is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

// Zij zullen aan het onderzoek, dat ik morgen doen zal, eene bepaalde rigting geven. Mag ik u nu verzoeken den heer Holm te gaan spreken?"

Zij was bereid; hare eigene onrust dreef haar. "Wij vonden Holm nog achter den boom staan, waar wij hem een half uur geleden verlaten hadden. Mevrouw Bertossa snelde naar hem toe.

// G-ij hebt tijding van Ulrich, Holm ?" — // Tijding en geen tijding, mevrouw!" — //Goede?" — //Ik weet het ■niet..." — //Het is slechte; ik hoor het aan uwe stem. W» wat het ook moge wezen, deel mij alles mede !"

De stem van den jongman, zoo wel als zijne achterhoudendheid, voorspelden niets goeds; daarin had mevrouw Bertossa gelijk. Holm wierp een blik op mij. //Mijnheer mag alles weten," zeide zij schielijk. //Hij moet alles weten. Verhaal!" — //Ulrich is reeds verleden zaturdag van de korenmarkt vertrokken." — // Ik weet het; mijn man is hem nagereisd en heeft onderzoek naar hem gedaan. Hebt gij eenig nader spoor van hem?" — //Laat mij u uitvoerig verhalen, mevrouw! Verleden woensdag, heden vóór acht dagen, was Ulrich bij mij. Gij weet, wij waren vrienden.

Hij kwam van huis , en bragt mij den groet van Hij

bleef steken; zijn vriend had hem voorzeker den groet, den laatsten groet, van zijne zuster gebragt.

Na eenige oogenblikken ging Holm met zijn verhaal voort.

//Ulrich zeide mij, dat hij op weg naar de korenmarkt was en mij den volgenden maandag weder spreken zou. De korenmarkt was reeds des vrijdags afgeloopen, en ik vroeg hem derhalve, waarom hij eerst des maandags wilde terugkeeren. Eerst wilde hij er niet mede voor den dag komen; eindelijk bekende hij, dat hij — gij moet alles weten , mevrouw! — naar Henriette wilde." — //Mijn Hemel!" riep mevrouw Bertossa vol smart uit. // Maar verhaal verder!" — // Ik bragt hem het verkeerde er van onder 't oog; ik moest dit doen als zijn vriend. Ik herinnerde hem aan zijne eer, aan zijne ouders, aan zijne zuster. Maar het was vruchteloos; hij zeide, dat hij nu niet anders kon. Ik liet hem vertrekken, doch had mijn besluit genomen. Op vrijdag avond was ik te Szubin, waar Henriette bij hare moe-