is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen. en dat de ander een kina was van goeden huize, voor wien men eene goede fooi had gegeven, om, nu het ongeluk er toch toe lag, hem zacht te behandelen. Hoe dit zij, Grotthelf putte hieruit zijne leer, dat, waar het ultimatumregt in handen des beuls is, deze misschien wel kon worden geleid om met kracht al de mot uit den rugmantel van Nefke te slaan, en wanneer aan Nefke dan gelegenheid werd gegeven om spoedig naar zijn land terug te keeren, dan was hij voor altijd van hem verlost. Hoe den beul daartoe om te koopen, was hij met zichzelf nog niet eens; want aan diens woning dorst hij daartoe niet te gaan. Hij besloot dus onopgemerkt naar Amstelveen te rijden, en het aan het toeval over te laten zijne plannen ten uitvoer te brengen.

Met den dag der executie bekend, nam hij chais en paard, en reed den avond te voren naar Amstelveen, stapte af en stalde in het logement, en gaf, om den haver uit te winnen, last, om het paard maar niet te ontspannen, maar het in den bak op een grasslaatje met een teug pompejac te tracteeren. Daar vernam hij , dat ook der Wohlgestrenge Hans daar was gelogeerd, en vermoedelijk der Jcraftiger Kerl was, die voor de deur zijne pijp zat te rooken en door de dorpsjeugd als een wonderwezen werd aangegaapt. Dit toevallige contubernaalschap bragt in hem een plan tot rijpheid, dass, wie er meinte , nicht fehlen könnte. Alvorens wilde hij echter aan Nefke den lateren aftogt naar Westfalen voorbereiden. Hij wist dat Nefke bij Maryke gehuisvest was geweest, en toog derwaarts. Hij vond de medelijdende vrouw, die Nefke in de gevangenis nu en dan eene verkwikking had bezorgd, er gereedelijk toe te brengen, om, als Nefke ontslagen en gebannen werd, hem, zonder op te geven van waar of van wien, tien gulden in de hand te duwen, met ernstige aanbeveling om door middel van dien reispenning onmiddelijk naar zijn Geburtsort te stevenen. De goede Maryke die reeds menigen traan uit de oogen had gepinkt overhaal' abuis met den embder-vier, en dacht dat daaraan voor een deel de zware straf was toe te schrijven, voldeed niet alleen gaarne later aan dit verzoek, maar voegde bij de tien gulden nog een ronden zeeuw uit hare spaarkas.

Teruggekeerd m de herberg, vroeg de kastelein beleefd (zij zijn altijd beleefd op dat punt), of mijnheer niet logeeren 1864. I. 0