegere geschriften van hem ingebragt. Men heeft hem usurpatie ten laste gelegd, door zich een Geloovige te noemen; hem met den naam van Dageraadsman bestempeld; van inconsequentie , rationalisme en neiging tot pantheïsme beschuldigd. Op ieder dezer punten geeft hij een antwoord, dat aan de ernstige overweging zijner tegenstanders mag aanbevolen worden. Het uitvoerigst staat hij stil bij het verwijt, dat men hem gemaakt heeft van overdrijving van het ontwikkelingsbegrip , zoo als dat in de Stemmen (lsle serie) door hem is voorgesteld. Hij beroept zich op de uitspraken van onderscheidene met roem bekende natuurkundigen, om te doen zien, dat hij in dezen niet alleen staat, dat integendeel zijne ontwikkelingstheorie meer en meer aannemelijk wordt geacht en op de wetenschap gegrond is. Bijzonder merkwaardig is ons voorgekomen het getuigenis van Dr. Carus, te vinden op bladz. 280 en volgende, terwijl ook de geniale opmerkingen, ontleend aau het onlangs verschenen voortreftewerk van Dr. Frantz: De Opvoeding van den Geneesheer, op bladz. 205 en volg. der Stemmen medegedeeld, zeer in