is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mag. Maar aan ware religiositeit, aan opregt geloof, aan ernstigen godsdienstzin wordt geen schade gedaan door het breken met traditie of verouderde begrippen.

// Hebben wij dan zeker veel, ja zeer veel afgebroken," zoo mag de schrijver met het volste regt zeggen, //wij meenen niet minder en op vaster grond te hebben opgebouwd, door de verkondiging eener wereldorde, niet op een bovenzinnelijk, in ons brein geschapen droombeeld berustende, maar gegrond op en geheel in overeenstemming met al wat ervaring, wetenschap en de hierop gebouwde redenering leeren: eene wereldorde, welke ons een Al-leven, als den eenigen grond en oorzaak van alle z ij n, als een zich volmaakt zelfbewust Wezen, als de volkomen persoonlijkheid — door ons God genoemd — openbaart. Een God, uit wien en door wien millioenen zonnenstofjes zich in tijd en ruimte, in oneindige verscheidenheid over de aarde verstrooid, voortdurend tot zelfbewuste wezens vervormen, en die in dit alles zijn eeuwig zijn kenbaar maakt."

Voerde het ons niet te ver, wij zouden geneigd zijn meer dan ééne schoone bladzijde, die wij met onverdeelde sympathie lazen, hier af te schrijven. Is ons dit niet gegund, wij kunnen toch niet nalaten de voortreffelijke slotwoorden des boeks aan te halen, die tevens de beste verdediging bevatten tegen alle beschuldigingen wel eens tegen den schrijver ingebragt, inzonderheid tegen de verdenking, die men op hem heeft doen rusten, als lag het in zijne bedoeling met Christus en Christendom te breken.

//Zoo keeren wij tot Jezus terug," lezen wij op de laatste bladzijde, //en noemen wij ons, op het voorbeeld der eerste belijders, Christenen in de Evangelische beteekenis van dat woord; dat wil zeggen: op aanwijzing van Jezus keeren wij ons tot God, als het Al-leven, het eeuwige Zijn, zich in zijne wereldorde openbarende als voor allen den zelfden liefdevollen Vader. Wij dan, in wezen oneindig als God, maar eindig in vorm, houden vast aan de door ons aangenomen Christelijke beginselen , als de eenige en onveranderlijk ware, zoo zeker dat //Indien andere planeten redelijke en zedelijke bewoners hebben , hunne godsdienst niet verschillen kan van die, welke Jezus verkondigd heeft bij Jacobs put aan de Samaritaansche vrouw", met de woorden: