is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het dan te verwonderen dat er zoo velen vallen ? Zij missen den vaderlijken raad, de moederlijke tranen, om hen voor den weg, die tot het verderf leidt, te waarschuwen. Veeleer bevonden er zich niet zelden in hunne omgeving, die hen door woord en voorbeeld tot het kwade trachten over te halen, en dat enkel uit een zelfzuchtig doel. Wij hoorden het zoo even nog uit het gesprek der diensboden, maar meer bepaald zien wij er eene type van in vrouw G-errits. Aan haren raad had Dientje zich overgegeven. Niet alleen kwam zij met haar bijna dagelijks in aanraking, maar ook bragt zij om de veertien dagen de zondag-avonden te haren huize door, waar zij te vriendschappelijker ontvangen werd, naarmate haar zak meer gevuld was met //kleinigheden," zoo als vrouw Gerrits het noemde. Daar verzamelden zich dan, op de zelfde voorwaarden, meer dergelijke jonge lieden, en vaak werd daar de zondag tot eenen zondendag gemaakt, onder het genot van bedwelmenden drank en verleidelijk spel. Is het te verwonderen dat Dientje, onder dergelijke omstandigheden, een verkeerden weg bewandelde?

Wij althans durven den eersten steen niet op haar werpen.

IV.

Het is weder Mei-maand geworden, en de morgen, waarvan wij thans spreken, geeft aan de overigens weinig belangrijke buurschap H. een hoogst verrukkelijk voorkomen. De schitterende zon rijst in al hare majesteit uit de kimmen. De gansche natuur schijnt bij hare komst hoogtijd te vieren. Als wierookdamp stijgt een liefelijke geur uit de dalen omhoog; de heidebloemen openen hare kelken; aan de grashalmpjes en het jeugdige kruid verzamelt zich de dauw tot druppels, die als diamanten met allerlei kleuren schitteren. De woudzangers verlaten hun nest, zetten zich op de naastbijzijnde takken, en heffen hun plegtig ochtendlied aan. Het gansche oord is vervuld met één gezang, hoe verschillend de stemmen der zangers ook zijn.

De bewoners dezer streek zijn nog niet ontwaakt. Alleen bespeuren wij achter een klein vensterraampje van een der hier verspreide arbeiderswoningen een vrouwelijk wezen;