is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AC11T DAGEN" STOOMENS,

slaan linksom de breede straat in, die met groote huizen, zoo het schijnt door voorname lieden bewoond, bezet is. Nog gedurig loopt die straat op, mogelijk nog wel twintig voet; aan het einde stuiten wij op de Place St. Dénis, waarvan een gedeelte alweder hooger ligt.

Op het lager gedeelte van het plein staat een ontzaggelijk gevaarte, dat door zijn zwaar muurwerk en grijze kleur onwillekeurig onzen eerbied wekt, —vooral de zware toren, die er tegen staat, en hoog boven het dak zijne tinnen verheft. Het is eene kerk, toegewijd aan den Heilige, naar wien het plein zijnen naam ontving. Eeeds in de tiende eeuw werden de grondvesten gelegd; en zoo hecht was de bouw, dat het tot op den huldigen dag nog weinig van zijne oorspronkelijke gedaante verloren heeft. Zelfs de toren staat nog even onverwrikt daar, en kan nog eeuwen trotseeren.

// Willen wij er in gaan ? De koster woont zeker niet ver.

Er is een prachtig altaar te zien uit de zestiende eeuw."

w Euim halt twaalf, bijna kwartier." — //Dan terug."

En zoo doen wij; dalen de straat en de zijstraat met hare honderd vier-en-dertig trappen af, gaan de Allee Verte door, en waarachtig, het rijtuig staat al gereed.

Het is een soort van calèche zonder voorkap, waarmede wij andermaal Luik doorrijden, maar nu meer op ons gemak. De straten zijn ruim en de huizen veelal hoog; doch weinige munten uit door netheid of bouworde. Overal in dit gedeelte, dat is het oude der stad, is op te merken, dat Luik geen handel-, maar eene fabriekstad is. Vooral worden hare wapens, spoorwegrails, locomotieven en stoommachines van allerlei slag overal naar den vreemde verzonden. Dewijl duizenden arbeiders gedurende de werkuren in de fabrieken zijn, is het betrekkelijk niet zeer levendig in de straten, schoon meer dan negentigduizend zielen die bewonen.

Als vele andere steden, bestond Luik uit weinige hutten en eene kleine kerk, door den heilige Monulphus in de zesde eeuw gebouwd; honderd jaar later stichtte de bisschop Huibert van Tongeren hier een grooter bedehuis, bragt daarin het stoffelijk overschot van den heiligen Lambertus, en nu stroomden van alle kanten tallooze scharen van geloovi-