is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de woordenrijke spreekster de tong te beteugelen, of haar van zienswijze te doen veranderen.

// Mijnheer Alting!" riep ze: n denken de doctors in Drenthe ook zoo over de moedermelk, als doctor Frederiks en anderen van dat slag?" — //Mevrouw, ik ben ongehuwd," antwoordde Antonie phlegmatiek.

Een onderdrukt gelach ging op, en maakte een eind aan een gesprek, dat zelfs haar, die het had uitgelokt, in het eind verlegen maakte.

Terwijl de heeren daarop een wetenschappelijk discours aanknoopten , besteeg mevrouw Wiers, tot groote spijt der andere dames, haar meest geliefkoosd stokpaard: de meidenboel

//Zoo eene als mijne laatste was, heb ik nooit binnen de deur gehad; heusch, er was geen goed haar aan. Altijd op de stoep, eeuwig met jan en alleman aan het wauwelen, den godganschendag door over niets anders practiseerende dan over pretmaken, en daarbij dol op de vrijers. O, er was geen denkbeeld van te maken!" — //Die u thans heeft, schijnt een zeer geschikt meisje te zijn," waagde jufvrouw Verbrugge te zeggen. —// TT zegt teregt: schijnt.... Och, ze is als de rest, roest om oud ijzer, één pot nat." — // Och, mevrouw!" zei Betzy: // er zijn toch ook wel goede...." — //Goeije, Betzy? In Holland geen één." —//Hei, hei, mevrouw!" zuchtte Betzy's moeder: //onze Dirkje dan?" — //Nu, ik geei het voor beter," antwoordde de gastvrouw, hare schouders bedenkelijk ophalende. // Neen! als zi], die ik nu heb, heengaat, — en lang kan ik haar niet meer verdragen, misschien jaag ik ze morgen reeds weg; want onder ons gezegd, het is een erge snoepster, een ezel, een mooipraat — waaratje, dan zou ik gaarne eens eene overzeesche willen hebben; ze zijn hier te wijs , te brutaal...— // Mijne moeder zaliger pleeg te zeggenhernam jufvrouw Verbrugge: // och kind, het is over en weder eene verandering van gebreken ; de meiden zijn evenmin volmaakt als wij het zijn. — //Dat kan alles wel waar wezen. Laat een ander daarover denken, zoo als men wil: ik ga mijn eigen weg, ik geef de meiden een goed loon, en wil dus ook goed van haar gediend zijn; en doen ze dat niet, weg er dan meê! Al moest ik er ook tien hebben op één dag, ik zal het beproeven net zoo lang, tot ik eene goeije heb."