is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op den 12den Junij 1815 stond op de noorder grenzen van Frankrijk een leger van 124,000 weluitgeruste, meestal beproefde mannen van allerlei wapenen, gereed om den kampstrijd op leven en dood te wagen tegen een veel sterkeren vijand. De legertrein was ontzettend : 350 vuurmonden , goed bespannen en overvloedig voorzien van buskruid en kogels, benevens leeftogt voor langen tijd, steunden den moed van het volk, dat, zoo als de generaal Fov in zijn dagboek meldt, niet met geestdrift bezield, maar in eene ware woede onstoken was tegen de vijanden van Napoleon. De kavalerie was uitmuntend en telde 40,000 weibereden paarden.

Daartegenover stond de hertog van Wellington, meteen leger van 100,000 man. In drieën gesplitst, strekte een deel, onder bevel van den dapperen generaal Hill, zich uit van Oudenaarde naar Ath; het tweede, aangevoerd door den heldhaftigen prins van Oranje, besloeg het terrein van Ath naar Nivelles; terwijl het derde als reserve te Brussel gelegerd was.

De Pruisen waren in vier legercorpsen verdeeld, elk ongeveer 30,000 man sterk. Het eerste, onder von Ziethen, stond in de omstreken van Charleroi, van waar hij gemeenschap met de Engelschen onderhield; het tweede onder Pirch te Namen , het derde onder Thielman tusschen Namen en Dinant, en het vierde onder Bulow te Luik. Dus hield dit leger, waarover de onversaagde Blücher gebood, de beide oevers der Sambre bezet, om den weg naar de Rijn-provinciën af te sluiten.

De marsch der Fransehen naar de grenzen over Soissons, Laon en Maubeuge was niet geschikt geweest om den toeleg van den keizer aan de opperbevelhebbers der verbonden legers te verraden, en werkelijk was die met onvergelijkelijke sluwheid uitgevoerd. Nog eer de Oostenrijkers en Bussen zich konden aansluiten, wilde hij tusschen de Engelschen en Pruisen indringen, eerst het eene en dan het andere leger verslaan, en zoo de nieuwe vijanden, die met snelle dagmarschen naderden, afwachten. En had God het niet verhoed, dan zou het plan, 200 meesterlijk ontworpen, gelukt en zouden de gevolgen niet te berekenen geweest zijn.

Den 14den Junij wist men in de beide hoofdkwartieren te Namen en te Brussel nog niets anders, dan dat er eenige beweging heerschte in het noorder leger; ook was niet ge-