is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgende bijeenkomsten van den raad zullen beoordeeld worden." — //Deze is mooi, die forsch; als ik kiezen moest, dan ...— » Och , kom , B***! de vrouwen zijn al weg."

Door de vestibule gaan wij naar de Salie des Mariages. Een raar woord voor de groote Grothische zaal, waar wij heengeleid worden, en die door de oude kruisramen op de Grande Place en — op de hondenmarkt uitzigt heeft. Op het verheven gedeelte, dat wij dadelijk na onze inkomst betreden en dat de geheele breedte der zaal beslaat, staan stoelen voor de trouwzieke Brusselaren; en onze vrouwen — dacht ik het niet? — zijn alweêr gereed om te beproeven hoe zij zich zouden houden, als zij nog eens den // sprong door de ton" moesten doen. In het midden van die verhevenheid rijst een soort van troonhemel, spits en spichtig van vorm en graauw van verf, die van meer dan drie eeuwen dagteekent. Eerwaardig om hare oudheid mogen die puntige sieraden zijn, even als die — naar ik meen houten — lichtkroonen, die, in den zelfden smaak vervaardigd, van de graauwe zoldering afhangen ; maar bevallig en sierlijk zijn ze niet. Het geheel maakt een weemoedigen en somberen indruk, en in eene gedrukte stemming beschouwen wij die beelden, denkelijk van lateren tijd, die daar langs den wand, als zoo vele schildwachts, op hooge vierkante pedestallen staan.

Boepen wij voor een oogenblik een tooneel uit het lang verleden in ons geheugen terug!

Het was in den namiddag van den 25sten October des jaars 1555, dat deze zaal, nu zoo eenzaam, gevuld was met personen, gesproten uit vorstelijk bloed, met vliesridders, hertogen , graven en baronnen, en met de bloem uit den Nederlandschen adel, getooid in kostelijk feestgewaad. Eene plegtige stilte heerschte onder die schitterende menigte, wier oogen gevestigd waren op de deur, die wij zijn ingetreden. Niet zoo kaal als nu verhief zich toen die troon en dat verhemelte, maar in breede plooijen hing de kostbare zijde met de zware gouden franjes en kwasten daarvan af. Een heraut verkondigde met luider stemme de komst van den keizer. Nog dieper werd de stilte.