is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gere dwaasheid en verblinding, en verwachtte nu even zoo sterk en vurig als de oude volbloed Oranjeman heil en behoudenis van den vorst, wiens naamgenoot een even vermetel Franschman als Napoleon, in de vaart van zijn dollen overmoed , op Nederlandschen bodem gestuit had.

Na den slag van Leipzig meende men dat weldra de dag van handelen zou aanbreken, hetzij de geallieerden de Nederlandsche grenzen overschreden, hetzij men buiten hen om gelegenheid vond de banier der vrijwording te ontrollen. Ieder der verbondenen koos vier vrienden, en deze op hunne beurt even zoo velen, echter zoo, dat geen van hen een ander kende, en niets werd aan het ligt verraderlijke papier toevertrouwd. Men nam ook geen eeden af; men smeedde geen zamenzwering. Het was een Nederlandsch verbond, en de goede trouw was er het zegel op. De eed vooronderstelt de mogelijkheid van ontrouw en verraad, beide ondenkbaar geacht in het gemoed van eenen Hogendorp. Men verpligtte zich om den volksgeest te leiden, en op het eerste teeken, gewapend zoo goed ieder kon, te verschijnen, waar men opgeroepen zou worden.

Aanzienlijke kracht viel hen toe door het toetreden van den kolonel der Haagsche nationale garde, Oldebarneveld, gen. Witte Tullmgh, met zijne onderhebbende manschappen. Onderscheidene geruchten werden achtereenvolgens rondgestrooid, om uit de werking, die zij op het volk deden, hunnen geest en zin te polsen. Men liet in den Haag weten, dat Davoust Hamburg had moeten ontruimen, en er over de overgave van Nederland onderhandeld werd. Er kwam zelfs een valsche Moniteur in omloop — en de echte loog toch zoo veel! — die Napoleons dood vermeldde. Het Haagsche publiek beantwoordde die sterfmaar met eene luidruchtig v Oranje boven!" Napoleon was echter gedoemd om zes jaren lang van zichzelven te vernemen, dat hij dood was.

Nu wist men waarop men rekenen kon. Met toestemming van den prefect werden vierhonderd gezeten burgers gewapend om de rust te bewaren; doch even als de nationale garde, die door een paar onderofficieren uitgenoodigd werden op de loopplaats in het Voorhout oranje-cocardes mede te brengen, waren zij bereid om zich als een levende muur te scharen rondom den oranje-banier, zoodra Yan Ho-