is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat een geluid maakt als onze graauwe voorjaarszanger, maar zoo rijk in toonen niet, — en het zelfde gesnor begint op nieuw. Nog vijf uren zijn wij van Breda; maar gelukkig dat de trein in deze streken ongelijk harder loopt dan bij ons: veertig minuten zijn voldoende.

Moê gepraat, zien wij links en regts; er is niets te zien. De dames zijn stil geworden. Het wordt duister; gelukkig dat de maan in haar graauwen sluijer zich hardnekkig verscholen houdt; want een zeker verdacht geluid, hoewel gesmoord, doet het vermoeden ontstaan dat zij zich vervelen. Alweder, het is duidelijk: er wordt gegeeuwd. //Etten!" roept de conducteur, en flapt, wijl er niemand uitgaat, het portier weêr digt.

Nog een kwartier, en...

Het hemelsche gerecht heeft zich ten langen leste Ontferremt over ons.

Wij zijn er!

//Naar het hotel de Flandre !"

Wij draven den knaap na, die zich met onze parapluis belast heeft, en, precies als in Rozendaal, over keijen als puntkogels; het schoenlappen moet hier eene winstgevende zaak zijn. Van de stad valt bij avond niet veel te zien, schoon het gaslicht in Breda even helder brandt als elders.

De torenklok verkondigt het negende uur. Wij slaan eene ruime straat in. Hier is het!

Bij den toevloed van vreemdelingen, die den volgenden morgen hunne zonen of pupillen aan de akademie moesten presenteren, om ingelijfd te worden, was de heer V*** zoo voorzigtig geweest vooraf een logement te bestellen. De oude vriendelijke hospita, aldus van onze komst verwittigd, heet ons welkom, en een gedienstige kellner wijst ons onze kamers aan.

Doodelijk vermoeid van het anders zoo zalige nietsdoen — wij hebben zittende een afstand van veertig uren afgelegd — verlangen de dames naar rust. Alvorens echter dient nog iets genuttigd. Den geheelen dag niets anders dan