is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zigd, en heeft er ook dikwijls meer dan ééne klankwaarde. In de vorige eeuw was zij in Holland reeds aangenomen, doch is door Kluit weder op zijde geschoven.

Wat de Eedactie zegt omtrent het meervoud of afleidingen van baai, hooi, boei, en wat meer van dien aard is, beamen wij ten volle: baaijen, hooijen, boeijen is inderdaad wanspelling ; maar hoe de Red. er toe komt om baaien te willen invoeren, begrijpen wij niet regt. Hoe moet deze y genoemd worden, wanneer de kinderen op school leeren spellen ? Ei of i? In het eerste geval zou het ba-€\-en worden; in het laatste geval zien wij geen reden, waarom wij, met Vondel, de Brune, van Hoogstraten, Moonen, Antonides, Bilderdijk en hunne geestverwanten, niet baaien zouden schrijven. Wat het scheiteeken betreft boven de vocaal, welke op de i volgt, dit zou alleen boven eene tweede i te pas komen, ofschoon het, gelijk Bilderdijk in zijne Spraakleer te regt aanmerkt, niet eens noodzakelijk is. Intusschen, om alle verwarringen voor te komen, plaatse men het boven de tweede i, even als de hoogl. de Vries, in zijne Proeve van Middelnederlandsche Taalzuivering, met het woord Tcopïist gedaan heeft, dat in dit werk verscheidene malen voorkomt. De y, die vroeger voor eene enkele i gold, behoort hier niet. Het idee, om de y in dit geval weder in te voeren, is, gelijk men weet, van den hoogl. van Vloten, en de zaak heeft tot onze verwondering in den onlangs te Groningen benoemden hoogleeraar van der Wijck, wat al te voorbarig, een navolger gevonden. De heer Huydecoper, het verkeerde hiervan aantoonende, wijst op de verbuiging der werkwoorden, die zich in dit geval aldus vertoont: ik zaai, wij zaaien; ik besproei, wij besproeien;

... en: gij zaait; en: gij besproeit ;

hij zaait, zij zaajen; hij besproeit, zij besproeien.

Voorts sprekende van de bewering der Bed. , dat in zaaien, luieren te veel vocalen naast elkander staan, doet de heer Huydecoper opmerken, dat het getal er van niet grooter is dan b. v. in luiaard.

Wat verder de Bedactie ter verdediging van de y in baayen, hooyen enz. aanvoert, houdt waarlijk geen steek, te minder wanneer wij zien dat door haar Egypte, Lynx, Styx, Babyion, Cyrus, Huygens en Huydecoper over de zelfde kam